Hoofdstuk 3 Kinderen en jongeren met een verstandelijke beperking
Definitie
Er moet aan 3 criteria worden voldaan om een diagnose te kunnen stellen;
- Significante beperkingen in het intellectuele functioneren Met intelligentie wordt de
algemene mentale functie en een brede capaciteit bedoeld.
- Significante beperkingen in het adaptieve functioneren hiermee wordt de effectiviteit en
mate bedoeld waarin iemand beantwoordt aan de eisen van persoonlijke onafhankelijkheid
en sociale verantwoordelijkheid , die verwacht wordt op een bepaalde leeftijd in een
bepaalde cultuur.
o Conceptuele vaardigheden lezen en begrip van geld etc.
o Sociale vaardigheden zelfwaardering en niet naïef zijn etc.
o Praktische vaardigheden vaardigheden mbt werk en persoonlijke zorg etc.
- Tijdens de ontwikkelingsperiode tussen geboorte en 18 jaar.
Hierbij zijn 5 aandachtspunten;
- Rekening houden met leeftijd en cultuur
- Kan ook komen door socioculturele en linguïstische achtergrond en problemen met
communicatie, het sensomotorisch functioneren en het gedrag
- Tekorten in ene domein gaan gepaard met sterktes in andere domein
- Doel van beschrijving is het maken van een profiel van nodige ondersteuning
- Functioneren van persoon kan met loop van de tijd verbeteren
Sociaal-ecologisch referentiekader
De definitie past in het sociaal-ecologisch referentiekader van de ICF. Dit kader wordt beschreven
vanuit 3 perspectieven;
- De mens als organisme, met eventuele stoornissen en afwijkingen in anatomische
eigenschappen of lichaamsfuncties
- Het menselijk handelen, met eventuele beperkingen in het uitvoeren van activiteiten
- De deelname aan de samenleving, met eventuele problemen in de participatie aan diverse
contexten
Het functioneren is een wisselwerking tussen de aandoening en persoonlijke en omgevingsfactoren.
De VN-conventie ziet een beperking als een afstemmingsprobleem tussen de beperkte en de
samenleving en niet als een individueel probleem. Dit betekent dat de samenleving moet helpen dat
deze persoon zo goed mogelijk kan participeren in de maatschappij.
Terminologie
De termen die gebruikt worden zijn een reflectie van de huidige sociale waarden en attitudes.
Verschillende landen gebruiken verschillende termen, dit kan verwarrend zijn. Soms vallen ‘minder
ernstige’ stoornissen onder dezelfde naamgeving als verstandelijke beperking bij het gebruik van
bepaalde begrippen.
Prevalentie
Er bestaan zeer uiteenlopende cijfers, maar twee grote onderzoeken komen op een prevalentie van
ongeveer 1%. De prevalentie ligt hoger bij schoolkinderen, dan bij volwassenen. 1.8% van de
volledige schoolbevolking volgt aangepast onderwijs van type 1 (licht) of type 2 (matig, ernstig en
diep). Mannen hebben net iets vaker als vrouwen een verstandelijke beperking. Mensen met een
licht verstandelijke beperking vormen de grootste groep. Ook de SES kan een rol spelen, in lagere
inkomstlanden komt een verstandelijke beperking vaker voor dan in hoge inkomstlanden. Dit heeft
o.a. te maken met de zorg en context die tijdens de zwangerschap aanwezig zijn. Door de
ontwikkelingen binnen de zorg komt een verstandelijke beperking minder vaak voor en worden
zwangerschappen vaker afgebroken. Aan de andere kant groeit de levensverwachting van iemand
met een handicap ook door de ontwikkelingen in de zorg, en daarmee ook de prevalentie.
Definitie
Er moet aan 3 criteria worden voldaan om een diagnose te kunnen stellen;
- Significante beperkingen in het intellectuele functioneren Met intelligentie wordt de
algemene mentale functie en een brede capaciteit bedoeld.
- Significante beperkingen in het adaptieve functioneren hiermee wordt de effectiviteit en
mate bedoeld waarin iemand beantwoordt aan de eisen van persoonlijke onafhankelijkheid
en sociale verantwoordelijkheid , die verwacht wordt op een bepaalde leeftijd in een
bepaalde cultuur.
o Conceptuele vaardigheden lezen en begrip van geld etc.
o Sociale vaardigheden zelfwaardering en niet naïef zijn etc.
o Praktische vaardigheden vaardigheden mbt werk en persoonlijke zorg etc.
- Tijdens de ontwikkelingsperiode tussen geboorte en 18 jaar.
Hierbij zijn 5 aandachtspunten;
- Rekening houden met leeftijd en cultuur
- Kan ook komen door socioculturele en linguïstische achtergrond en problemen met
communicatie, het sensomotorisch functioneren en het gedrag
- Tekorten in ene domein gaan gepaard met sterktes in andere domein
- Doel van beschrijving is het maken van een profiel van nodige ondersteuning
- Functioneren van persoon kan met loop van de tijd verbeteren
Sociaal-ecologisch referentiekader
De definitie past in het sociaal-ecologisch referentiekader van de ICF. Dit kader wordt beschreven
vanuit 3 perspectieven;
- De mens als organisme, met eventuele stoornissen en afwijkingen in anatomische
eigenschappen of lichaamsfuncties
- Het menselijk handelen, met eventuele beperkingen in het uitvoeren van activiteiten
- De deelname aan de samenleving, met eventuele problemen in de participatie aan diverse
contexten
Het functioneren is een wisselwerking tussen de aandoening en persoonlijke en omgevingsfactoren.
De VN-conventie ziet een beperking als een afstemmingsprobleem tussen de beperkte en de
samenleving en niet als een individueel probleem. Dit betekent dat de samenleving moet helpen dat
deze persoon zo goed mogelijk kan participeren in de maatschappij.
Terminologie
De termen die gebruikt worden zijn een reflectie van de huidige sociale waarden en attitudes.
Verschillende landen gebruiken verschillende termen, dit kan verwarrend zijn. Soms vallen ‘minder
ernstige’ stoornissen onder dezelfde naamgeving als verstandelijke beperking bij het gebruik van
bepaalde begrippen.
Prevalentie
Er bestaan zeer uiteenlopende cijfers, maar twee grote onderzoeken komen op een prevalentie van
ongeveer 1%. De prevalentie ligt hoger bij schoolkinderen, dan bij volwassenen. 1.8% van de
volledige schoolbevolking volgt aangepast onderwijs van type 1 (licht) of type 2 (matig, ernstig en
diep). Mannen hebben net iets vaker als vrouwen een verstandelijke beperking. Mensen met een
licht verstandelijke beperking vormen de grootste groep. Ook de SES kan een rol spelen, in lagere
inkomstlanden komt een verstandelijke beperking vaker voor dan in hoge inkomstlanden. Dit heeft
o.a. te maken met de zorg en context die tijdens de zwangerschap aanwezig zijn. Door de
ontwikkelingen binnen de zorg komt een verstandelijke beperking minder vaak voor en worden
zwangerschappen vaker afgebroken. Aan de andere kant groeit de levensverwachting van iemand
met een handicap ook door de ontwikkelingen in de zorg, en daarmee ook de prevalentie.