HOOFDSTUK 5: NIEREN BLZ. 191-207
LEERDOELEN
In eigen woorden de bouw van het urinewegstelsel uitleggen en de zes deelprocessen
(regeling vochtbalans, regulatie bloeddruk, mineraalhuishouding, pH, uitscheiding van
stofwisselingsproducten en lichaamsvreemde stoffen) benoemen van het urinewegstelsel en
een verband leggen tussen deze deelprocessen en het verkrijgen en behouden van
homeostase
5.1 - NIEREN
♦ Rol: Het constant houden van het inwendig milieu waarbij de nieren in samenwerking met
andere excretie-organen selectief stoffen uit het bloed
♦ Deelprocessen:
1) Regeling van de vochtbalans;
2) Langetermijnregulatie van de bloeddruk;
3) Regeling van de KOD (mineraalhuishouding
4) Regeling van de pH;
5) Uitscheiding van stofwisselingsproducten
6) Uitscheiding van lichaamsvreemde stoffen
LIGGING
♦ Nieren liggen retroperitoneaal in de lendenstreek
♦ Linkernier tegen het diafragma aan; rechternier iets lager vanwege de lever
♦ Iedere nier ligt tussen aorta en v. cava inferior d.m.v. a. renalis aan de ene zijde en v. renalis
aan de andere zijde
BOUW VAN DE NIEREN (5.1.1)
MACROSCOPISCHE BOUW VAN EEN NIER
♦ Een nier is:
3 cm dik
12 cm lang
7 cm breed
150 gr.
Bouw van buiten naar binnen
Cortex renalis (nierschors)
- Vrij smalle laag
- Bevat talrijke nierlichaampjes
(lichaampjes van Malpighi)
Medulla renalis (niermerg)
- Bevat veel lissen van Henle en de
verzamelbuizen
- Bestaat uit aantal piramiden (10-20) die
met hun papillen uitsteken in de calcis
(kelken) van het nierbekken
Pyelum, pelvis renalis (nierbekken)
- Holte die is opgebouwd uit een aantal
nierkelken
- Vanuit hier wordt de urine naar de
urineblaas vervoerd
Pagina 1 van 4