Week 2
2. Week 2 – Rechtsgevolgen van overeenkomsten: uitleg en aanvulling
2.1 Belangrijke data
5 t/m 8 september 2016 Bestuderen literatuur, jurisprudentie Voorbereiden
weekopdrachten
12 september 2016 – 11.00 uur Hoorcollege
13 t/m 16 september 2016 Werkgroepen (voor tijdstip en actuele zaal, zie rooster.vu.nl)
2.2 Korte omschrijving van de inhoud
In deze week gaan we in op de vraag wat er moet gebeuren wanneer contractpartijen met elkaar van mening
verschillen over de vraag wat precies de inhoud van de overeenkomst is. Denkbaar is namelijk dat zij een
bepaling in de overeenkomst op verschillende wijze interpreteren, in welk geval de overeenkomst zal moeten
worden uitgelegd. Ook is denkbaar dat de overeenkomst een leemte bevat – en of dat zo is, is eveneens een
vraag van uitleg – in welk geval de overeenkomst zal moeten worden aangevuld met behulp van de wet, de
gewoonte of de redelijkheid en billijkheid. Wat precies onder “uitleg” en “aanvulling” van overeenkomsten
moet worden verstaan, hoe dat precies in zijn werk gaat en welke verschillen en overeenkomsten er tussen
deze leerstukken bestaan, zijn vragen die in deze week centraal staan.
In dat verband zal in het bijzonder aandacht worden besteed aan de (aanvulling op grond van de wet van de)
koopovereenkomst. De koopovereenkomst is als een bijzondere overeenkomst geregeld in Boek 7, Titel 1
BW. Daarin worden voor de koop regels gegeven die soms een nadere uitwerking zijn van de algemene
bepalingen van het overeenkomstenrecht, maar die soms ook van die algemene bepalingen afwijken. Deze
week zullen we stilstaan bij de belangrijkste rechten en verplichtingen van partijen die met elkaar een
koopovereenkomst (willen) sluiten. Wat voegen de bepalingen van Boek 7.1 BW toe aan de bepalingen van
het algemene overeenkomstenrecht? In hoeverre wordt er van die bepalingen afgeweken en waarom? Een
invalshoek die in dat kader zal worden gekozen, is het onderscheid tussen consumentenkopers en
professionele kopers. Vanuit de gedachte van bescherming van de zwakkere partij, gelden voor de
consumentenkoop soms bijzondere regels die de positie van de consument versterken. Deze regels zijn veelal
van dwingend recht.
2.3 Voorbereiding op het hoorcollege en de werkgroep: algemene instructie
• Lees eerst par. 3 (‘Opzet, planning en organisatie van het onderwijsleerproces’) van de
Cursushandleiding Contractenrecht 2016-2017 (zie Blackboard onder map Cursusinformatie). Lees
vooral par. 3.2 (‘Zelfstudie en opdrachten’).
• Bestudeer vervolgens de literatuur en jurisprudentie die staat opgesomd in par. 2.4 en 2.5 hieronder. De
in par. 2.6 hieronder opgesomde zelfstudiehulpvragen kunnen hierbij behulpzaam zijn.
2.4 Voorbereiding op het hoorcollege en de werkgroep: te bestuderen literatuur
• Rechtshandeling & Overeenkomst
- hoofdstuk 2, nr. 45 (verplicht);
- hoofdstuk 6, nr. 238 (verplicht);
- hoofdstuk 7, nrs. 259-262, 264-267, 269-271, 273-277 en 282 (verplicht) en nrs. 263 en 295-297
(alleen aanbevolen).
• Verbintenissenrecht Algemeen
- hoofdstuk 1, nrs. 26, 28-29 (verplicht) en nr. 27 (alleen aanbevolen).
,Contractenrecht 2016/2017
• Koop en consumentenkoop
- hoofdstuk 1, par. 1.4 (verplicht);
- hoofdstuk 2, par. 2.1-2.3, 2.7 (verplicht);
- hoofdstuk 4, par. 4.1-4.3 (t/m blz. 99), 4.5 (t/m blz. 107) en 4.6 (verplicht) en par. 4.4 (alleen
aanbevolen);
- hoofdstuk 5, par. 5.1-5.2 (verplicht);
- hoofdstuk 8, par. 8.1-8.2 (verplicht) en par. 8.3 (alleen aanbevolen).
• M.H. Wissink, ‘Vertrouwen op tekstuele uitleg’, in: T. de Boer e.a. (red.), Strikwerda’s conclusies,
Deventer: Kluwer 2012, p. 585-601, tevens verschenen in Overeenkomst in de Rechtspraktijk, p. 2633
(alleen aanbevolen).
• Annotatie C.J.H. Brunner bij HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158, NJ 1981, 635
(Ermes/Haviltex) (verplicht).
• Annotatie C.E. du Perron bij HR 20 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1427, NJ 2005/493 (Stichting
Pensioenfonds DSM/Fox) (verplicht).
• Annotatie T.F.E. Tjong Tjin Tai bij HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9854, NJ 2012/685 (De
Ronde Venen/Stedin) (alleen aanbevolen).
• Annotatie Jac. Hijma bij HR 7 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:260 (Afvalzorg c.s./Slotereind), NJ
2015/274 (alleen aanbevolen).
Het artikel van Wissink is verkrijgbaar via de (elektronische) universiteitsbibliotheek (www.ub.vu.nl). Dat
geldt ook voor de annotaties. Deze zijn tevens opgenomen in: Arresten burgerlijk recht met annotaties,
verzameld door T.A.W. Sterk, Deventer: Kluwer 2015, met uitzondering van de annotatie van Hijma bij het
arrest Afvalzorg c.s./Slotereind.
2.5 Voorbereiding op het hoorcollege en de werkgroep: te bestuderen jurisprudentie
• HR 17 december 1976, ECLI:NL:HR:1976:AC5835, NJ 1977/241 (Bunde/Erckens).
Uitleg van de overeenkomst
• HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158, NJ 1981, 635 (Ermes/Haviltex).
Haviltex-maatstaf
• HR 20 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1427, NJ 2005/493 (Stichting Pensioenfonds DSM/Fox).
CAO- en Haviltex-maatstaf
• HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9854, NJ 2012/685 (De Ronde Venen/Stedin).
Opzegging duurovereenkomst
• HR 5 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY8101, NJ 2013/214 (Lundiform/Mexx).(*)
Uitleg commerciële contracten
• HR 7 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:260, NJ 2015/274 (Afvalzorg c.s./Slotereind).(*)
Uitleg commerciële contracten
Al deze arresten zijn verkrijgbaar via de (elektronische) universiteitsbibliotheek (www.ub.vu.nl). De arresten
zijn tevens opgenomen in: Arresten burgerlijk recht met annotaties, verzameld door T.A.W. Sterk, Deventer:
Kluwer 2015, met uitzondering van de arresten voorzien van een (*).
2.8 Verplichte opdrachten voor de werkgroep
Opdracht ‘Casus Diederik en Ferenc’
Diederik en Ferenc zijn huisgenoten in woongroep Rijnland te Den Haag en studeren rechten in Rotterdam.
Zij willen iets naast hun studie gaan doen en besluiten op een avond een broodjeszaak met bezorgservice
(‘Midas Broodjesexpres’) te beginnen. Met het oog daarop zijn zij van plan twee snelle brommers aan te
schaffen. Op 12 maart 2014 gaan zij naar rijwielhandelaar Van der Genugten in Rotterdam-Alexanderpolder,
specialist in brommers en scooters. Nadat Van der Genugten, eigenaar van de winkel, enkele modellen heeft
laten zien, wijst hij Diederik en Ferenc op een net binnengekomen brommer, de Habrilia RTX. Deze
, Contractenrecht 2016/2017
brommer is met een ultralicht aluminiumframe en een “snelstartfunctie” een snel, hip en betrouwbaar model,
stelt de winkelier. Diederik vraagt aan Van der Genugten wat de snelstartfunctie inhoudt, waarop Van der
Genugten antwoordt dat men daarmee de brommer kan laten starten, zonder de sleutel in het contactslot te
hoeven steken. De prijs per brommer is € 2.600,-. Diederik en Ferenc hadden nog wel verdere vragen willen
stellen, maar moeten zich haasten naar een college. Zij hakken daarom ter plekke de knoop door en geven
aan € 2.600,- een prima prijs te vinden voor zo’n luxe brommer, waarop Van der Genugten een simpele
overeenkomst opstelt, waarin niet meer staat dan:
“Koop: 2 brommers van het merk Habrilia type RTX met snelstartfunctie.
Totaal prijs: € 5200,-. Te leveren uiterlijk tien dagen na de verkoopdatum.”
Eenmaal thuis aangekomen leest Diederik de overeenkomst van Van der Genugten nog eens door. Hij vraagt
zich af of met de twee regels, die daarin staan (“Koop: 2 brommers van het merk Habrilia type RTX met
snelstartfunctie.”, “Totaal prijs: € 5200,-. Te leveren uiterlijk tien dagen na de verkoopdatum.”) wel alles is
geregeld. Er staat bijvoorbeeld niets in de overeenkomst opgenomen over verstrekking van een
eigendomsbewijs bij de brommers of over de plek waar de levering plaatsvindt.
Vraag 1
Kunt u Diederik adviseren over de vraag of de overeenkomst tussen de beide studenten en Van der Genugten
“compleet” is, nu over de verstrekking van een eigendomsbewijs bij de brommers en over de plek waar de
levering plaatsvindt kennelijk niets tussen partijen is overeengekomen?
Er is sprake van een koopovereenkomst als in art. 7:1 BW, omdat er is betaald
Leerstuk van de aanvulling, art. 6:248 BW
- Er is sprake van een leemte in de overeenkomst, omdat er tijdens de onderhandelingen niet is gesproken
over een leveringsplaats, eigendomsbewijs etc.
Wat betreft het eigendomsbewijs moet worden gekeken naar 7:9 BW
- Op grond van art. 7:9 BW is de verkoper verplicht het eigendom (van de brommers) over te dragen.
Wat betreft de levering van de brommers moet worden gekeken naar art. 6:41 sub b BW
- Het gaat om brommers van het merk Habrilia, dus gaat het om een soort bepaalde zaak
- Dus de brommers moeten worden afgeleverd waar de schuldenaar zijn beroep heeft uitgeoefend, dus in de
winkel zelf
Conclusie:
- De overeenkomst tussen beide studenten en Van der Genugten is compleet doordat de overeenkomst wordt
aangevuld door de wet
(Vervolg casus)
Neem aan dat het binnen de Rotterdamse tweewielerbranche gebruik is (gewoonte) om nieuwe brommers
steeds met een volle tank af te leveren, zonder de kosten daarvan in rekening te brengen. Neem voorts aan
dat Van der Genugten de brommers evenwel met een lege tank aan Diederik en Ferenc aflevert. Diederik en
Ferenc zijn verbaasd en verbolgen (pissig) over deze gang van zaken.
Vraag 2
Kunnen Diederik en Ferenc er bij Van der Genugten aanspraak op maken dat deze beide brommers alsnog
van een volle tank brandstof voorziet?