Samenvatting Groepsdynamica
, De kwaliteit van een groep wordt beïnvloed door twee factoren: positieve normen en
hoge cohesie. Groepsnormen zijn van groot belang, omdat leden van een groep zich
hieraan moeten houden om erbij te horen. Er zijn interne groepsnormen die de
groepsleden moeten naleven, en externe groepsnormen die betrekking hebben op
school, docenten en leren.
Groepscohesie ontstaat als gevolg van verschillende factoren, zoals de omvang van
de groep, druk van buitenaf, de aantrekkelijkheid van de groep, succes en populaire
leiders. Er zijn vier soorten klassen: positieve normen en hoge cohesie, positieve
normen en lage cohesie, negatieve normen en lage cohesie, en negatieve normen en
hoge cohesie.
Hoofdstuk 1 van "De 5 rollen van de leraar" benadrukt het belang van zichtbaar
gedrag en bewustzijn van eigen gedrag. De rol van de leraar is gebaseerd op vijf
principes: contact, begeleiding in ontwikkeling, overdracht van lesstof, uitdaging om
zelfstandig te leren en vrijheid om te leren. De rol van de leraar is verdeeld in vijf
rollen: gastheer, presentator, didacticus, pedagoog en afsluiter.
Het Drieslag model bestaat uit drie stappen: het benoemen van wat je ziet, het
uitleggen van de regels en het benoemen van gewenst gedrag. De 5 didactische
vaardigheden van Kounin omvatten continu signaal, alertheid, overlapping, het
bijhouden van de klas en het delegeren van verantwoordelijkheid aan leerlingen. Het
is belangrijk om strategisch consequent te zijn en te reageren op de behoeften en
gevoelens van leerlingen.
Verder zijn hier nog een aantal tips om om te gaan met verstoring van de orde:
1. Blijf rustig en blijf kalm praten, verhef je stem niet.
2. Vermijd machtsstrijd en confrontaties, probeer de leerling te begrijpen en te
luisteren naar zijn of haar kant van het verhaal.
3. Gebruik non-verbale communicatie, zoals oogcontact, om de aandacht te
trekken en de leerling te laten weten dat je hem of haar hoort.
4. Maak gebruik van positieve bekrachtiging door de aandacht te richten op de
leerlingen die zich wel goed gedragen.
5. Geef duidelijke instructies en regels, zodat de leerlingen weten wat er van hen
wordt verwacht.
6. Maak gebruik van consequenties bij ongewenst gedrag, zoals een time-out of
een gesprek na de les.
7. Werk samen met de ouders om het gedrag van de leerling te verbeteren.
, De kwaliteit van een groep wordt beïnvloed door twee factoren: positieve normen en
hoge cohesie. Groepsnormen zijn van groot belang, omdat leden van een groep zich
hieraan moeten houden om erbij te horen. Er zijn interne groepsnormen die de
groepsleden moeten naleven, en externe groepsnormen die betrekking hebben op
school, docenten en leren.
Groepscohesie ontstaat als gevolg van verschillende factoren, zoals de omvang van
de groep, druk van buitenaf, de aantrekkelijkheid van de groep, succes en populaire
leiders. Er zijn vier soorten klassen: positieve normen en hoge cohesie, positieve
normen en lage cohesie, negatieve normen en lage cohesie, en negatieve normen en
hoge cohesie.
Hoofdstuk 1 van "De 5 rollen van de leraar" benadrukt het belang van zichtbaar
gedrag en bewustzijn van eigen gedrag. De rol van de leraar is gebaseerd op vijf
principes: contact, begeleiding in ontwikkeling, overdracht van lesstof, uitdaging om
zelfstandig te leren en vrijheid om te leren. De rol van de leraar is verdeeld in vijf
rollen: gastheer, presentator, didacticus, pedagoog en afsluiter.
Het Drieslag model bestaat uit drie stappen: het benoemen van wat je ziet, het
uitleggen van de regels en het benoemen van gewenst gedrag. De 5 didactische
vaardigheden van Kounin omvatten continu signaal, alertheid, overlapping, het
bijhouden van de klas en het delegeren van verantwoordelijkheid aan leerlingen. Het
is belangrijk om strategisch consequent te zijn en te reageren op de behoeften en
gevoelens van leerlingen.
Verder zijn hier nog een aantal tips om om te gaan met verstoring van de orde:
1. Blijf rustig en blijf kalm praten, verhef je stem niet.
2. Vermijd machtsstrijd en confrontaties, probeer de leerling te begrijpen en te
luisteren naar zijn of haar kant van het verhaal.
3. Gebruik non-verbale communicatie, zoals oogcontact, om de aandacht te
trekken en de leerling te laten weten dat je hem of haar hoort.
4. Maak gebruik van positieve bekrachtiging door de aandacht te richten op de
leerlingen die zich wel goed gedragen.
5. Geef duidelijke instructies en regels, zodat de leerlingen weten wat er van hen
wordt verwacht.
6. Maak gebruik van consequenties bij ongewenst gedrag, zoals een time-out of
een gesprek na de les.
7. Werk samen met de ouders om het gedrag van de leerling te verbeteren.