HOOFDSTUK 5 - REACTIES VAN ZOUTEN
§5.1 - Neerslagreacties
Je weet wat een neerslagreactie is en hoe deze ontstaat:
Bij een neerslagreactie worden 2 zoutoplossingen bij elkaar samengevoegd.
Uit het slecht oplosbare zout ontstaat een vaste stof, een neerslag.
Het ontstaan van een neerslagreactie:
In de afbeelding hiernaast zie je 2 zoutoplossingen:
- Bekerglas 1: een NaCl-oplossing.
- Bekerglas 2: een AgNO₃-oplossing.
Beide combinaties zijn goed oplosbaar (zie tabel 45A).
Op het moment dat we de zoutoplossingen mengen,
wordt de oplosbaarheidstabel van de ionen uitgebreid.
Je ziet dat bij één van de vier combinaties,
die van Agᐩ-ionen en Cl⁻-ionen, de letter ‘s’ staat.
Dit betekent dat deze twee ionsoorten niet in 1 oplossing kunnen voorkomen.
Ze zullen met elkaar reageren. Er ontstaat de vaste stof zilverchloride (AgCl), een neerslag.
Neerslagvergelijking:
Agᐩ (aq) + Cl⁻ (aq) → AgCl (s).
1
, SCHEIKUNDE LEEROVERZICHT H5
Je kunt kloppende neerslagvergelijkingen opstellen:
Voorbeeld 1:
Eva voegt een KOH-oplossing toe aan een ZnCl₂-oplossing.
Ga na of er een neerslag plaatsvindt. Geef de kloppende
vergelijking van de neerslagreactie (als deze optreedt).
1. De combinatie van Zn²ᐩ-ionen en OH⁻-ionen levert een slecht oplosbare oplossing op.
↳ Tussen de Zn²ᐩ-ionen en OH⁻-ionen zal er een reactie plaatsvinden.
2. Zn²ᐩ (aq) + OH⁻ (aq) → Zn(OH)₂ (s).
↳ De twee opgeloste ionsoorten reageren tot een vast zout.
3. Zn²ᐩ (aq) + 2 OH⁻ (aq) → Zn(OH)₂ (s).
↳ De verhouding is 1 : 2.
4. De kloppende neerslagvergelijking is Zn²ᐩ (aq) + 2 OH⁻ (aq) → Zn(OH)₂ (s).
Voorbeeld 2:
Jip voegt een AlCl₃-oplossing toe aan een CaI₂-oplossing.
Ga na of er een neerslag plaatsvindt. Geef de kloppende
vergelijking van de neerslagreactie (als deze optreedt).
1. Alle combinaties leveren goed oplosbare oplossingen op.
↳ Er zal geen neerslagreactie plaatsvinden.
2. Er vindt geen neerslagreactie plaats. Er is dus ook geen neerslagvergelijking.
Voorbeeld 3:
Els voegt een K₃PO₄-oplossing toe aan een CaCl₂-oplossing.
Ga na of er een neerslag plaatsvindt. Geef de kloppende
vergelijking van de neerslagreactie (als deze optreedt).
1. De combinatie van Ca²ᐩ-ionen en PO₄³⁻-ionen levert een slecht oplosbare oplossing op.
↳ Tussen de Ca²ᐩ-ionen en PO₄³⁻-ionen zal er een reactie plaatsvinden.
2. Ca²ᐩ (aq) + PO₄³⁻ (aq) → Ca₃(PO₄)₂ (s).
↳ De twee opgeloste ionsoorten reageren tot een vast zout.
3. 3 Ca²ᐩ (aq) + 2 PO₄³⁻ (aq) → Ca₃(PO₄)₂ (s).
↳ De verhouding is 3 : 2.
↳ Je hebt 3 ionen Ca²ᐩ nodig om de lading van 2 ionen PO₄³⁻ te compenseren.
4. De kloppende neerslagvergelijking is 3 Ca²ᐩ (aq) + 2 PO₄³⁻ (aq) → Ca₃(PO₄)₂ (s).
2