Naam: __________________________________________ Datum: _______________
Testnaam: Proeftoets management
1. Welke van de onderstaande factoren behoort niet tot de DESTEP-factoren
A Economische ontwikkeling
B Demografische omstandigheden
C Ethische opvattingen
D Technologische ontwikkelingen
Op de site van ASVZ (een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking) staat het
volgende te lezen:
“Om snel en adequaat te kunnen inspelen op de veranderende zorgvraag is de organisatiestructuur zo plat
mogelijk gehouden”
Licht toe wat bovenstaand citaat voor de organisatiestructuur van ASVZ betekend.
2.
3. Welke van de onderstaande uitspraken over organisatieculturen is juist?
A In een taakcultuur ligt de focus op het naleven van regels en
procedures
B In een machtscultuur hebben individuele medewerkers
doorgaans veel invloed en autonomie
C In een persoonsgerichte cultuur staan (persoonlijke) relaties
tussen medewerkers centraal
D Een rollencultuur wordt doorgaans gekenmerkt door een kleine
machtsafstand
In de weekopdracht van week 5 heb je antwoord gegeven op de volgende vraag:
Welke strategie voert jouw stage- of projectinstelling voor de lange termijn en hoe herken je dat in de
praktijk?
4. Herhaal hier kort je antwoord en licht dat antwoord ook toe.
Page 1 of 4
Testnaam: Proeftoets management
1. Welke van de onderstaande factoren behoort niet tot de DESTEP-factoren
A Economische ontwikkeling
B Demografische omstandigheden
C Ethische opvattingen
D Technologische ontwikkelingen
Op de site van ASVZ (een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking) staat het
volgende te lezen:
“Om snel en adequaat te kunnen inspelen op de veranderende zorgvraag is de organisatiestructuur zo plat
mogelijk gehouden”
Licht toe wat bovenstaand citaat voor de organisatiestructuur van ASVZ betekend.
2.
3. Welke van de onderstaande uitspraken over organisatieculturen is juist?
A In een taakcultuur ligt de focus op het naleven van regels en
procedures
B In een machtscultuur hebben individuele medewerkers
doorgaans veel invloed en autonomie
C In een persoonsgerichte cultuur staan (persoonlijke) relaties
tussen medewerkers centraal
D Een rollencultuur wordt doorgaans gekenmerkt door een kleine
machtsafstand
In de weekopdracht van week 5 heb je antwoord gegeven op de volgende vraag:
Welke strategie voert jouw stage- of projectinstelling voor de lange termijn en hoe herken je dat in de
praktijk?
4. Herhaal hier kort je antwoord en licht dat antwoord ook toe.
Page 1 of 4