‘Rechtshandeling en overeenkomst’
Hoofdstuk 2: totstandkoming
2.3 Het tot stand komen van overeenkomsten
Bij een meerzijdige rechtshandeling wordt de rechtshandeling steeds door twee of meer personen
verricht. Er zijn dan tenminste twee wilsverklaringen nodig, die op elkaar aansluiten: aanbod en
aanvaarding (art. 6:217-6:225 BW). Als een verklaring over het aanbod niet overeenstemt met de wil
van degene die verklaart, is art. 3:35 (gerechtvaardigd vertrouwen) van belang voor de vraag of het
aanbod tot stand komt. De meeste bepalingen over aanbod en aanvaarding bevatten aanvullend
recht: uit het aanbod, een andere rechtshandeling of een gewoonte kan iets anders voorvloeien (art.
6:217 lid 2 BW).
Het aanbod
Aan het moment dat partijen het eens zijn over de overeenkomst, gaat vaak een periode van
onderhandelen vooraf, veelal aangeduid als de ‘precontractuele fase’. Art. 6:217 lid 1 BW
veronderstelt dat in deze fase op enig moment een aanbod en op een ander moment een
aanvaarding is aan te wijzen: ‘een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en aanvaarding
daarvan’.
Wat is een aanbod?
Van een aanbod is sprake wanneer een voorstel tot het sluiten van een overeenkomst wordt gedaan,
dat alle essentiële elementen van die overeenkomst bevat, en op grond waarvan de wederpartij met
een enkel ‘ja’ – de aanvaarding – de overeenkomst tot stand kan doen komen. Een aanbod is een
eenzijdige gerichte rechtshandeling.
Het openbare aanbod
Het aanbod kan, behalve tot een of meer bepaalde personen, ook gericht zijn tot het publiek middels
advertenties, reclameborden etc. Men spreekt dan van een openbaar aanbod.
De uitnodiging om in onderhandeling te treden
Het initiatief in de precontractuele fase dat geen aanbod is, wordt beschouwd als een uitnodiging om
in onderhandeling te treden; zijn de onderhandelingen reeds gaande, dan spreekt men van een
uitnodiging tot het doen van een aanbod. Hieraan zijn in het algemeen geen rechtsgevolgen
verbonden. Bepalend wat de strekking van een voorstel is en of er sprake is van een aanbod of niet,
blijkt uit wat de afzender heeft verklaard en wat zijn wederpartij in de gegeven omstandigheden uit
die verklaring heeft mogen afleiden (art. 3:33 en art. 3:35).
In het arrest Hofland/Hennis is bepaald dat een advertentie, waarin een individueel bepaalde zaak
voor een bepaalde prijs te koop wordt aangeboden, zich er in beginsel niet toe leent om door
eventuele gegadigden anders te worden opgevat dan als een uitnodiging om in onderhandeling te
treden, waarbij niet alleen prijs en eventuele verdere voorwaarden van de koop, maar ook de
persoon van de gegadigde van belang kunnen zijn.
De inhoud van het aanbod
Wat de inhoud van het aanbod is, dient te worden bepaald aan de hand van de wilsvertrouwensleer.
Aantastbaarheid van het aanbod
Volgens art. 6:218 is een aanbod geldig, nietig of vernietigbaar overeenkomstig de regels voor
meerzijdige rechtshandelingen. De voor de overeenkomst geschreven gronden van vernietigbaarheid