Leerdoelen chemie:
Algemeen:
− aangeven wat verstaan wordt onder: vertakte en onvertakte koolstofketens,
verzadigde en onverzadigde verbindingen; karakteristieke groep;
Vertakt: er zijn methylgroepen of andere groepen aanwezig buiten de stam (koolstofketen).
Onvertakt: het molecuul is lineair (langgerekt).
Verzadigde koolstofketen: er zijn geen dubbele bindingen aanwezig in de keten.
Onverzadigde koolstofketen: er zijn wel dubbele bindingen aanwezig in de keten. Cis komt vaak voor
in de natuur. Cis ketens zijn moeilijk stapelbaar omdat er een knik in de keten zit. Dit zorgt er voor
dat een onverzadigde cis koolstofketen een lager smeltpunt heeft dan een verzadigde of
onverzadigde trans koolstofketen.
Karakteristieke groep: tabel 66D binas: zuurgroep, ester, alcoholgroep, aldehyde en amide.
Alcohol + zuur = esterverbinding
Naam = ethylmethoaat
Ethyl: van ethanol
Meth: van methaanzuur
Oaat: achtervoegsel van ester
− een relatie leggen tussen molecuulstructuur en fysische eigenschappen;
, Factoren die invloed hebben op het smeltpunt (vetten):
- Vanderwaalskracht: bij een hogere molmassa is er een grotere vanderwaalskracht (er is
onderlinge aantrekkingskracht in het molecuul), dit zorgt ervoor dat het smeltpunt hoger ligt.
- Vertakt/onvertakt: bij vertakte moleculen is de vanderwaalskracht minder hoog, is het
molecuul minder goed stapelbaar en is het smeltpunt lager.
- Onverzadigd/verzadigd: verzadigde vetzuren zijn goed stapelbaar. Onverzadigde vetzuren in
de cis-vorm zijn slecht stapelbaar omdat ze een knik in de keten veroorzaken. Hierdoor is het
smeltpunt van onverzadigde vetzuren lager. Onverzadigde vetzuren in de trans-vorm zijn wel
goed stapelbaar, deze vorm zorgt niet voor een knik in de keten. Hierdoor hebben ze een
hoger smeltpunt.
- Een hoog joodadditiegetal wil zeggen dat er veel dubbele bindingen aanwezig zijn in het
vetzuur en dan is het smeltpunt over het algemeen lager.
- Een hoog verzepingsgetal wil zeggen dat de molaire massa relatief laag is, dat er weinig
vanderwaalskracht is en dat het smeltpunt over het algemeen lager is.
- De stapelbaarheid (dubbele bindingen en onvertakt versus vertakt) heeft meer invloed op
het smeltpunt dan de vanderwaalskracht.
− de volgende chemische reacties herkennen en toepassen in biomoleculen:
hydrolyse, condensatie, additie;
- Condensatie: zie binas tabel 67G
- Hydrolyse: condensatie andersom
- Additie:
− verschillende vormen van stereo-isomerie herkennen in een structuurformule:
bijvoorbeeld cis-trans bij vetzuren, D- en L-isomeren (enantiomeren) bij
koolhydraten;
- D-vorm koolhydraat: het onderste (laatste) chirale C-atoom staat naar rechts.
- L-vorm koolhydraat: het onderste (laatste) chirale C-atoom staat naar links.
Lipiden
Algemeen:
− aangeven wat verstaan wordt onder: vertakte en onvertakte koolstofketens,
verzadigde en onverzadigde verbindingen; karakteristieke groep;
Vertakt: er zijn methylgroepen of andere groepen aanwezig buiten de stam (koolstofketen).
Onvertakt: het molecuul is lineair (langgerekt).
Verzadigde koolstofketen: er zijn geen dubbele bindingen aanwezig in de keten.
Onverzadigde koolstofketen: er zijn wel dubbele bindingen aanwezig in de keten. Cis komt vaak voor
in de natuur. Cis ketens zijn moeilijk stapelbaar omdat er een knik in de keten zit. Dit zorgt er voor
dat een onverzadigde cis koolstofketen een lager smeltpunt heeft dan een verzadigde of
onverzadigde trans koolstofketen.
Karakteristieke groep: tabel 66D binas: zuurgroep, ester, alcoholgroep, aldehyde en amide.
Alcohol + zuur = esterverbinding
Naam = ethylmethoaat
Ethyl: van ethanol
Meth: van methaanzuur
Oaat: achtervoegsel van ester
− een relatie leggen tussen molecuulstructuur en fysische eigenschappen;
, Factoren die invloed hebben op het smeltpunt (vetten):
- Vanderwaalskracht: bij een hogere molmassa is er een grotere vanderwaalskracht (er is
onderlinge aantrekkingskracht in het molecuul), dit zorgt ervoor dat het smeltpunt hoger ligt.
- Vertakt/onvertakt: bij vertakte moleculen is de vanderwaalskracht minder hoog, is het
molecuul minder goed stapelbaar en is het smeltpunt lager.
- Onverzadigd/verzadigd: verzadigde vetzuren zijn goed stapelbaar. Onverzadigde vetzuren in
de cis-vorm zijn slecht stapelbaar omdat ze een knik in de keten veroorzaken. Hierdoor is het
smeltpunt van onverzadigde vetzuren lager. Onverzadigde vetzuren in de trans-vorm zijn wel
goed stapelbaar, deze vorm zorgt niet voor een knik in de keten. Hierdoor hebben ze een
hoger smeltpunt.
- Een hoog joodadditiegetal wil zeggen dat er veel dubbele bindingen aanwezig zijn in het
vetzuur en dan is het smeltpunt over het algemeen lager.
- Een hoog verzepingsgetal wil zeggen dat de molaire massa relatief laag is, dat er weinig
vanderwaalskracht is en dat het smeltpunt over het algemeen lager is.
- De stapelbaarheid (dubbele bindingen en onvertakt versus vertakt) heeft meer invloed op
het smeltpunt dan de vanderwaalskracht.
− de volgende chemische reacties herkennen en toepassen in biomoleculen:
hydrolyse, condensatie, additie;
- Condensatie: zie binas tabel 67G
- Hydrolyse: condensatie andersom
- Additie:
− verschillende vormen van stereo-isomerie herkennen in een structuurformule:
bijvoorbeeld cis-trans bij vetzuren, D- en L-isomeren (enantiomeren) bij
koolhydraten;
- D-vorm koolhydraat: het onderste (laatste) chirale C-atoom staat naar rechts.
- L-vorm koolhydraat: het onderste (laatste) chirale C-atoom staat naar links.
Lipiden