Vroege volwassenheid en middelbare volwassenheid
1. Welke antwoord hoort bij de vroege volwassenheid?
a) De kans op sterven door een ongeluk in het verkeer is kleiner dan andere
oorzaken
b) Mensen zijn tussen de 16 tot 30 jaar oud
c) De zintuigen zijn gevoeliger dan ooit
2. Wat hoort NIET bij een gezonde voedingsschema?
a) Eet plantaardige producten
b) Vermijd voedselverspilling
c) Eet ultrabewerkte voeding
3. Stress hanteren door positiever te kijken naar iets. Dit hoort bij?
a) Probleemgerichte coping
b) Emotiegerichte coping
c) Defensieve coping
4. Wat hoort volgens Piaget bij vroeg volwassenheid?
a) Identiteit vs rolverwarring
b) Vlijt vs minderwaardigheid
c) Integriteit vs wanhoop
d) Intimiteit vs isolement
e) Generativiteit vs stagnatie
5. Denken in goed of fout. Dit hoort bij?
a) Dialectisch denken
b) Dualistisch denken
c) Praktisch denken
6. Welk stadium hoort bij jongvolwassenheid?
a) Verwervend stadium
b) Ondernemen stadium
c) Reïntegratief stadium
d) Verantwoordelijk stadium
e) Uitvoerend stadium
7. Welk component van intelligentie gaat over de relatie tussen intelligentie en
ervaringen?
a) Contextuele component
b) Experimentele component
c) Componentiele component
8. Wat is secundaire veroudering?
a) De natuurlijke lichamelijke achteruitgang veroorzaakt door het ouder worden.
b) De lichamelijke aftakeling door omgevingsfactoren of individueel gedrag.
, c) Ouderdom door psychologische symptomen, zoals eenzaamheid en angst.
9. Wat is GEEN aangeboren psychologische basisbehoefte?
a) Competentie
b) Autonomie
c) Relationele verbondenheid
d) Carrièremogelijkheden
10. Welk stadia hoort bij de allereerste ontmoeting van relaties?
a) Stimulusstadia
b) Waardestadium
c) Rolstadium
11. Lager opgeleide jongens en meisjes hebben meer ervaring met seks dan hoger
opgeleide jongens en meisjes.
a) Juist
b) Onjuist
12. Wat is homogamie?
a) Een stel met personen van allebei hetzelfde geslacht
b) Een partner met dezelfde leeftijd, etniciteit, religie en opleiding
c) Een partner met een hogere status en lengte
13. Een gezonde, positieve, vertrouwde relatie. Dit past bij?
a) Vermijdend gehecht
b) Ambivalent gehecht
c) Veilig gehecht
d) Angstig gehecht
14. Wat gebeurt er na 55e leeftijd bij de lengte van vrouwen en mannen?
a) Vrouwen verliezen meer cm dan mannen
b) Mannen verliezen meer cm dan vrouwen
c) Mannen en vrouwen verliezen evenveel cm
15. Wat is een ander woord voor presbyopie?
a) Glaucoom
b) Groene staar
c) Verziendheid
d) Gezichtsscherpte
e) Ouderdomshardhorenheid
16. Hoe ouder je wordt, hoe langer de reactie tijd.
a) Juist
b) Onjuist
17. Wat is het duidelijkste kenmerk van de menopauze?
a) De hormoonproductie begint te veranderen
b) De vaginawand word dunner en minder elastisch