Blok 2.4. Psychometrie: een inleiding
Hoofdstuk 2: Scaling
Kwesties aangaande numerieke waarden
Psychologische metingen kunnen gezien worden als een proces waarmee numerieke waarden
worden toegewezen om hoeveelheden van psychologische eigenschappen te representeren
(bijv. bij het kwantificeren van intelligentie). Het toewijzen van numerieke waarden aan
psychologische eigenschappen (bijv. man en vrouw een waarden van 0 en 1 toewijzen) kan er
voor zorgen dat psychologische eigenschappen op een andere manier gerepresenteerd worden,
afhankelijk van de aard van de numerieke waarden die gebruikt worden om een specifieke
eigenschap te representeren. Hierbij zijn vooral drie eigenschappen van numerieke
eigenschappen belangrijk, namelijk identiteit, volgorde en kwantiteit welke hieronder worden
besproken.
Identiteit. De meest fundamentele vorm van meting is de mogelijkheid of verschillen en
gelijkheden te identificeren. Hierbij moeten mensen ten minste in twee categorieën worden
ingedeeld waarbij mensen in deze categorieën van elkaar moeten verschillen om tot een van
de categorieën te kunnen behoren. Er zijn ook verschillende regels die gevolgd moeten
worden bij het indelen van mensen in categorieën, namelijk (1) mensen binnen een categorie
moeten eenzelfde eigenschap of identiteit bezitten, (2) de categorieën moeten mutually
exclusive zijn: wanneer een persoon is toegewezen tot de ene categorie, kan hij niet worden
toegewezen tot de andere categorie en (3) categorieën moeten exhaustive zijn: elke soorten
van de eigenschap of identiteit die je wilt meten moeten zijn eigen categorie hebben (bijv. de
categorie biologisch geslacht is exhaustive wanneer er de categorieën man en vrouw bestaan
omdat dit de enige twee opties zijn). Op dit level dienen numerieke waarden dus enkel als
labels of categorieën en worden de numerieke waarden gezien als nietsbetekenend als het gaat
over wiskundige betekenisvolheid.
Volgorde. De eigenschap van volgorde geeft meer informatie dan die over identiteit. Zoals
hierboven is genoemd geeft identiteit enkel informatie over of twee individuen gelijk aan
elkaar of verschillend van elkaar zijn, en niets meer. Wanneer numerieke waarden echter de
eigenschap van volgorde hebben, geven ze informatie over de relatieve hoeveelheid van
eigenschappen die mensen bezitten: volgorde laat zien hoe mensen relatief en ten opzichte
van elkaar verschillen in een of andere dimensie. Toch verteld volgorde ons verder niets over
de daadwerkelijke verschillen tussen personen (weten dat personen met label 3 slimmer zijn
dan personen met label 1 geeft ons verder geen informatie over hoeveel slimmer mensen met
label 3 zijn ten opzichte van mensen met label 1). Wanneer numerieke waarden gebruikt
worden om een volgorde te indiceren, dienen de numerieke net zoals bij identiteit wederom
als labels (mensen vallen in een groep met een bepaald label, alleen is er nu sprake van een
volgorde in de labels die mensen hebben: de labels zeggen iets over het gemeten construct).
Kwantiteit. Op dit level reflecteren numerieke waarde daadwerkelijke aantallen en
hoeveelheden. Hierbij wordt het getal 1 gebruikt om de grootte van de basis unit op schalen
aan te geven. Alle andere waarden zijn vermenigvuldigingen of breuken van 1. Elke
1
Hoofdstuk 2: Scaling
Kwesties aangaande numerieke waarden
Psychologische metingen kunnen gezien worden als een proces waarmee numerieke waarden
worden toegewezen om hoeveelheden van psychologische eigenschappen te representeren
(bijv. bij het kwantificeren van intelligentie). Het toewijzen van numerieke waarden aan
psychologische eigenschappen (bijv. man en vrouw een waarden van 0 en 1 toewijzen) kan er
voor zorgen dat psychologische eigenschappen op een andere manier gerepresenteerd worden,
afhankelijk van de aard van de numerieke waarden die gebruikt worden om een specifieke
eigenschap te representeren. Hierbij zijn vooral drie eigenschappen van numerieke
eigenschappen belangrijk, namelijk identiteit, volgorde en kwantiteit welke hieronder worden
besproken.
Identiteit. De meest fundamentele vorm van meting is de mogelijkheid of verschillen en
gelijkheden te identificeren. Hierbij moeten mensen ten minste in twee categorieën worden
ingedeeld waarbij mensen in deze categorieën van elkaar moeten verschillen om tot een van
de categorieën te kunnen behoren. Er zijn ook verschillende regels die gevolgd moeten
worden bij het indelen van mensen in categorieën, namelijk (1) mensen binnen een categorie
moeten eenzelfde eigenschap of identiteit bezitten, (2) de categorieën moeten mutually
exclusive zijn: wanneer een persoon is toegewezen tot de ene categorie, kan hij niet worden
toegewezen tot de andere categorie en (3) categorieën moeten exhaustive zijn: elke soorten
van de eigenschap of identiteit die je wilt meten moeten zijn eigen categorie hebben (bijv. de
categorie biologisch geslacht is exhaustive wanneer er de categorieën man en vrouw bestaan
omdat dit de enige twee opties zijn). Op dit level dienen numerieke waarden dus enkel als
labels of categorieën en worden de numerieke waarden gezien als nietsbetekenend als het gaat
over wiskundige betekenisvolheid.
Volgorde. De eigenschap van volgorde geeft meer informatie dan die over identiteit. Zoals
hierboven is genoemd geeft identiteit enkel informatie over of twee individuen gelijk aan
elkaar of verschillend van elkaar zijn, en niets meer. Wanneer numerieke waarden echter de
eigenschap van volgorde hebben, geven ze informatie over de relatieve hoeveelheid van
eigenschappen die mensen bezitten: volgorde laat zien hoe mensen relatief en ten opzichte
van elkaar verschillen in een of andere dimensie. Toch verteld volgorde ons verder niets over
de daadwerkelijke verschillen tussen personen (weten dat personen met label 3 slimmer zijn
dan personen met label 1 geeft ons verder geen informatie over hoeveel slimmer mensen met
label 3 zijn ten opzichte van mensen met label 1). Wanneer numerieke waarden gebruikt
worden om een volgorde te indiceren, dienen de numerieke net zoals bij identiteit wederom
als labels (mensen vallen in een groep met een bepaald label, alleen is er nu sprake van een
volgorde in de labels die mensen hebben: de labels zeggen iets over het gemeten construct).
Kwantiteit. Op dit level reflecteren numerieke waarde daadwerkelijke aantallen en
hoeveelheden. Hierbij wordt het getal 1 gebruikt om de grootte van de basis unit op schalen
aan te geven. Alle andere waarden zijn vermenigvuldigingen of breuken van 1. Elke
1