Ruimtelijk ontwerpen
Ontstaan van de stad
Eerste moderne Nederlandse steden ontstaan:
- vanaf de 11e eeuw
- aan een zeearm, rivier of binnenwater
- als martkcentrum en/of als bestuurscentrum
Steden bieden:
- handel
- werkgelegenheden (niet-landbouw)
- veiligheid
- identiteit
- structuur (financiën en recht)
Einde vestingwerken
- Vestingwerken = stadsmuren, aarden wallen, stadsgrachten, bolwerken te
bescherming van de middeleeuwse stad
- Verliezen door technologische ontwikkelingen in de 19e eeuw hun waarde
- Vanaf 1830 verdwijnen steeds meer vestingwerken (Arnhem 1829, Utrecht 1830),
waardoor de stad weer kan groeien
- Vestingwet (1874) maakt voor de meeste steden een einde aan verplichting tot
onderhouden van vestingwerken en verbod tot bouwen buiten vestingwerken.
- Vrijkomende gronden worden gebruikt voor nieuwe wijken, spoorwerken,
industrialisatie en plantsoenen (singels genaamd)
Aanleg spoorwegen
- Eerste trein in Nederland: 1839 (van Amsterdam naar Haarlem)
- Als concurrent van de postkoets en de trekschuit
- Eerste spoorweg: van Amsterdam, via Haarlem, Leiden, Den Haag, Delft en
Schiedam naar Rotterdam (genaamd “de Oude lijn”)
- Spoorwegen rond 1910 grootste lengte
- NS vanaf 1938, voor die tijd vele losse aanbieders (publiek en privaat)
- Station Den Haag Hollands Spoor: geopend in 1843
- Oudste station in Den Haag: Centraal station pas geopend in 1870
Tegenwoordig: knooppunt met kantoren, winkels en scholen
- ABC-locatiebeleid (sinds de jaren 90)
Industrialisatie
Industrialisatie (vanaf 1850) levert drie dingen op:
- industriegebeiden
- arbeiderswijken
- stadshavens
, Woningwet 1901
Woningwet 1901 (inweringtreding 1902)
- Doel = bouw en bewoning van slechte en ongezonde woningen onmogelijk te maken
en de bouw van goede wonigen te bevorderen
- meer overheidsbemoeienis met woningbouw en woningkwaliteit
Middelen Woningwet 1901
- voorschriften van aan woningen te stellen eisen (bouwbevordering)
- aangifte omtrent het aantal bewoners
- verbetering van woningen en tegengaan van overbewoning
- onbewoonbaarverklaring, ontruiming, sluiting en afbraak van woningen
- onteigening van woningen in het belang van de volkshuisvesting
- vaststellen van een uitbreidingsplan
- geldelijke steun van de gemeente voor volkshuisvesting
- geldelijke steun van het rijk voor vokshuisvesting
Suburbanisatie en re-urbanisatie
Suburbanisatie (vanaf 1965 tot 1985) = migratie van mensen vanuit de stad naar buiten de
stad (kleinere stad of platteland)
- door slechte woonomstandigheden in de stad
- door wen om ruimer te wonen
- door verbeterde mobiliteit (auto’s en openbaar vervoer)
Re-urbanisatie (na 1985) = migratie van mensen naar de stad van buiten de stad (kleinere
stad of platteland)
- door hernieuwde interesse in de stad (schaalvoordelen)
- door verbeteringen in de stad (stedelijke vernieuwing)
Een geval apart: Zoetermeer
Groeikernenbeleid = ruimtelijk beleid (van 1960 tot 1985)
- groeikern = een door de overheid aangewezen dorp/stad die als overloop fungeert
voor een grotere stad (met ruimtekort)
- Zoetermeer = groeikern voor Den Haag
Levert een ander soort stad op
- snelle groei in een korte periode
- top-down ontwerp (maakbare samenleving)
- veel dezelfde architectuur
- vergelijkbare openbare ruimte
Wet van behoud van ruimtevraag
- “Wet van behoud van file”
- meer auto’s → meer file → meer asfalt → meer auto’s → meer file → meer
asfalt → meer auto’s
Ontstaan van de stad
Eerste moderne Nederlandse steden ontstaan:
- vanaf de 11e eeuw
- aan een zeearm, rivier of binnenwater
- als martkcentrum en/of als bestuurscentrum
Steden bieden:
- handel
- werkgelegenheden (niet-landbouw)
- veiligheid
- identiteit
- structuur (financiën en recht)
Einde vestingwerken
- Vestingwerken = stadsmuren, aarden wallen, stadsgrachten, bolwerken te
bescherming van de middeleeuwse stad
- Verliezen door technologische ontwikkelingen in de 19e eeuw hun waarde
- Vanaf 1830 verdwijnen steeds meer vestingwerken (Arnhem 1829, Utrecht 1830),
waardoor de stad weer kan groeien
- Vestingwet (1874) maakt voor de meeste steden een einde aan verplichting tot
onderhouden van vestingwerken en verbod tot bouwen buiten vestingwerken.
- Vrijkomende gronden worden gebruikt voor nieuwe wijken, spoorwerken,
industrialisatie en plantsoenen (singels genaamd)
Aanleg spoorwegen
- Eerste trein in Nederland: 1839 (van Amsterdam naar Haarlem)
- Als concurrent van de postkoets en de trekschuit
- Eerste spoorweg: van Amsterdam, via Haarlem, Leiden, Den Haag, Delft en
Schiedam naar Rotterdam (genaamd “de Oude lijn”)
- Spoorwegen rond 1910 grootste lengte
- NS vanaf 1938, voor die tijd vele losse aanbieders (publiek en privaat)
- Station Den Haag Hollands Spoor: geopend in 1843
- Oudste station in Den Haag: Centraal station pas geopend in 1870
Tegenwoordig: knooppunt met kantoren, winkels en scholen
- ABC-locatiebeleid (sinds de jaren 90)
Industrialisatie
Industrialisatie (vanaf 1850) levert drie dingen op:
- industriegebeiden
- arbeiderswijken
- stadshavens
, Woningwet 1901
Woningwet 1901 (inweringtreding 1902)
- Doel = bouw en bewoning van slechte en ongezonde woningen onmogelijk te maken
en de bouw van goede wonigen te bevorderen
- meer overheidsbemoeienis met woningbouw en woningkwaliteit
Middelen Woningwet 1901
- voorschriften van aan woningen te stellen eisen (bouwbevordering)
- aangifte omtrent het aantal bewoners
- verbetering van woningen en tegengaan van overbewoning
- onbewoonbaarverklaring, ontruiming, sluiting en afbraak van woningen
- onteigening van woningen in het belang van de volkshuisvesting
- vaststellen van een uitbreidingsplan
- geldelijke steun van de gemeente voor volkshuisvesting
- geldelijke steun van het rijk voor vokshuisvesting
Suburbanisatie en re-urbanisatie
Suburbanisatie (vanaf 1965 tot 1985) = migratie van mensen vanuit de stad naar buiten de
stad (kleinere stad of platteland)
- door slechte woonomstandigheden in de stad
- door wen om ruimer te wonen
- door verbeterde mobiliteit (auto’s en openbaar vervoer)
Re-urbanisatie (na 1985) = migratie van mensen naar de stad van buiten de stad (kleinere
stad of platteland)
- door hernieuwde interesse in de stad (schaalvoordelen)
- door verbeteringen in de stad (stedelijke vernieuwing)
Een geval apart: Zoetermeer
Groeikernenbeleid = ruimtelijk beleid (van 1960 tot 1985)
- groeikern = een door de overheid aangewezen dorp/stad die als overloop fungeert
voor een grotere stad (met ruimtekort)
- Zoetermeer = groeikern voor Den Haag
Levert een ander soort stad op
- snelle groei in een korte periode
- top-down ontwerp (maakbare samenleving)
- veel dezelfde architectuur
- vergelijkbare openbare ruimte
Wet van behoud van ruimtevraag
- “Wet van behoud van file”
- meer auto’s → meer file → meer asfalt → meer auto’s → meer file → meer
asfalt → meer auto’s