MH 5 – medische ethiek bij medisch-wetenschappelijk onderzoek
10.2 Biomedische wetenschap
De theorievorming over infectieziekten maakte het noodzakelijk experimenten uit te voeren; eerst
in het laboratorium (voor wetenschappelijke objectiviteit), maar later ook mensgebonden
onderzoek. Bij dat mensgebonden onderzoek overheerste het wetenschappelijk belang in het
algemeen voor de mens, in plaats van voor de individuele patiënt zoals bij een klinische behandeling.
Na WOII (en veel Neurenberg/ Nuremberg trials van nazi-dokters bij kinderen/ gevangenen) werd het
belangrijker geacht dat de proefpersonen toestemming gaven voor het onderzoek
Code Neurenberg (1947): vrijwillige toestemming van de proefpersoon wordt benadrukt, kennis
bij de proefpersoon van het onderzoek zodat een gedegen beslissing kan worden gemaakt en
bepaalde vormen van experiment zijn verboden als ze in strijd zijn met de rechten van de mens.
Code Neurenberg wordt omgezet in: de verklaring van Helsinki van de wereldartsenorganisatie
(1964)= deze is meer in overeenstemming met de klinische praktijk en een universele code voor
artsen die betrokken zijn bij medisch-wetenschappelijk onderzoek wereldwijd. Belangrijke
onderdelen in deze verklaring:
- Bescherming van de individuele patiënt
- Respect voor menselijke waardigheid en kwetsbare groepen
- Ethische toetsing van het onderzoeksprotocol voorafgaand aan het uitvoeren van het
onderzoek
- Kwalificatie van de onderzoeker
- Informatieplicht
Daarnaast is nog de Universele Verklaring van Bio-ethiek en Mensenrechten (Unesco): richt zich op
elke vorm van biomedisch onderzoek. In de verklaring staat: respect voor menselijke waardigheid,
rechten en menselijke vrijheden staan voorop; individuele belangen hebben voorrang op
wetenschappelijke en/of maatschappelijke belangen.
10.3 Biomedisch wetenschappelijk onderzoek in relatie met de praktijk van zorg
Biomedische wetenschap neemt grote vlucht: moleculaire biologie, biochemie en biotechnologie. De
verwachting van de voorspoedige toepassing van de nieuwe kennis en technologie is zo groot dat
wordt gesproken van medisch-technologisch imperatief: alles wat wetenschappelijk en technologisch
mogelijk is, moet ook worden ontwikkeld en toegepast vanwege het heilzame effect.
Dit technologisch imperatief heeft door tegenvallers echter zijn kracht verloren; daarvoor in de plaats
komt de ethiek als de discipline die voorafgaand aan de toepassing en bij experimentele toepassing
zorgt voor weloverwogen argumentatie voor wat wel en niet toelaatbaar is. Die argumentatie kan
gebaseerd zijn op:
- Levensbeschouwelijke waarden: beter-dan-God-argumenten
- Hippocratische benadering: niet schaden wanneer niet nodig
- Verlichtingstraditie: rechtvaardige verdeling welvaart, gezondheid en risico op onverwachte
bijwerkingen
Centrale vraag hierbij zijn steeds: de verhoudingen tussen de zorg voor ziekte en gebrek en de
mogelijkheid van verbetergeneeskunde of enhancement bij bijv. mensen die daar veel geld voor over
hebben.
1
10.2 Biomedische wetenschap
De theorievorming over infectieziekten maakte het noodzakelijk experimenten uit te voeren; eerst
in het laboratorium (voor wetenschappelijke objectiviteit), maar later ook mensgebonden
onderzoek. Bij dat mensgebonden onderzoek overheerste het wetenschappelijk belang in het
algemeen voor de mens, in plaats van voor de individuele patiënt zoals bij een klinische behandeling.
Na WOII (en veel Neurenberg/ Nuremberg trials van nazi-dokters bij kinderen/ gevangenen) werd het
belangrijker geacht dat de proefpersonen toestemming gaven voor het onderzoek
Code Neurenberg (1947): vrijwillige toestemming van de proefpersoon wordt benadrukt, kennis
bij de proefpersoon van het onderzoek zodat een gedegen beslissing kan worden gemaakt en
bepaalde vormen van experiment zijn verboden als ze in strijd zijn met de rechten van de mens.
Code Neurenberg wordt omgezet in: de verklaring van Helsinki van de wereldartsenorganisatie
(1964)= deze is meer in overeenstemming met de klinische praktijk en een universele code voor
artsen die betrokken zijn bij medisch-wetenschappelijk onderzoek wereldwijd. Belangrijke
onderdelen in deze verklaring:
- Bescherming van de individuele patiënt
- Respect voor menselijke waardigheid en kwetsbare groepen
- Ethische toetsing van het onderzoeksprotocol voorafgaand aan het uitvoeren van het
onderzoek
- Kwalificatie van de onderzoeker
- Informatieplicht
Daarnaast is nog de Universele Verklaring van Bio-ethiek en Mensenrechten (Unesco): richt zich op
elke vorm van biomedisch onderzoek. In de verklaring staat: respect voor menselijke waardigheid,
rechten en menselijke vrijheden staan voorop; individuele belangen hebben voorrang op
wetenschappelijke en/of maatschappelijke belangen.
10.3 Biomedisch wetenschappelijk onderzoek in relatie met de praktijk van zorg
Biomedische wetenschap neemt grote vlucht: moleculaire biologie, biochemie en biotechnologie. De
verwachting van de voorspoedige toepassing van de nieuwe kennis en technologie is zo groot dat
wordt gesproken van medisch-technologisch imperatief: alles wat wetenschappelijk en technologisch
mogelijk is, moet ook worden ontwikkeld en toegepast vanwege het heilzame effect.
Dit technologisch imperatief heeft door tegenvallers echter zijn kracht verloren; daarvoor in de plaats
komt de ethiek als de discipline die voorafgaand aan de toepassing en bij experimentele toepassing
zorgt voor weloverwogen argumentatie voor wat wel en niet toelaatbaar is. Die argumentatie kan
gebaseerd zijn op:
- Levensbeschouwelijke waarden: beter-dan-God-argumenten
- Hippocratische benadering: niet schaden wanneer niet nodig
- Verlichtingstraditie: rechtvaardige verdeling welvaart, gezondheid en risico op onverwachte
bijwerkingen
Centrale vraag hierbij zijn steeds: de verhoudingen tussen de zorg voor ziekte en gebrek en de
mogelijkheid van verbetergeneeskunde of enhancement bij bijv. mensen die daar veel geld voor over
hebben.
1