UITSPRAAK VAN DE WEEK
‘Onze jeugd heeft tegenwoordig een sterke hang naar luxe, heeft slechte
manieren, minachting voor het gezag en geen eerbied voor ouderen. Ze geven
de voorkeur aan kletspraatjes in plaats van training… Jonge mensen staan niet
meer op als een oudere de kamer binnenkomt. Zij spreken hun ouders tegen,
houden niet hun mond in gezelschap, … en tiranniseren hun leraren’.
- Door wie gedaan?
- Socrates leefde tussen 469 en 399 v. Chr.
, 2 TIJD VAN GRIEKEN EN
ROMEINEN
Historische periode = Oudheid (3000 v. Chr. – 500 n. Chr.). Een beschaving in deze
periode die we niet bestuderen is bijv. die van de Egyptenaren
Andere naam voor erfgoed van de Grieken en Romeinen = de Klassieke Oudheid
,KENMERKENDE ASPECTEN TV 2
▪ De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap e
politiek in de Griekse stadstaat (2.1)
▪ De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur (2.1+2.2)
▪ De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich
in Europa verspreidde (2.2)
▪ De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste
monotheïstische godsdiensten (2.3)
▪ De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse en de Germaanse cultuur (2.4)
, 2.1 WETENSCHAP EN POLITIEK IN DE
GRIEKSE STADSTAAT
In deze paragraaf leer je:
▪ Hoe de klassieke cultuur van de Griekse stadstaten tot ontwikkeling kwam
▪ Hoe de Grieken dachten over burgerschap en politiek
▪ Hoe het Griekse wetenschappelijke denken ontstond
Kenmerkende aspecten:
▪ De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap e
politiek in de Griekse stadstaat
▪ De vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
‘Onze jeugd heeft tegenwoordig een sterke hang naar luxe, heeft slechte
manieren, minachting voor het gezag en geen eerbied voor ouderen. Ze geven
de voorkeur aan kletspraatjes in plaats van training… Jonge mensen staan niet
meer op als een oudere de kamer binnenkomt. Zij spreken hun ouders tegen,
houden niet hun mond in gezelschap, … en tiranniseren hun leraren’.
- Door wie gedaan?
- Socrates leefde tussen 469 en 399 v. Chr.
, 2 TIJD VAN GRIEKEN EN
ROMEINEN
Historische periode = Oudheid (3000 v. Chr. – 500 n. Chr.). Een beschaving in deze
periode die we niet bestuderen is bijv. die van de Egyptenaren
Andere naam voor erfgoed van de Grieken en Romeinen = de Klassieke Oudheid
,KENMERKENDE ASPECTEN TV 2
▪ De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap e
politiek in de Griekse stadstaat (2.1)
▪ De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur (2.1+2.2)
▪ De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich
in Europa verspreidde (2.2)
▪ De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste
monotheïstische godsdiensten (2.3)
▪ De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse en de Germaanse cultuur (2.4)
, 2.1 WETENSCHAP EN POLITIEK IN DE
GRIEKSE STADSTAAT
In deze paragraaf leer je:
▪ Hoe de klassieke cultuur van de Griekse stadstaten tot ontwikkeling kwam
▪ Hoe de Grieken dachten over burgerschap en politiek
▪ Hoe het Griekse wetenschappelijke denken ontstond
Kenmerkende aspecten:
▪ De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap e
politiek in de Griekse stadstaat
▪ De vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur