- Bias: verbuiging, vervorming, vertekening
- Confirmation bias: een cognitieve denkfout die uitlegt dat mensen de neiging hebben
om informatie te zoeken, te vinden, herinneren en te interpreteren wat aansluit bij hun
huidige overtuigingen, ideeën of gedachten.
- Information bias: een opgetreden fout in een meting van te onderzoeken parameters
of classificatie van patiënten.
- Fundamentele attributiefout: beïnvloedt en vervormt de toeschrijvingen die we doen.
Het omschrijft de neiging of aanleg om interne persoonlijke aanleg of motieven te
overschatten, bij het proberen het gedrag van anderen uit te leggen of te
interpreteren, met begrip voor het belang van de omgeving.
- Just world bias: ervan uitgaan dat "mensen krijgen wat ze verdienen" - dat acties
moreel eerlijke en passende gevolgen zullen hebben voor iemand. Mensen zijn
geneigd om te geloven in een eerlijke wereld: iedereen krijgt wat hem toekomt.
- Post hoc ergo propter hoc: Latijnse uitdrukking, en betekent letterlijk “hierna, dus
hierdoor of daarna, dus daardoor”. Er wordt verband gesuggereerd tussen twee feiten
die na elkaar gebeuren, zonder dat tussen die feiten ook maar enig verband hoeft te
bestaan.
- Representativiteitsfout (conjuction bias): een valkuil waarbij we aannemen dat
specifieke condities waarschijnlijker zijn dan een algemene conditie.
- Zero risk bias: een denkfout die plaatsvindt bij het nemen van een beslissing, waarbij
je hersenen de voorkeur geven aan een optie die ieder risico volledig tackelt. Je
verkiest een optie boven alternatieven die in theorie meer risico’s met zich mee
(kunnen) brengen, maar uiteindelijk ook tot betere resultaten (en het wegnemen van
andere risico’s) kunnen leiden.
- Base rate fallacy: wanneer er algemene en specifieke informatie wordt
gepresenteerd, men de neiging heeft om zich te richten op het specifieke en het
algemene en andere relevante informatie achterwege te laten waardoor de verkeerde
conclusie wordt getrokken.
- Framing: verschillend reageren op precies dezelfde situatie, afhankelijk van de
manier waarop die wordt voorgesteld.
- Priming: je herkent andere dingen en reageert anders door iets wat je eerder hebt
meegemaakt.
- Inductief redeneren: een bottom-up onderzoeksmethode. Hierbij onderzoek je of je op
basis van een specifieke observatie resultaten kunt generaliseren. Het proces bestaat
over het algemeen uit vier stappen: een observatie doen, data verzamelen, een
patroon ontdekken en een hypothese of theorie formuleren (generalisatie).
Op basis van informatie komt men tot een conclusie die aannemelijk is. Manier van
redeneren waar je algemene haalt uit het specifieke. Bottom-up methode van
onderzoek, je kijkt vanuit specifieke observatie of je een generalisatie kan vaststellen.