4.1 Het proces van het leren van woorden
4.1.1 De ontwikkeling van het woordgeheugen
Kinderen leren eerst de concrete betekenis van een woord. Dit is de betekenis die op ervaringsniveau
ligt: het gaat steeds om iets wat je concreet kunt aanwijzen of ervaren. Daarna leren ze de abstracte
betekenis van een woord. Dit is de betekenis zoals je die in de hoofden van taalgebruikers vindt: het
gaat om het idee of het concept dat men heeft. Als laatste leren kinderen ook de contextuele
betekenis: alle relaties die een woord heeft met andere woorden.
Kinderen leren niet altijd direct de juiste betekenis van een woord. Twee bekende fouten zijn: onder
extensie, een te beperkte toepassing van een woord, en over extensie, een te brede toepassing van
een woord.
Woordbetekenissen liggen in ons geheugen in een netwerk van betekenissen. Daarnaast bevat ons
woordgeheugen ook nog een hiërarchische ordening.
4.1.2 Woordenschatverwerving
Er zijn drie belangrijke principes voor woordenschatverwerving:
1 Labelen. Hierbij koppel je een woord aan een voorwerp of gebeurtenis uit de werkelijkheid.
2 Categoriseren. Hierbij is een kind in staat om betekenisklassen te onderscheiden.
3 Netwerkopbouw. In het geheugen worden allerlei betekenissen aan elkaar gekoppeld.
4.1.3 Woordleerstrategieën
Woordleerstrategieën zijn werkwijzen die bewust worden ingezet om de betekenis van woorden te
achterhalen. We kennen de volgende woordleerstrategieën:
1. het analyseren van een woord
2. het gebruikmaken van de (verbale en non-verbale) context
3. het gebruikmaken van een bron in de eerste of de tweede taal
4. het letten op overeenkomsten tussen eerste en tweede taal
4.1.4 Woorden leren in een vreemde taal
Het proces van het leren van een tweede taal is anders dan het leren van een eerste taal. Er zijn de
volgende verschillen:
a. Je leert een tweede taal later en er zijn grotere tempoverschillen in leren.
b. De vaardigheid in de tweede taal ligt lager.
c. Je schakelt bij het leren van de tweede taal de kennis van de eerste taal in en dat leidt tot
fouten (interferentie).
d. Je leert een tweede taal veel bewuster.
e. Het leren van een tweede taal is niet gekoppeld aan de algemene ontwikkeling.
4.2 Instructie bij woordenschat
Voor het geven van instructie bij het woordenschatonderwijs is het van belang de juiste woorden te
selecteren, op een goede manier instructie te geven, de juiste werkvormen en hulpmiddelen te
selecteren en de resultaten van je onderwijs te evalueren.
4.2.1 Het selecteren van nieuwe woorden
De inhoud van het woordenschatonderwijs bestaat niet alleen uit de onbekende woorden en
functiewoorden, maar we besteden ook aandacht aan vervoegingen, verbuigingen, vaste
woordcombinaties, collocaties, spreekwoorden en gezegden en routine-uitingen.