Het voordeel van de twijfel
De intieme en ondoordringbare belevingswereld
4.1 Andere geesten en conceptueel scepticisme
Joseph Weizenbaum ontwikkelde het computerprogramma ELIZA. Proefpersonen konden met
ELIZA praten via een chatprogramma, maar hadden hierbij geen idee dat het ging om een
computer i.p.v. een mens. ELIZA was geprogrammeerd naar het model van
psychotherapeutische gesprekken. Het programma lijkt in te haken op wat de gesprekspartner
te melden heeft. De proefpersonen raakten daardoor snel emotioneel betrokken bij ELIZA. De
ontdekking dat ELIZA een computer was, viel bij de meeste mensen dan ook rauw op hun dak.
Het probleem waar de proefpersonen tegenaan liepen, noemen we het probleem van ‘andere
geesten’. We interpreteren het gedrag van anderen in termen van bewustzijnsinhouden
waarmee we enkel bij onszelf vertrouwd zijn. We gaan er niet alleen van uit dat er een
buitenwereld bestaat, maar ook dat er in die buitenwereld mensen rondlopen die een mentaal
leven hebben dat lijkt op die van ons. Niet tot in de details, maar wel in grote lijnen. We zijn vaak
dan ook nieuwsgierig naar hoe andere mensen de wereld ervaren. Maar telkens wanneer we
vragen stellen over de binnenwereld of de belevingswereld van iemand anders lopen we tegen
het probleem aan dat we nooit rechtsreeks toegang hebben tot wat er zich in het bewustzijn van
een andere persoon bevindt of afspeelt. Wat we rechtstreeks kunnen waarnemen is verbaal of
non-verbaal gedrag, maar niet wat erachter steekt in zijn of haar geest. Omgekeerd is het zo dat
we exclusief toegang lijken te hebben tot onze eigen binnenwereld of belevingswereld. Dat dit
een fundamenteel probleem is, is bijvoorbeeld te zien aan hoe moeilijk het is om aan iemand die
niet vertrouwd is met een bepaald soort ervaring, die ervaring uit te leggen.
Dat de toegang die we hebben tot onze eigen belevingswereld van een totaal andere aard is dan
de toegang die we hebben tot de belevingswereld van andere personen, wordt in de filosofie het
probleem van ‘andere geesten’ genoemd. Dat probleem bestaat uit drie deelproblemen:
Het metafysisch probleem
Wat van alles wat zich buiten ons bevindt, heeft een bewustzijn en wat niet?
Zijn er soorten bewustzijn? Zijn er gradaties van bewustzijn? En zo ja, wat is
het criterium?
Het epistemologisch probleem
Kunnen we zeker weten dat anderen bewustzijn hebben? Kunnen we weten of
iemand anders dezelfde ervaringen heeft als wij?
Het conceptueel probleem
Hoe kunnen we de begrippen die we hanteren om ons eigen mentaal leven te
bevatten ooit gebruiken om het mentaal leven van iemand anders te
begrijpen? Hoe kan mijn concept van ‘pijn’ ooit verder reiken dan mijn ‘pijn’?
Bij het onderscheid tussen het metafysisch, het epistemologisch en het conceptueel
deelprobleem zijn filosofen het onderling oneens over de vraag welk van de drie nu het meest
fundamentele probleem is.
Het probleem van de belevingswereld is dat er een groot contrast is tussen onze eigen
bewustzijnsinhouden die we alleen zelf kunnen ervaren en de bewustzijnsinhouden van andere
mensen van wie we hoogstens het gedrag ‘rechtsreeks’ kunnen waarnemen en de
bewustzijnsinhouden alleen maar ‘onrechtstreeks’ kunnen afleiden.
De intieme en ondoordringbare belevingswereld
4.1 Andere geesten en conceptueel scepticisme
Joseph Weizenbaum ontwikkelde het computerprogramma ELIZA. Proefpersonen konden met
ELIZA praten via een chatprogramma, maar hadden hierbij geen idee dat het ging om een
computer i.p.v. een mens. ELIZA was geprogrammeerd naar het model van
psychotherapeutische gesprekken. Het programma lijkt in te haken op wat de gesprekspartner
te melden heeft. De proefpersonen raakten daardoor snel emotioneel betrokken bij ELIZA. De
ontdekking dat ELIZA een computer was, viel bij de meeste mensen dan ook rauw op hun dak.
Het probleem waar de proefpersonen tegenaan liepen, noemen we het probleem van ‘andere
geesten’. We interpreteren het gedrag van anderen in termen van bewustzijnsinhouden
waarmee we enkel bij onszelf vertrouwd zijn. We gaan er niet alleen van uit dat er een
buitenwereld bestaat, maar ook dat er in die buitenwereld mensen rondlopen die een mentaal
leven hebben dat lijkt op die van ons. Niet tot in de details, maar wel in grote lijnen. We zijn vaak
dan ook nieuwsgierig naar hoe andere mensen de wereld ervaren. Maar telkens wanneer we
vragen stellen over de binnenwereld of de belevingswereld van iemand anders lopen we tegen
het probleem aan dat we nooit rechtsreeks toegang hebben tot wat er zich in het bewustzijn van
een andere persoon bevindt of afspeelt. Wat we rechtstreeks kunnen waarnemen is verbaal of
non-verbaal gedrag, maar niet wat erachter steekt in zijn of haar geest. Omgekeerd is het zo dat
we exclusief toegang lijken te hebben tot onze eigen binnenwereld of belevingswereld. Dat dit
een fundamenteel probleem is, is bijvoorbeeld te zien aan hoe moeilijk het is om aan iemand die
niet vertrouwd is met een bepaald soort ervaring, die ervaring uit te leggen.
Dat de toegang die we hebben tot onze eigen belevingswereld van een totaal andere aard is dan
de toegang die we hebben tot de belevingswereld van andere personen, wordt in de filosofie het
probleem van ‘andere geesten’ genoemd. Dat probleem bestaat uit drie deelproblemen:
Het metafysisch probleem
Wat van alles wat zich buiten ons bevindt, heeft een bewustzijn en wat niet?
Zijn er soorten bewustzijn? Zijn er gradaties van bewustzijn? En zo ja, wat is
het criterium?
Het epistemologisch probleem
Kunnen we zeker weten dat anderen bewustzijn hebben? Kunnen we weten of
iemand anders dezelfde ervaringen heeft als wij?
Het conceptueel probleem
Hoe kunnen we de begrippen die we hanteren om ons eigen mentaal leven te
bevatten ooit gebruiken om het mentaal leven van iemand anders te
begrijpen? Hoe kan mijn concept van ‘pijn’ ooit verder reiken dan mijn ‘pijn’?
Bij het onderscheid tussen het metafysisch, het epistemologisch en het conceptueel
deelprobleem zijn filosofen het onderling oneens over de vraag welk van de drie nu het meest
fundamentele probleem is.
Het probleem van de belevingswereld is dat er een groot contrast is tussen onze eigen
bewustzijnsinhouden die we alleen zelf kunnen ervaren en de bewustzijnsinhouden van andere
mensen van wie we hoogstens het gedrag ‘rechtsreeks’ kunnen waarnemen en de
bewustzijnsinhouden alleen maar ‘onrechtstreeks’ kunnen afleiden.