Financieel Management
Hoofdstuk 4 Kosten en kostensoorten
Zijn de kosten per eenheid product minder dan de verkoopprijs, dan kan een product geproduceerd
worden. Bij een productie zijn machines nodig. Deze machines dalen in waarde in de loop van de
jaren. De kosten die hiervoor gelden zijn afschrijvingskosten.
De kosten die ten laste van een bepaalde periode worden gebracht, kunnen ook verband houden
met toekomstige, verwachte gelduitgaven.
Ook zijn er toekomstige kosten waar nu al rekening mee wordt gehouden omdat ze bijvoorbeeld om
de 5 jaar worden gemaakt. Deze voorzieningen worden in de jaren vooraf al berekend. Van iedere
reeds verrichte of in de toekomst te verwachten gelduitgave moeten we vaststellen ten laste van
welke periode deze gelduitgaven komen. De toegerekende gelduitgaven zijn kosten voor die
periodes.
Kosten: kosten zijn aan perioden, functies of producen toegerekende (toekomstige) gelduitgaven, die
verband houden met de opoffering van productiemiddelen.
4.2 Geldontvangsten en opbrengsten
Om opbrengsten vast te stellen moet de vraag ‘Op welk moment opbrengsten als gerealiseerd
worden beschouwd?’ worden beantwoord. Volgens het realisatieprincipe wordt de opbrengst van
een verkooptransactie toegerekend aan de periode waarin de goederen worden verkocht, ook al
vindt de betaling ervan later plaats.
Opbrengsten worden gerealiseerd als ze zijn geleverd.
Opbrengsten: opbrengsten zijn aan periode, producten enzovoort toegerekende geldontvangsten die
verband houden met de verkoop van producten of levering van diensten.
4.3 Kosten van een product
Koste die aan een product verbonden zijn, zijn meestal kosten van machines, grondstof en arbeid. De
kosten van een product zijn gelijk aan de waarde van het geld van de productiemiddelen die zijn
opgeofferd voor productie en verkoop.
De prijs van het product kan op 3 manieren berekend worden:
- Historische uitgaafprijs: de prijs die betaald is bij aanschaf van het productiemiddel.
- Vervangingswaarde: de prijs die betaald zou moeten worden als de productiemiddelen
aangeschaft zouden moeten worden op het moment waarop de kosten van het product
worden berekend.
- Opbrengstwaarde: de prijs die ontvangen zou worden als het productiemiddel op het
moment waarop de kosten worden berekend, zou worden verkocht.
4.4 Kostenindelingen
Kosten kunnen worden verdeeld in:
1) De wijze waarop de hoogte van de kosten reageert op een verandering in de
productieomvang of dienstverlening.
- Kosten worden verdeeld in vaste en variabele kosten.
2) De relatie tussen het ontstaan van de kosten en een bepaald product.
- De kosten worden verdeeld n directe en indirecte kosten. Directe kosten kunnen
rechtstreeks aan een product toegerekend worden. Is er geen duidelijk aanwijsbaar verband
tussen de kosten en het product, dan is er sprake van indirecte kosten.
Hoofdstuk 4 Kosten en kostensoorten
Zijn de kosten per eenheid product minder dan de verkoopprijs, dan kan een product geproduceerd
worden. Bij een productie zijn machines nodig. Deze machines dalen in waarde in de loop van de
jaren. De kosten die hiervoor gelden zijn afschrijvingskosten.
De kosten die ten laste van een bepaalde periode worden gebracht, kunnen ook verband houden
met toekomstige, verwachte gelduitgaven.
Ook zijn er toekomstige kosten waar nu al rekening mee wordt gehouden omdat ze bijvoorbeeld om
de 5 jaar worden gemaakt. Deze voorzieningen worden in de jaren vooraf al berekend. Van iedere
reeds verrichte of in de toekomst te verwachten gelduitgave moeten we vaststellen ten laste van
welke periode deze gelduitgaven komen. De toegerekende gelduitgaven zijn kosten voor die
periodes.
Kosten: kosten zijn aan perioden, functies of producen toegerekende (toekomstige) gelduitgaven, die
verband houden met de opoffering van productiemiddelen.
4.2 Geldontvangsten en opbrengsten
Om opbrengsten vast te stellen moet de vraag ‘Op welk moment opbrengsten als gerealiseerd
worden beschouwd?’ worden beantwoord. Volgens het realisatieprincipe wordt de opbrengst van
een verkooptransactie toegerekend aan de periode waarin de goederen worden verkocht, ook al
vindt de betaling ervan later plaats.
Opbrengsten worden gerealiseerd als ze zijn geleverd.
Opbrengsten: opbrengsten zijn aan periode, producten enzovoort toegerekende geldontvangsten die
verband houden met de verkoop van producten of levering van diensten.
4.3 Kosten van een product
Koste die aan een product verbonden zijn, zijn meestal kosten van machines, grondstof en arbeid. De
kosten van een product zijn gelijk aan de waarde van het geld van de productiemiddelen die zijn
opgeofferd voor productie en verkoop.
De prijs van het product kan op 3 manieren berekend worden:
- Historische uitgaafprijs: de prijs die betaald is bij aanschaf van het productiemiddel.
- Vervangingswaarde: de prijs die betaald zou moeten worden als de productiemiddelen
aangeschaft zouden moeten worden op het moment waarop de kosten van het product
worden berekend.
- Opbrengstwaarde: de prijs die ontvangen zou worden als het productiemiddel op het
moment waarop de kosten worden berekend, zou worden verkocht.
4.4 Kostenindelingen
Kosten kunnen worden verdeeld in:
1) De wijze waarop de hoogte van de kosten reageert op een verandering in de
productieomvang of dienstverlening.
- Kosten worden verdeeld in vaste en variabele kosten.
2) De relatie tussen het ontstaan van de kosten en een bepaald product.
- De kosten worden verdeeld n directe en indirecte kosten. Directe kosten kunnen
rechtstreeks aan een product toegerekend worden. Is er geen duidelijk aanwijsbaar verband
tussen de kosten en het product, dan is er sprake van indirecte kosten.