Biologie – Genetica & erfelijkheid
Po fruitvliegjes
1
,Inhoudsopgave
Inleiding:.................................................................................................................................................3
Vraag 3 Eén eigenschap onderzoeken (monohybride kruising).........................................................5
Twee eigenschappen onderzoeken (dihybride kruising)....................................................................8
X-chromosomale overerving.............................................................................................................14
Gekoppelde overerving....................................................................................................................16
Letale allelen....................................................................................................................................19
Reflectie:...............................................................................................................................................22
Literatuurlijst:.......................................................................................................................................23
Bronnen:...............................................................................................................................................25
2
, Inleiding:
Hoe komt het nou eigenlijk dat je broertjes en zusjes op jou lijken? Waarom lijken
sommige mensen meer op hun vader dan op hun moeder? Of andersom? Al deze
vragen hebben alles te maken met het ingewikkelde mechanisme omtrent DNA en
genetica. Maar wat is DNA eigenlijk precies en welke belangrijke rol speelt DNA in de
erfelijkheid?
DNA en erfelijkheid zijn misschien wel de
meest ingewikkelde en complexe processen
binnen de biologie. Allereerst DNA, DNA staat
voor Desoxyribonucleïnezuur en is het
belangrijkste bouwsteentje van al het erfelijk
materiaal in een organisme. DNA maakt het
mogelijk om een genetische code te
ontwikkelen waarmee de overerving van de
organismen soepel kan verlopen.
De verzamelnaam voor de overerving van
DNA heet genetica. De genen in een cel zijn
verantwoordelijk voor de codering van alle
erfelijke eigenschappen van een organisme en
kan variëren van haarkleur en oogkleur, tot
sproeten en kuiltjes. Maar ook ziektes of
bepaalde mutaties kunnen erfelijk zijn. Dit heeft alles te maken met overerving:
Overerving is het doorgeven van erfelijke informatie van de ouders naar het
nageslacht. Hierbij coderen de genen voor eigenschappen en kunnen voor
verschillende varianten coderen. Zo’n variant heet een allel. Het nageslacht krijgt
zowel een allel van zijn/haar vader en van de moeder. Echter komt er bij een
“normale” overerving maar één allel tot uiting: het dominante allel. Het dominante
allel is het allel dat tot uiting komt in het fenotype en wordt aangegeven met een
hoofdletter in het genotype. Als een homozygoot individu twee dezelfde allelen heeft
die dominant zijn komt het dominante allel tot uiting. Zijn deze allelen recessief
(worden overheerst door dominante allel en komt dus niet tot uiting), dan zal het
recessieve allel alleen tot uiting komen als het individu homozygoot recessief is voor
de eigenschap. Maar een individu kan ook heterozygoot zijn, waarbij er zowel een
dominant als recessief allel aanwezig is in het genotype. Hierbij komt de dominante
allel tot uiting. Het nageslacht kan dan echter wel het recessieve allel krijgen en die
kan bij hen wel tot uiting komen. (zie literatuurlijst voor verdere begrippen en uitleg
m.b.t. genetica)
3