Toetsdoelen Levensfasen Periode 3
Babytijd fysieke ontwikkeling
Benoemt de 4 principes van de fysieke ontwikkeling van de baby
o Cefalocaudaal principe: Het principe dat groei een patroon vormt
dat begint met het hoofd en de bovenste lichaamsdelen en zich
vervolgend uitstrekt naar de rest van het lichaam.
o Proximodistaal principe: Het principe dat de ontwikkeling zich vanuit
het centrum van ons lichaam naar buiten toe voltrekt.
o Principe van hiërarchische integratie: Het principe dat eenvoudige
vaardigheden zich doorgaans afzonderlijk en onafhankelijk van
elkaar ontwikkelen, maar later geïntegreerd worden in complexe
vaardigheden.
o Principe van onafhankelijkheid van systemen: Het principe dat
verschillende lichaamssystemen een verschillend groeitempo
kennen.
Babytijd cognitieve ontwikkeling
Benoemt de belangrijke elementen uit Piagets theorie (schema, adaptie,
assimilatie, accommodatie) en past deze toe in een casus.
o Schema: Mentale structuur of programma dat de ontwikkeling van
het denken aanstuurt.
o Adaptie: De eigenschap om zich aan te passen aan de omgeving.
o Assimilatie: Het proces waarmee mensen ervaring interpreteren aan
de hand van hun huidige cognitieve ontwikkelingsstadium en
denkwijze.
o Accomodatie: Veranderingen in onze bestaande manieren van
denken of ons gedrag in reactie op ontmoetingen met nieuwe
stimuli of gebeurtenissen.
Onderscheidt de ontwikkeling in de sensomotorische fase volgens Piaget
aan de hand van de 6 substadia en benoemt de bijbehorende
verworvenheden.
o Substadium 1: Eenvoudige reflexen (0-1 maand)
Aangeboren reflexen vormen zich, zoals het zuigreflex.
o Substadium 2: Eerste gewoonten en primaire circulaire reacties (1-4
maanden)
Er vinden afzonderlijke acties plaats en circulaire reacties; iets vaker
doen omdat het leuk is.
o Substadium 3: Secundaire circulaire reacties (4-8 maanden)
De cognitieve horizon wordt verlegt naar buiten zichzelf en ze gaan
hun stem meer gebruiken.
o Substadium 4: Coördinatie van secundaire circulaire reacties (8-12
maanden)
Schema’s worden gecombineerd om een bepaald probleem op te
lossen. Ook ontwikkelt zich objectpermanentie.
o Substadium 5: Tertiaire circulaire reacties (12-18 maanden)
Ze voeren mini-experimenten uit om de verschillende consequenties
te zien.
Babytijd fysieke ontwikkeling
Benoemt de 4 principes van de fysieke ontwikkeling van de baby
o Cefalocaudaal principe: Het principe dat groei een patroon vormt
dat begint met het hoofd en de bovenste lichaamsdelen en zich
vervolgend uitstrekt naar de rest van het lichaam.
o Proximodistaal principe: Het principe dat de ontwikkeling zich vanuit
het centrum van ons lichaam naar buiten toe voltrekt.
o Principe van hiërarchische integratie: Het principe dat eenvoudige
vaardigheden zich doorgaans afzonderlijk en onafhankelijk van
elkaar ontwikkelen, maar later geïntegreerd worden in complexe
vaardigheden.
o Principe van onafhankelijkheid van systemen: Het principe dat
verschillende lichaamssystemen een verschillend groeitempo
kennen.
Babytijd cognitieve ontwikkeling
Benoemt de belangrijke elementen uit Piagets theorie (schema, adaptie,
assimilatie, accommodatie) en past deze toe in een casus.
o Schema: Mentale structuur of programma dat de ontwikkeling van
het denken aanstuurt.
o Adaptie: De eigenschap om zich aan te passen aan de omgeving.
o Assimilatie: Het proces waarmee mensen ervaring interpreteren aan
de hand van hun huidige cognitieve ontwikkelingsstadium en
denkwijze.
o Accomodatie: Veranderingen in onze bestaande manieren van
denken of ons gedrag in reactie op ontmoetingen met nieuwe
stimuli of gebeurtenissen.
Onderscheidt de ontwikkeling in de sensomotorische fase volgens Piaget
aan de hand van de 6 substadia en benoemt de bijbehorende
verworvenheden.
o Substadium 1: Eenvoudige reflexen (0-1 maand)
Aangeboren reflexen vormen zich, zoals het zuigreflex.
o Substadium 2: Eerste gewoonten en primaire circulaire reacties (1-4
maanden)
Er vinden afzonderlijke acties plaats en circulaire reacties; iets vaker
doen omdat het leuk is.
o Substadium 3: Secundaire circulaire reacties (4-8 maanden)
De cognitieve horizon wordt verlegt naar buiten zichzelf en ze gaan
hun stem meer gebruiken.
o Substadium 4: Coördinatie van secundaire circulaire reacties (8-12
maanden)
Schema’s worden gecombineerd om een bepaald probleem op te
lossen. Ook ontwikkelt zich objectpermanentie.
o Substadium 5: Tertiaire circulaire reacties (12-18 maanden)
Ze voeren mini-experimenten uit om de verschillende consequenties
te zien.