Financieel management
eigen vermogen: verschil tussen de waarde van iemands bezittingen en schulden
balans: overzicht van bezittingen en schulden die op geld zijn gewaardeerd, op een
bepaald moment
=> linker- en rechterzijde moeten aan elkaar gelijk zijn
balans van [entiteit] per [datum]
bezittingen X eigen vermogen X–Y
schulden Y
X X
bezittingen = activa
schulden + eigen vermogen = passiva
balansposten: de afzonderlijke bezittingen en schulden op de balans
eenmanszaak: wanneer een natuurlijk persoon voor eigen rekening en risico een
onderneming drijft
jaarrekening: bestaat o.a. uit een balans
boekhoudkundige regel => zowel de activazijde als de passivazijde van de balans moeten
worden gesorteerd van boven naar beneden naar toenemende
liquiditeit
liquiditeit: de mate waarin iets snel in geld kan worden omgezet en kan worden besteed aan
andere dingen
aggregatiebeginsel: gelijksoortige bezittingen en gelijksoortige schulden worden
samengevoegd op de balans gezet
=> vaste activa: alle bezittingen die bedoeld zijn om de onderneming duurzaam te dienen
=> vlottende activa: overige bezittingen
schulden = vreemd vermogen: vermogen dat door derden aan de onderneming ter
beschikking is gesteld
lang vreemd vermogen: ter beschikking voor een periode van een jaar of meer
kort vreemd vermogen: ter beschikking voor een kortere periode
linkerzijde balans: aan welke goederen de organisatie het vermogen heeft besteed
=> kapitaalstructuur
rechterzijde balans: hoe de organisatie aan het geld is gekomen => vermogensstructuur
dualiteitsbeginsel: als er een positieve verandering plaatsvindt vindt gelijktijdig een negatieve
verandering plaats
betaling van de onderneming => uitgaven
betalingen aan de onderneming => ontvangsten
de uitgave leidt tot een uitstroom van geld, maar deze uitstroom van geld leidt in dat jaar niet
tot een even groot bedrag aan kosten => worden uitgespreid
opbrengsten en kosten bepalen uiteindelijk wel de omvang van de winst die in enig jaar
wordt verantwoord
eigen vermogen: verschil tussen de waarde van iemands bezittingen en schulden
balans: overzicht van bezittingen en schulden die op geld zijn gewaardeerd, op een
bepaald moment
=> linker- en rechterzijde moeten aan elkaar gelijk zijn
balans van [entiteit] per [datum]
bezittingen X eigen vermogen X–Y
schulden Y
X X
bezittingen = activa
schulden + eigen vermogen = passiva
balansposten: de afzonderlijke bezittingen en schulden op de balans
eenmanszaak: wanneer een natuurlijk persoon voor eigen rekening en risico een
onderneming drijft
jaarrekening: bestaat o.a. uit een balans
boekhoudkundige regel => zowel de activazijde als de passivazijde van de balans moeten
worden gesorteerd van boven naar beneden naar toenemende
liquiditeit
liquiditeit: de mate waarin iets snel in geld kan worden omgezet en kan worden besteed aan
andere dingen
aggregatiebeginsel: gelijksoortige bezittingen en gelijksoortige schulden worden
samengevoegd op de balans gezet
=> vaste activa: alle bezittingen die bedoeld zijn om de onderneming duurzaam te dienen
=> vlottende activa: overige bezittingen
schulden = vreemd vermogen: vermogen dat door derden aan de onderneming ter
beschikking is gesteld
lang vreemd vermogen: ter beschikking voor een periode van een jaar of meer
kort vreemd vermogen: ter beschikking voor een kortere periode
linkerzijde balans: aan welke goederen de organisatie het vermogen heeft besteed
=> kapitaalstructuur
rechterzijde balans: hoe de organisatie aan het geld is gekomen => vermogensstructuur
dualiteitsbeginsel: als er een positieve verandering plaatsvindt vindt gelijktijdig een negatieve
verandering plaats
betaling van de onderneming => uitgaven
betalingen aan de onderneming => ontvangsten
de uitgave leidt tot een uitstroom van geld, maar deze uitstroom van geld leidt in dat jaar niet
tot een even groot bedrag aan kosten => worden uitgespreid
opbrengsten en kosten bepalen uiteindelijk wel de omvang van de winst die in enig jaar
wordt verantwoord