Opgaven werkgroep 2 2016-2017 week 38
Opgave 1
a. Een wel gebruikte indeling van cao-bepalingen is die in obligatoire, diagonale en
normatieve bepalingen. Zoek van ieder van deze een voorbeeld in de VVT-cao
(opgenomen in de reader) en leg uit waarom deze bepaling aldus getypeerd kan
worden.
- Deze typeringen geven aan wie ten opzichte van wie rechten kan inroepen of wie ten
opzichte van wie een bepaalde plicht heeft.
- Obligatoire bepalingen gelden uitsluitend tussen de cao partijen zelf. VB: de
afspraak om geschillen die tussen partijen over de cao ontstaan op een bepaalde
manier te beslechten. Obligatoire bepalingen regelen de onderlinge rechtsverhouding
van de cao-partijen; zij scheppen rechten en verplichtingen tussen de partijen die de
cao afsluiten (obligatoire werking). Dus de werkgeversvereniging en de vakbond.
13.4 en 14.1 en 14.3 zijn voorbeelden hiervan. Verplichting tussen contractspartijen
(vakbond en werkgeversvereniging) en 14.4 over de duur van een cao.
- Diagonaal: bepalingen die de cao-partij aan een partij bij de individuele
arbeidsovereenkomst binden en omgekeerd. Deze komen naar hun aard alleen in de
bedrijfstak-cao’s voor. VB de afspraak dat de gebonden werkgever aan de vakbond
een jaarlijkse bijdrage betaalt voor scholing en vorming van vakbondsleden. Plicht
van de werkgever ten opzichte van vakbonden of andere derden zoals fondsen of de
OR. Verplichting tussen vakbond en individuele werkgever of andersom. De
werkgever en de vakbond of ondernemingsraad is diagonaal zoals artikel 4.2
onderdeel c. Je kunt ook denken aan fondsen of ondernemingsraden. Dus ook de
verplichtingen van de werkgever en derde: art. 4.5 lid 4 ‘De werkgever moet eenmaal
per jaar overleggen met de ondernemingsraad (een derde).’ En 10.2 en 10.3 en 12.3
lid 3.
- De meeste kwalificatie is normatief/horizontaal zoals: salaris, vakantie dagen,
arbeidsvoorwaarden: opzegtermijnen, belonging enz.. Dit is de relatie van werkgever-
werknemer. Normatieve bepalingen zijn bestemd om individuele
arbeidsovereenkomsten te normeren. Zoals: art. 9.1. Deze gelden dus niet tussen de
contractspartijen zelf, maar tussen de gebonden werkgevers en hun werknemers
(partijen bij de individuele arbeidsovereenkomst). 14.4 en 4.1 is een normatieve
bepaling die verhoudt tussen werkgever en werknemer en ziet op de
arbeidsvoorwaarden tussen bepalingen. Een standard bepaling betekent in principe:
dit is wat er geldt, minimum kan je van afwijken, maximum komt bijna nooit voor.
De meeste bepalingen zijn normatief.
b. Kan elke van de drie door jou gevonden bepalingen algemeen verbindend worden
verklaard?
- Nee. Het gevolg van avv van cao-bepalingen is dat de normatieve bepalingen (ook
diagonale) gelden voor alle betrokken werkgevers en werknemers in de
desbetreffende bedrijfstak of sector. (De uitzonderingen staan in art. 2 lid 5 Wet
AVV.) Alleen normatieve bepalingen en diagonale bepalingen.
- . Obligatoire bepalingen kunnen niet algemeen verbindend worden verklaard, want
deze gelden alleen tussen partijen. Obligatoir kan niet omdat het naar aard van de
bepaling niet algemeen verbindend kan worden verklaard (art. 2 lid 1 Wet AVV) De
minister verklaart de AVV algemeen verbindend. Dan wordt de cao ook van
toepassing verklaard op niet leden van de vakbond (art. 3 AVV)
(en zie art. 14 wet CAO). De werkgever die gebonden is aan een cao moet die ook
Opgave 1
a. Een wel gebruikte indeling van cao-bepalingen is die in obligatoire, diagonale en
normatieve bepalingen. Zoek van ieder van deze een voorbeeld in de VVT-cao
(opgenomen in de reader) en leg uit waarom deze bepaling aldus getypeerd kan
worden.
- Deze typeringen geven aan wie ten opzichte van wie rechten kan inroepen of wie ten
opzichte van wie een bepaalde plicht heeft.
- Obligatoire bepalingen gelden uitsluitend tussen de cao partijen zelf. VB: de
afspraak om geschillen die tussen partijen over de cao ontstaan op een bepaalde
manier te beslechten. Obligatoire bepalingen regelen de onderlinge rechtsverhouding
van de cao-partijen; zij scheppen rechten en verplichtingen tussen de partijen die de
cao afsluiten (obligatoire werking). Dus de werkgeversvereniging en de vakbond.
13.4 en 14.1 en 14.3 zijn voorbeelden hiervan. Verplichting tussen contractspartijen
(vakbond en werkgeversvereniging) en 14.4 over de duur van een cao.
- Diagonaal: bepalingen die de cao-partij aan een partij bij de individuele
arbeidsovereenkomst binden en omgekeerd. Deze komen naar hun aard alleen in de
bedrijfstak-cao’s voor. VB de afspraak dat de gebonden werkgever aan de vakbond
een jaarlijkse bijdrage betaalt voor scholing en vorming van vakbondsleden. Plicht
van de werkgever ten opzichte van vakbonden of andere derden zoals fondsen of de
OR. Verplichting tussen vakbond en individuele werkgever of andersom. De
werkgever en de vakbond of ondernemingsraad is diagonaal zoals artikel 4.2
onderdeel c. Je kunt ook denken aan fondsen of ondernemingsraden. Dus ook de
verplichtingen van de werkgever en derde: art. 4.5 lid 4 ‘De werkgever moet eenmaal
per jaar overleggen met de ondernemingsraad (een derde).’ En 10.2 en 10.3 en 12.3
lid 3.
- De meeste kwalificatie is normatief/horizontaal zoals: salaris, vakantie dagen,
arbeidsvoorwaarden: opzegtermijnen, belonging enz.. Dit is de relatie van werkgever-
werknemer. Normatieve bepalingen zijn bestemd om individuele
arbeidsovereenkomsten te normeren. Zoals: art. 9.1. Deze gelden dus niet tussen de
contractspartijen zelf, maar tussen de gebonden werkgevers en hun werknemers
(partijen bij de individuele arbeidsovereenkomst). 14.4 en 4.1 is een normatieve
bepaling die verhoudt tussen werkgever en werknemer en ziet op de
arbeidsvoorwaarden tussen bepalingen. Een standard bepaling betekent in principe:
dit is wat er geldt, minimum kan je van afwijken, maximum komt bijna nooit voor.
De meeste bepalingen zijn normatief.
b. Kan elke van de drie door jou gevonden bepalingen algemeen verbindend worden
verklaard?
- Nee. Het gevolg van avv van cao-bepalingen is dat de normatieve bepalingen (ook
diagonale) gelden voor alle betrokken werkgevers en werknemers in de
desbetreffende bedrijfstak of sector. (De uitzonderingen staan in art. 2 lid 5 Wet
AVV.) Alleen normatieve bepalingen en diagonale bepalingen.
- . Obligatoire bepalingen kunnen niet algemeen verbindend worden verklaard, want
deze gelden alleen tussen partijen. Obligatoir kan niet omdat het naar aard van de
bepaling niet algemeen verbindend kan worden verklaard (art. 2 lid 1 Wet AVV) De
minister verklaart de AVV algemeen verbindend. Dan wordt de cao ook van
toepassing verklaard op niet leden van de vakbond (art. 3 AVV)
(en zie art. 14 wet CAO). De werkgever die gebonden is aan een cao moet die ook