Week 1 - Opzet en schuld
HR Blackout - bewijsvoering van culpa (in de zin van 6 WVW)
Als uitgangspunt komt het bij het vaststellen van culpa neer op het geheel van gedragingen van de
verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Bovendien is
de ernst van het gevolg van de overtreding op zichzelf niet leidend voor het aannemen van culpa.
De vaststelling van schuld verloopt in twee stappen:
I. eerst dient vastgesteld te worden dat de betrokkene aanmerkelijk onachtzaam of onvoorzichtig
heeft gehandeld, dit wordt primair gebaseerd op de uiterlijke handelingen van de verdachte
aan de hand van de ter plaatse geldende zorgvuldigheidsnormen.
II. bij de tweede stap komt de verwijtbaarheid van de dader aan de orde. Indien er geen redenen
zijn om aan te nemen dat de verdachte redelijkerwijs niet anders heeft kunnen handelen dan
hij in feite gedaan heeft, is er sprake van voldoende verwijtbaarheid. Dit wordt vervolgens vaak
veronderstelt in eerste instantie.
In het kader van de WVW is het plegen van een enkele verkeersovertreding niet genoeg om culpa
aan te nemen, daarvoor zijn namelijk de eerder genoemde factoren van belang.
HR Overstekend kind - culpa (in de zin van 6 WVW)
Voor het bepalen of de aanmerkelijke onvoorzichtigheid vermijdbaar is, kan de Garantenstellung
een rol spelen. Hierdoor kan vermijdbaarheid sneller worden aangenomen. In deze zaak staat een
chauffeur van een bus voor een fietsoversteekplaats te wachten tot een moeder en haar zoontje
zijn overgestoken. De chauffeur trekt hierna op, maar heeft niet gezien dat het zoontje was
gevallen en overrijdt het zoontje. De chauffeur verweert zich door te stellen dat hij slecht zicht had.
Het Hof bevestigt dit, maar is van mening dat de chauffeur had moeten nagaan of hij zonder
gevaar voor het zoontje kon optrekken. De Hoge Raad sluit zich hierbij aan, en stelt voorts dat de
man als chauffeur van een bus een grote zorgvuldigheid ten aanzien van zeer kwetsbare
verkeersdeelnemers dient te betrachten (Garantenstellung). Deze zorgvuldigheid heeft de
chauffeur nagelaten. Het beroep wordt verworpen. Uit dit arrest blijkt ook dat wanneer iemand
onveilig gedrag in het verkeer vertoont en dit gedrag letsel tot gevolg heeft, schuld makkelijk kan
worden aangenomen.
HR Snelheidswedstrijd - roekeloosheid (6 WVW)
Of er sprake is van schuld ligt aan het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en ernst
daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Niet enkel uit de ernst van de gevolgen van
verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden
afgeleid dat sprake is van schuld. Het voorgaande geldt op zichzelf ook voor ‘roekeloosheid’.
Roekeloosheid is de zwaarste vorm van het culpose delict. Als de rechter roekeloosheid
aanneemt, moet dat dus nader gemotiveerd worden. Er is in uitzonderlijke gevallen pas sprake van
roekeloosheid. Om in een concreet geval tot het oordeel te komen dat er sprake is van
roekeloosheid in de zin van art. 175 lid 2 WVW zal de rechter zodanige feiten en omstandigheden
moeten vaststellen dat daaruit is af te leiden dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedraging
van de verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven in geroepen, alsmede dat de verdachte zich
daarvan bewust was, althans had moeten zijn.
HR Filefuik - roekeloosheid (6 WVW) en voorwaardelijke opzet
Ten aanzien van het rammen van de politiewagens voorwaardelijke opzet (poging tot doodslag) en
ten aanzien van het aanrijden van de personenauto roekeloosheid (zie p. 30 v/d reader voor
relevante omstandigheden voor roekeloosheid).
Waar het bij roekeloosheid op neer komt is gevallen die grenzen aan voorwaardelijke opzet,
waarin de verdachte zijn eigen belangen bij het spel of de race waar hij in is verwikkeld boven alles
stelt en zich welbewust buiten de orde van het normale verkeer plaatst ten koste van extreme
HR Blackout - bewijsvoering van culpa (in de zin van 6 WVW)
Als uitgangspunt komt het bij het vaststellen van culpa neer op het geheel van gedragingen van de
verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Bovendien is
de ernst van het gevolg van de overtreding op zichzelf niet leidend voor het aannemen van culpa.
De vaststelling van schuld verloopt in twee stappen:
I. eerst dient vastgesteld te worden dat de betrokkene aanmerkelijk onachtzaam of onvoorzichtig
heeft gehandeld, dit wordt primair gebaseerd op de uiterlijke handelingen van de verdachte
aan de hand van de ter plaatse geldende zorgvuldigheidsnormen.
II. bij de tweede stap komt de verwijtbaarheid van de dader aan de orde. Indien er geen redenen
zijn om aan te nemen dat de verdachte redelijkerwijs niet anders heeft kunnen handelen dan
hij in feite gedaan heeft, is er sprake van voldoende verwijtbaarheid. Dit wordt vervolgens vaak
veronderstelt in eerste instantie.
In het kader van de WVW is het plegen van een enkele verkeersovertreding niet genoeg om culpa
aan te nemen, daarvoor zijn namelijk de eerder genoemde factoren van belang.
HR Overstekend kind - culpa (in de zin van 6 WVW)
Voor het bepalen of de aanmerkelijke onvoorzichtigheid vermijdbaar is, kan de Garantenstellung
een rol spelen. Hierdoor kan vermijdbaarheid sneller worden aangenomen. In deze zaak staat een
chauffeur van een bus voor een fietsoversteekplaats te wachten tot een moeder en haar zoontje
zijn overgestoken. De chauffeur trekt hierna op, maar heeft niet gezien dat het zoontje was
gevallen en overrijdt het zoontje. De chauffeur verweert zich door te stellen dat hij slecht zicht had.
Het Hof bevestigt dit, maar is van mening dat de chauffeur had moeten nagaan of hij zonder
gevaar voor het zoontje kon optrekken. De Hoge Raad sluit zich hierbij aan, en stelt voorts dat de
man als chauffeur van een bus een grote zorgvuldigheid ten aanzien van zeer kwetsbare
verkeersdeelnemers dient te betrachten (Garantenstellung). Deze zorgvuldigheid heeft de
chauffeur nagelaten. Het beroep wordt verworpen. Uit dit arrest blijkt ook dat wanneer iemand
onveilig gedrag in het verkeer vertoont en dit gedrag letsel tot gevolg heeft, schuld makkelijk kan
worden aangenomen.
HR Snelheidswedstrijd - roekeloosheid (6 WVW)
Of er sprake is van schuld ligt aan het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en ernst
daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Niet enkel uit de ernst van de gevolgen van
verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden
afgeleid dat sprake is van schuld. Het voorgaande geldt op zichzelf ook voor ‘roekeloosheid’.
Roekeloosheid is de zwaarste vorm van het culpose delict. Als de rechter roekeloosheid
aanneemt, moet dat dus nader gemotiveerd worden. Er is in uitzonderlijke gevallen pas sprake van
roekeloosheid. Om in een concreet geval tot het oordeel te komen dat er sprake is van
roekeloosheid in de zin van art. 175 lid 2 WVW zal de rechter zodanige feiten en omstandigheden
moeten vaststellen dat daaruit is af te leiden dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedraging
van de verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven in geroepen, alsmede dat de verdachte zich
daarvan bewust was, althans had moeten zijn.
HR Filefuik - roekeloosheid (6 WVW) en voorwaardelijke opzet
Ten aanzien van het rammen van de politiewagens voorwaardelijke opzet (poging tot doodslag) en
ten aanzien van het aanrijden van de personenauto roekeloosheid (zie p. 30 v/d reader voor
relevante omstandigheden voor roekeloosheid).
Waar het bij roekeloosheid op neer komt is gevallen die grenzen aan voorwaardelijke opzet,
waarin de verdachte zijn eigen belangen bij het spel of de race waar hij in is verwikkeld boven alles
stelt en zich welbewust buiten de orde van het normale verkeer plaatst ten koste van extreme