hoofdstuk 5 typen stedebouwkundige regelgeving - actuele voorbeelden
inleiding
er wordt een indeling gemaakt in drie typen regelgeving. deze indeling is gebaseerd op een oplopende
schaal van regels die relatief weinig vastleggen naar regels die veel vastleggen en voorschrijven :
- zonering (zoning) : het vastleggen van omvang, positie en volume
- richtlijnen (guidelines) : het richting geven aan, het aansporen tot een bepaalde uitwerking
- typologische codes (typological codes) : het voorschrijven van typologische kenmerken
in nederland is er altijd een zonderingcomponent aanwezig, die in een bestemmingsplan wordt
vastgelegd
zonering
bij zonering gaat het om regels aangaande de ruimtelijke positie en het volume van de gebouwen.
dergelijke regels kunnen zaken kwantitatief vastleggen en de marges aangeven, bijvoorbeeld de positie
van bebouwing, de afmetingen, de programmatische inhoud en het volume. zoneringsregels hebben
allereerst betrekking op bebouwingsgrenzen en bouwhoogtes. wat hierover in regels wordt
vastgelegd, heeft grote invloed op de stedebouwfysische eigenschappen van de openbare ruimte,
omdat de profielen erdoor worden bepaald. vroeg of laat doen alle plannen hierover een uitspraak, op
de stedebouwkundige plankaart, in het bestemmingsplan of in de vorm van het stedebouwkundige
matenplan
bekende voorbeelden van zonering waarbij dynamisch grenzen worden gesteld aan de omvang van
gebouwen, zijn de zoning laws, zoals toegepast in de vs. deze werken volgens het principe dat men vrij
mag bouwen totdat de positie van anderen of het algemeen belang in het geding komt. in chicago
(1893) en new york (1916) moesten individuele bouwplannen de ruimte krijgen, maar was er ook een
algemeen belang in de vorm van de leefbaarheid op straatniveau. in new york leidde deze toestand
tot de eerste van een reeks van zoning-resoluties, die erop neerkwamen dat een kavel tot een
bepaalde geringe hoogte voor 100 procent mocht worden bebouwd, hogere bebouwing werd alleen
toegestaan indien de gevels vanaf een bepaalde hoogte werden teruggelegd
hoogbouwnota rotterdam
in de jaren 80 werd hoogbouw in rotterdam gedoogd op de ‘toplocaties’. vanwege de roep om meer
stedelijkheid werd het ‘gedoogbeleid’ daarna omgevormd tot een meer sturend beleid, waarbij in de
zones van de oude toplocaties niet langer een hoogtebeperking werd opgelegd. het toestaan en
stimuleren van hoogbouw werd ingezet om de centrale betekenis van de twee belangrijkste
ontwikkelingszones in de stad te benadrukken. de hoogbouw mocht niet direct langs de rooilijn
worden gebouwd, daarnaast werd een aantal nieuwe zones aangewezen met een maximaal
toegestane bouwhoogte, waarbij de voorwaarde gold dat het zicht op de stad niet belemmerd mocht
worden en ze zijn omringd door overgangsgebieden
coëfficiëntkaarten masterplan leidsche rijn
de plannen van de vinex-locatie lenen zich in verband met de lange looptijd niet voor een
gedetailleerde uitwerking, omdat flexibiliteit noodzakelijk is, daarom zijn zaken tamelijk abstract
vastgelegd. dit geldt bijvoorbeeld voor de dichtheden, de mate van menging van woningcategorieën,
de stapeling en de spreiding. geconcentreerde bebouwing op een plaats met veel open ruimte levert
dezelfde dichtheid op als verspreide bebouwing met een kleine korrel. hierdoor zeggen de
inleiding
er wordt een indeling gemaakt in drie typen regelgeving. deze indeling is gebaseerd op een oplopende
schaal van regels die relatief weinig vastleggen naar regels die veel vastleggen en voorschrijven :
- zonering (zoning) : het vastleggen van omvang, positie en volume
- richtlijnen (guidelines) : het richting geven aan, het aansporen tot een bepaalde uitwerking
- typologische codes (typological codes) : het voorschrijven van typologische kenmerken
in nederland is er altijd een zonderingcomponent aanwezig, die in een bestemmingsplan wordt
vastgelegd
zonering
bij zonering gaat het om regels aangaande de ruimtelijke positie en het volume van de gebouwen.
dergelijke regels kunnen zaken kwantitatief vastleggen en de marges aangeven, bijvoorbeeld de positie
van bebouwing, de afmetingen, de programmatische inhoud en het volume. zoneringsregels hebben
allereerst betrekking op bebouwingsgrenzen en bouwhoogtes. wat hierover in regels wordt
vastgelegd, heeft grote invloed op de stedebouwfysische eigenschappen van de openbare ruimte,
omdat de profielen erdoor worden bepaald. vroeg of laat doen alle plannen hierover een uitspraak, op
de stedebouwkundige plankaart, in het bestemmingsplan of in de vorm van het stedebouwkundige
matenplan
bekende voorbeelden van zonering waarbij dynamisch grenzen worden gesteld aan de omvang van
gebouwen, zijn de zoning laws, zoals toegepast in de vs. deze werken volgens het principe dat men vrij
mag bouwen totdat de positie van anderen of het algemeen belang in het geding komt. in chicago
(1893) en new york (1916) moesten individuele bouwplannen de ruimte krijgen, maar was er ook een
algemeen belang in de vorm van de leefbaarheid op straatniveau. in new york leidde deze toestand
tot de eerste van een reeks van zoning-resoluties, die erop neerkwamen dat een kavel tot een
bepaalde geringe hoogte voor 100 procent mocht worden bebouwd, hogere bebouwing werd alleen
toegestaan indien de gevels vanaf een bepaalde hoogte werden teruggelegd
hoogbouwnota rotterdam
in de jaren 80 werd hoogbouw in rotterdam gedoogd op de ‘toplocaties’. vanwege de roep om meer
stedelijkheid werd het ‘gedoogbeleid’ daarna omgevormd tot een meer sturend beleid, waarbij in de
zones van de oude toplocaties niet langer een hoogtebeperking werd opgelegd. het toestaan en
stimuleren van hoogbouw werd ingezet om de centrale betekenis van de twee belangrijkste
ontwikkelingszones in de stad te benadrukken. de hoogbouw mocht niet direct langs de rooilijn
worden gebouwd, daarnaast werd een aantal nieuwe zones aangewezen met een maximaal
toegestane bouwhoogte, waarbij de voorwaarde gold dat het zicht op de stad niet belemmerd mocht
worden en ze zijn omringd door overgangsgebieden
coëfficiëntkaarten masterplan leidsche rijn
de plannen van de vinex-locatie lenen zich in verband met de lange looptijd niet voor een
gedetailleerde uitwerking, omdat flexibiliteit noodzakelijk is, daarom zijn zaken tamelijk abstract
vastgelegd. dit geldt bijvoorbeeld voor de dichtheden, de mate van menging van woningcategorieën,
de stapeling en de spreiding. geconcentreerde bebouwing op een plaats met veel open ruimte levert
dezelfde dichtheid op als verspreide bebouwing met een kleine korrel. hierdoor zeggen de