PSYCHODIAGNOSTIEK
TAAK 5: BREINREIZIGER
Nieuwkerk – Are retrospective measures of change in quality of life more valid than prospective
measures
Background: aanpassen aan een veranderende gezondheid maakt het moeilijk om een verandering in
QOL te meten. Hier kijken ze naar 3 vaak gebruikte methoden om verandering in QOL te meten.
Methods: 268 hiv-patiënten krijgen therapie en vullen QOL-metingen in voor de behandeling en na 36
weken. Hier berekenden ze de Pearson-correlatie coëfficiënt tussen verandering in QOL voor en na de
behandeling.
Resultaten: patiënten evalueerden hun QOL slechter bij de retrospectieve dan bij de prospectieve
nameting. Dit toont dat patiënten hun referentiewaarde waarmee ze hun QOL evalueerden, veranderde
doorheen de tijd. De retrospectieve voormeting leidde wel tot klinisch significante veranderen.
Conclusie: de retrospectieve meting toonde de sterkste associatie met veranderingen in klinische
indicatoren van gezondheidsstatus. Dit is dus een meer valide meting van verandering in QOL dan de
prospectieve methode.
Intro: QOL is belangrijk bij klinische interventies (behandelingen). Maar patiënten passen zich ook aan
aan de veranderende omstandigheden (begin van een ziekte, start van een behandeling) waardoor het
moeilijk wordt om QOL te meten en interpreteren. Je aanpassen aan de omstandigheden zorgt ervoor
dat je referentiewaarde waarmee QOL vergeleken wordt veranderd doorheen de tijd (recalibration
response shift). Metingen gaan er normaal vanuit dat je referentiewaarde hetzelfde blijft doorheen je
leven, maar hier is dat dus niet zo.
Een methode die de verandering in referentiewaarde meet is de vergelijking van een retrospectieve
baseline meting (thentest) met een conventionele baseline meting.
Thentest (bij een follow-up meting) = patiënten moeten een nieuwe beoordeling geven over hun QOL
op het moment van de conventionele baseline meting. Ze gaan ervan uit dat dezelfde referentiewaarde
gebruikt wordt voor beide metingen. Dus door de thentest te vergelijking met een nameting kan je zien
of de referentiewaarde en de QOL verandert prospectief (in de toekomst)
Je kan ook retrospectief (naderhand) patiënten vragen hoe ze zich voelden en wat hun QOL en
referentiewaarde waarden op dat specifieke moment. Vragen ze naar de waargenomen richting en
sterkte van de verandering (transitie vragen) conventionele baseline meting! Hier kijken ze dus meer
naar de verandering tijdens het proces, of je je al beter voelt vergeleken met voor de behandeling.
Ze keken hier naar hiv-patiënten die een nieuwe behandelingsmethode gingen beginnen. Die nieuwe
methode is voor hun dus een verandering in de omstandigheden wat ervoor kan zorgen dat hun QOL en
referentiewaarden ook veranderen. Ze wilden checken welke meting nu precies het meeste correleert
met klinische metingen bij veranderingen in gezondheidsstatus. Ze hebben ook gekeken naar het verschil
tussen patiënten met echte hiv-symptomen en met hiv-patiënten die de symptomen nog niet hebben. Ze
keken ook of de resultaten verschilden tussen patiënten die bewust of onbewust waren van de
metingen.
1
TAAK 5: BREINREIZIGER
Nieuwkerk – Are retrospective measures of change in quality of life more valid than prospective
measures
Background: aanpassen aan een veranderende gezondheid maakt het moeilijk om een verandering in
QOL te meten. Hier kijken ze naar 3 vaak gebruikte methoden om verandering in QOL te meten.
Methods: 268 hiv-patiënten krijgen therapie en vullen QOL-metingen in voor de behandeling en na 36
weken. Hier berekenden ze de Pearson-correlatie coëfficiënt tussen verandering in QOL voor en na de
behandeling.
Resultaten: patiënten evalueerden hun QOL slechter bij de retrospectieve dan bij de prospectieve
nameting. Dit toont dat patiënten hun referentiewaarde waarmee ze hun QOL evalueerden, veranderde
doorheen de tijd. De retrospectieve voormeting leidde wel tot klinisch significante veranderen.
Conclusie: de retrospectieve meting toonde de sterkste associatie met veranderingen in klinische
indicatoren van gezondheidsstatus. Dit is dus een meer valide meting van verandering in QOL dan de
prospectieve methode.
Intro: QOL is belangrijk bij klinische interventies (behandelingen). Maar patiënten passen zich ook aan
aan de veranderende omstandigheden (begin van een ziekte, start van een behandeling) waardoor het
moeilijk wordt om QOL te meten en interpreteren. Je aanpassen aan de omstandigheden zorgt ervoor
dat je referentiewaarde waarmee QOL vergeleken wordt veranderd doorheen de tijd (recalibration
response shift). Metingen gaan er normaal vanuit dat je referentiewaarde hetzelfde blijft doorheen je
leven, maar hier is dat dus niet zo.
Een methode die de verandering in referentiewaarde meet is de vergelijking van een retrospectieve
baseline meting (thentest) met een conventionele baseline meting.
Thentest (bij een follow-up meting) = patiënten moeten een nieuwe beoordeling geven over hun QOL
op het moment van de conventionele baseline meting. Ze gaan ervan uit dat dezelfde referentiewaarde
gebruikt wordt voor beide metingen. Dus door de thentest te vergelijking met een nameting kan je zien
of de referentiewaarde en de QOL verandert prospectief (in de toekomst)
Je kan ook retrospectief (naderhand) patiënten vragen hoe ze zich voelden en wat hun QOL en
referentiewaarde waarden op dat specifieke moment. Vragen ze naar de waargenomen richting en
sterkte van de verandering (transitie vragen) conventionele baseline meting! Hier kijken ze dus meer
naar de verandering tijdens het proces, of je je al beter voelt vergeleken met voor de behandeling.
Ze keken hier naar hiv-patiënten die een nieuwe behandelingsmethode gingen beginnen. Die nieuwe
methode is voor hun dus een verandering in de omstandigheden wat ervoor kan zorgen dat hun QOL en
referentiewaarden ook veranderen. Ze wilden checken welke meting nu precies het meeste correleert
met klinische metingen bij veranderingen in gezondheidsstatus. Ze hebben ook gekeken naar het verschil
tussen patiënten met echte hiv-symptomen en met hiv-patiënten die de symptomen nog niet hebben. Ze
keken ook of de resultaten verschilden tussen patiënten die bewust of onbewust waren van de
metingen.
1