Toets: 80 ja/nee vragen
Literatuur: medische basiskennis
Bijeenkomst 1: Introductie & Inleiding
Anatomie: besturing van inwendige en uitwendige structuren en de fysieke relaties tussen
lichaamsdelen.
Fysiologie: functioneren van anatomische structuren, studie van de levende organisme.
Pathologie= ziekteleer, bestuderen van de effecten van ziekte op het functioneren van organen of
het lichaam.
Chronische ziekte: irreversibele ziekte die een lange tijd voortduurt (6 weken tot 6 maanden)
- Levensbedreigende ziekten (kanker)
- Aandoeningen die tot periodiek terugkerende klachten leiden (astma)
- Aandoeningen die progressief verslechteren (reuma)
- Psychiatrische ziekte (dementie)
Nederland 1/3 een chronische ziekte
Boven 65 jaar 70% van de mensen
Meer vrouwen dan mannen met chronische ziekte (onder andere doordat vrouwen ouder worden)
Morbiditeit: ziektecijfer
Multimorbiditeit: meer dan 1 chronische ziekte bij een individu
- Concurrentie of co-occurring multi-morbiditeit toeval, niet verklaarbaar verband (COPD en
rugklachten)
- Cluster multi morbiditeit statistisch verband zonder nadere inhoudelijke verklaring , de
ene ziekte vergroot de kans op de andere ziekte (artrose + hart en vaatziekten)
- Causale multi-morbiditeit 2 ziektes hebben dezelfde risicofactor (overgewicht diabetes
mellitus en artrose)
Co-morbiditeit: extra aandoening bij mensen die al een ziekte hebben zogenaamde index ziekte. Er
zijn meerdere ziektes gerelateerd aan de chronische aandoening.
Verklaringen toename chronische aandoeningen:
- vergrijzing
- toenemende aandacht aan chronische aandoeningen, artsen sporen het sneller en vaker op
- effectievere behandeling dus langere overleving bij mensen met een chronische ziekte
ICF: ontwikkelt door de WHO, taal waarmee het mogelijk is het functioneren van mensen en de
eventuele problemen die mensen in het functioneren ervaren te beschrijven plus de factoren die op
dat functioneren van invloed zijn. Standaardtaal en een schema van de mens. Kan gebruikt worden
om doelstelling beweegadvies te geven.