Samenvatting h7, 8.1 tm 8.4, 9.1 tm 9.6.
H7 Critical rationalism: science on piles, above a swamp.
7.1 Introduction.
De eerste en meest belangrijke criticus van het positivisme was Karl Popper. Ondanks dat hij een
aantal jaar werd gelinkt aan de Wiener cirkel, ontwikkelde hij zijn eigen innovatieve opvatting over de
wetenschap. Zijn ideeën waren zeer invloedrijk onder filosofen, politici en wetenschappers. Door
Popper ging de wetenschap van empirisme weer terug naar rationalisme. In dit hoofdstuk wordt een
overzicht gegeven van Popper’s kritisch rationalisme. We beginnen bij een aantal belangrijke
gebeurtenissen die het denken van Popper op een belangrijke manier gevormd hebben.
7.2 Popper and the Wiener Kreis.
Popper voelde zich aangetrokken tot de Vienna cirkel door hun wetenschappelijke en rationele
houding. Popper heeft meerdere meetings bijgewoond maar was nooit lid. Dit kwam doordat hij
Schlick’s (hoofd van de cirkel) held, Wittgenstein, bekritiseerd heeft om zijn dogmatisme. Ook heeft
hij Slick bekritiseerd. Popper schijnt een lastige persoonlijkheid te hebben gehad. Popper publiceerde
‘Logik der Forschung’ onder naar van de Vienna cirkel, maar in dit boek viel hij een aantal van de
kerndoctrines van de positivisten aan. Zijn opvattingen over wetenschap verschilden zo erg van de
opvattingen van de cirkel, dat de cirkel op instorten stond. Popper was dus duidelijk geen logisch
positivist, hij vind dat er ook een rationeel aspect aan wetenschap en kennis zit, naast het empirisme.
Theorie komt altijd voor, en niet na de observatie. Popper noemt zichzelf een kritisch rationalist.
7.3 The crucial year, 1919.
7.3.1 Popper’s clash with Marxism.
Popper omarmde het Marxisme, vooral aangetrokken door het pacifisme (vredesbeweging). Kort
hierna brak hij met het Marxisme na een demonstratie van socialisten en communisten die eindigde in
geweld en waarbij 12 mensen werden gedood door de politie. Hij vroeg zich af of Marx’ politieke en
sociale theorie wel wetenschappelijke theorieën waren. Hierbij vroeg hij zich dus af wat wetenschap
onderscheidde van pseudowetenschap. Popper geeft in zijn biografie aan dat hij twee dingen heeft
geleerd door het Marxisme: mensen maken fouten, mensen zijn feilbare wezens. En hij leerde dat er
een groot verschil is tussen dogmatische theorieën en kritisch denken. Dit worden de twee
hoofdpunten van Popper’s kritisch rationalisme.
7.3.2 Popper meets Alfred Adler.
Popper leerde uit eigen ervaring dat wanneer een theorie in staat is om alle relevante data te verklaren,
het waarschijnlijk deel is van een onophoudelijke stroom van bevestigingen, dit is geen deugd maar
een ondeugd. Popper deed vrijwilligerswerk in een kliniek geleid door Alfred Adler. Adler had de
individualpsychologie theorie ontwikkeld. Popper confronteerde Adler eens met iets dat niet leek te
kloppen in zijn theorie, Adler was in staat om een verklaring te geven. Dus ondanks dat Popper dacht
dat het niet mogelijk was om het te verklaren, was Adler’s theorie toch in staat om het de verklaren.
De theorie was dus in staat om alles te verklaren, dit was volgens Popper geen sterkte maar een teken
dat het een pseudowetenschap was.
7.3.3 Popper and the bending of light.
Hetgeen dat Popper liet zien hoe echte wetenschap werd verkregen was dat de ideeën van Newton
gefalsificeerd waren. Een wetenschappelijke theorie moest risicovolle voorspellingen bevatten, het
moet mogelijk zijn om ze te falsificeren.
7.4 From verification, via confirmation, to falsification.
Wanneer we het criterium van verificatie van de logisch positivisten om wetenschap van niet-
wetenschap te scheiden zouden gebruiken, dan zouden sommige van de grootste successen binnen de
wetenschap niet meer wetenschappelijk mogen heten omdat een hoop theorieën niet waar bleken te
zijn. Verificatie kan dus niet worden gebruikt om wetenschap van niet-wetenschap te scheiden,
volgens Hume kon een theorie ook nooit geverifieerd worden. Een andere inzicht is inductie (Bacon
en Hume), een probleem hierbij is dat het niet logischerwijs kan worden gerechtvaardigd, het is niet
mogelijk om uit een beperkt aantal observaties te zeggen dat het altijd zo zal zijn. Schlick’s antwoord
H7 Critical rationalism: science on piles, above a swamp.
7.1 Introduction.
De eerste en meest belangrijke criticus van het positivisme was Karl Popper. Ondanks dat hij een
aantal jaar werd gelinkt aan de Wiener cirkel, ontwikkelde hij zijn eigen innovatieve opvatting over de
wetenschap. Zijn ideeën waren zeer invloedrijk onder filosofen, politici en wetenschappers. Door
Popper ging de wetenschap van empirisme weer terug naar rationalisme. In dit hoofdstuk wordt een
overzicht gegeven van Popper’s kritisch rationalisme. We beginnen bij een aantal belangrijke
gebeurtenissen die het denken van Popper op een belangrijke manier gevormd hebben.
7.2 Popper and the Wiener Kreis.
Popper voelde zich aangetrokken tot de Vienna cirkel door hun wetenschappelijke en rationele
houding. Popper heeft meerdere meetings bijgewoond maar was nooit lid. Dit kwam doordat hij
Schlick’s (hoofd van de cirkel) held, Wittgenstein, bekritiseerd heeft om zijn dogmatisme. Ook heeft
hij Slick bekritiseerd. Popper schijnt een lastige persoonlijkheid te hebben gehad. Popper publiceerde
‘Logik der Forschung’ onder naar van de Vienna cirkel, maar in dit boek viel hij een aantal van de
kerndoctrines van de positivisten aan. Zijn opvattingen over wetenschap verschilden zo erg van de
opvattingen van de cirkel, dat de cirkel op instorten stond. Popper was dus duidelijk geen logisch
positivist, hij vind dat er ook een rationeel aspect aan wetenschap en kennis zit, naast het empirisme.
Theorie komt altijd voor, en niet na de observatie. Popper noemt zichzelf een kritisch rationalist.
7.3 The crucial year, 1919.
7.3.1 Popper’s clash with Marxism.
Popper omarmde het Marxisme, vooral aangetrokken door het pacifisme (vredesbeweging). Kort
hierna brak hij met het Marxisme na een demonstratie van socialisten en communisten die eindigde in
geweld en waarbij 12 mensen werden gedood door de politie. Hij vroeg zich af of Marx’ politieke en
sociale theorie wel wetenschappelijke theorieën waren. Hierbij vroeg hij zich dus af wat wetenschap
onderscheidde van pseudowetenschap. Popper geeft in zijn biografie aan dat hij twee dingen heeft
geleerd door het Marxisme: mensen maken fouten, mensen zijn feilbare wezens. En hij leerde dat er
een groot verschil is tussen dogmatische theorieën en kritisch denken. Dit worden de twee
hoofdpunten van Popper’s kritisch rationalisme.
7.3.2 Popper meets Alfred Adler.
Popper leerde uit eigen ervaring dat wanneer een theorie in staat is om alle relevante data te verklaren,
het waarschijnlijk deel is van een onophoudelijke stroom van bevestigingen, dit is geen deugd maar
een ondeugd. Popper deed vrijwilligerswerk in een kliniek geleid door Alfred Adler. Adler had de
individualpsychologie theorie ontwikkeld. Popper confronteerde Adler eens met iets dat niet leek te
kloppen in zijn theorie, Adler was in staat om een verklaring te geven. Dus ondanks dat Popper dacht
dat het niet mogelijk was om het te verklaren, was Adler’s theorie toch in staat om het de verklaren.
De theorie was dus in staat om alles te verklaren, dit was volgens Popper geen sterkte maar een teken
dat het een pseudowetenschap was.
7.3.3 Popper and the bending of light.
Hetgeen dat Popper liet zien hoe echte wetenschap werd verkregen was dat de ideeën van Newton
gefalsificeerd waren. Een wetenschappelijke theorie moest risicovolle voorspellingen bevatten, het
moet mogelijk zijn om ze te falsificeren.
7.4 From verification, via confirmation, to falsification.
Wanneer we het criterium van verificatie van de logisch positivisten om wetenschap van niet-
wetenschap te scheiden zouden gebruiken, dan zouden sommige van de grootste successen binnen de
wetenschap niet meer wetenschappelijk mogen heten omdat een hoop theorieën niet waar bleken te
zijn. Verificatie kan dus niet worden gebruikt om wetenschap van niet-wetenschap te scheiden,
volgens Hume kon een theorie ook nooit geverifieerd worden. Een andere inzicht is inductie (Bacon
en Hume), een probleem hierbij is dat het niet logischerwijs kan worden gerechtvaardigd, het is niet
mogelijk om uit een beperkt aantal observaties te zeggen dat het altijd zo zal zijn. Schlick’s antwoord