Inhoudsopgave:
- Type surveys
- Survey modes
- Item scores & scale scores
Hoe bereid je nou eigenlijk
die data voor die je gaat
analyseren?
Correlationeel
Correlationele data zijn overal, we kijken hierbij naar de samenhang (is er een verband,
pos/neg?)
Bijvoorbeeld: Customer satisfaction: knopjes met smileys: hoe klanttevreden ben je?
Different types of data:
- Bijvoorbeeld bij officiële instanties hebben we data (CBS)
Verschillende manieren genereren/verzamelen data
1. organisch: Onbewust: bijvoorbeeld stappen teller, je doet het en het verzameld data.
2. designed data: soms genereren we ook bewust data, dat heet designed data.
Administratief: belastingdienst bijvoorbeeld.
Organische data: Je genereert het zelf!
Transactional: bijvoorbeeld pinnen, geeft veel
data.
, Designed → Custom made
Organic → ready made
Correlational data (designed)
We willen iets weten over de populatie, we gaan proberen met de survey een kleine groep te
bekijken uit de populatie. Uiteindelijk hopen we iets over het grotere geheel/ de populatie te
kunnen zeggen (generaliseren).
Er zijn verschillende doelen die we zouden kunnen hebben:
- Beschrijven (CBS: “economic position of women has improved”).
- Causaliteit (veroorzaakt een het ander) (the first daughter effect voorbeeld).
- Voorspellen (voorbeeld van de election polls).
Survey manieren:
- Face-to-face (CAPI: computerassistent personalized interview): Iemand aan je deur
“wil je meedoen aan een onderzoek?”
- Mail (post): Bijvoorbeeld een brief van Gemeente over hoe tevreden iemand is, die
survey ’s moet je dan weer terugsturen (gebeurt steeds minder)
- Telephone (CATI: computer assistance telephone interview): Telefonisch
- Mixed-mode: combinatie, eerst post en daarna word je gebeld.
Waarom zoveel verschillende manieren van survey ‘s
- Degree of interviewer involvement (kostbare tijd, om van deur tot deur te gaan)
- Degree of interaction with respondent (als je voor iemands deur staat is het
moeilijker voor respondent om nee te zeggen).
- Degree of privacy (soms willen we gevoelige informatie weten, soms willen mensen
dit niet delen. → Vooral niet meteen aan de telefoon bijvoorbeeld. Per mail/post is
soms beter)
- Channels of communication: op welke manier kan ik het beste een bepaalde groep
berijken? (bijvoorbeeld blinde mensen?)
▪ Visueel:
▪ Auditief:
- Technology use: sommige landen hebben weinig mensen van de populatie geen
technologie.
, Vergelijkingstabel 4 type survey ’s
Kosten, hoe goed reageren mensen, hoeveel controle heeft onderzoeker over het interview,
zijn er interviewer effecten (het kan uitmaken hoe de vragen gesteld worden, wie
interviewer afneemt)
Moderate is gemiddeld
(hoeft niet uit je hoofd te
leren)
Survey modes in NL
- Populatie register (in Nederland is het goed op orde)
o Telephone surveys (Random Digit Dailing) not wildly used in NL.
- Mixed modes
o Brief van tevoren voor uitnodiging voor interview (vooraankondiging,
response rate hoger krijgen)
- Marktonderzoekers gebruiken willekeurige en niet-willekeurige steekproeven
o Kijken bijvoorbeeld naar twitter data.
o Bij niet willekeurige steekproeven is generalisatie wel een probleem
- Mixed-device survey ‘s
o Computer/ smartphone
▪ Vragenlijsten zien er anders uit. (Op telefoon kan het onoverzichtelijker
zijn dan op de computer)
Bij het kiezen van een survey is het belangrijk je keuzes te onderbouwen, waarom kies je
voor deze survey etc. Onderzoek is keuzes maken en deze onderbouwen!!
Mixed-Mode design/ mode-effect: Op verschillende manieren mensen benaderen. (via
Internet, of bij mensen thuis). Heeft wel effect over de resultaten.
, Cross-sectional and panel surveys
Panel surveys: instrument waarbij een grotere groep gebruikt wordt, die grotere groep wordt
meerdere keren bevraagd over de tijd heen. Hierdoor kunnen dingen zeggen over
ontwikkeling binnen personen over de tijd heen.
→ Onderwerpen blijven vaak hetzelfde maar er kunnen dingen bijgevoegd worden.
→ Voordelen: je kunt veranderingen binnen een persoon & causaliteit onderzoeken.
Ook kun je verschillende groepen kiezen in leeftijd, periode of kun je kijken naar:
Cohort effects: Twee groepen, bijv geboren in 1999 en 2001, en die dan vergelijken
met elkaar.
Potential errors panel surveys:
Attrition
- Drop-outs: mensen die niet meer meedoen na verloop van tijd
o Wanneer de drop-outs meer op elkaar lijken en verschillen van de mensen die
nog wel meedoen, dan is dat een vertekening van ons beeld. (nu is het meer en
subgroep die wordt onderzocht dan de populatie)
- Panel conditioning
o Oftewel learning effects: Als de vragen continu hetzelfde zijn, weten de
respondenten dit en zullen ze uit verveling misschien snel ongeveer hetzelfde
invullen. Ze gaan minder kritisch nadenken.
Oke → stap overslaan
“Wat nou als je de data hebt”
Je gaat operationaliseren:
Conceptuele definitie: Wat is volgends ons de betekenis van PTSD?
Operationele definitie: Hoe gaan wij PTSD toetsen?