Leerdoelen
1. Wat is staatsrecht en wat is een staat?
2. Hoe zag de staatsrechtelijke geschiedenis van Nederland eruit tot 1814?
3. Wat zijn de functies van staatsrecht?
4. Wat is soevereiniteit?
Leerdoel 1
Eigenlijk staat nergens in de Grondwet een echte definitie van wat een staat is. Als
voorlopige omschrijving kan dienen: staatsrecht is het primaire recht dat betrekkingen
binnen de overheid, alsook betrekkingen tussen de overheid en onderdanen regelt.
Ook staatsrecht is niet denkbaar zonder relaties. Het veronderstelt betrekking tussen ten
minste twee personen/ambten/instellingen. Alle positieve recht is te herleiden tot een
overheid, hetzij op grond van uitdrukkelijke rechtsschepping, dan wel (stilzwijgende)
erkenning.
Daarnaast is de overheid dus altijd betrokken. Maar het woord “overheid” impliceert dat er
nog anderen bij zijn betrokken, namelijk burgers of onderdanen.
Begrippen
Overheid
Dit begrip houdt verband met macht en bevoegdheid. Macht is een feitelijke potentie tot
dwang en bevoegdheid is een rechtens geregelde macht.
Het begrip overheid is dus een juridisch begrip, want zonder recht wordt bevoegdheid
geweld.
Het staatsrecht regelt dus betrekkingen binnen en met die overheid. Dit betekent dat er
personen of groepen binnen die overheid aan te moeten wijzen zijn met welke betrekkingen
kunnen staan (→ mensen met een ambt).
Ambt
In de loop van de historie is de overheidsfunctie gedepersonaliseerd. Macht was gekoppeld
aan een persoon of meerdere personen die vrijelijk konden beschikken.
In de zestiende eeuw gaat men de noodzaak benadrukken van een permanent, krachtig,
stabiel overheidsorgaan. Macht en gezag worden dus losgemaakt van een persoon en
gezien als behorend bij een ambt. Er konden dus ambten ingesteld worden die blijven
bestaan, ook al verdween de ambtsdrager. Ook konden er meerdere ambtsdragers één
ambt vervullen.
Een ambt kenmerkt zich door een zekere mate van duurzaamheid en welomschrevenheid
voor wat betreft inrichting, taken en bevoegdheden.
Deze ontwikkeling heeft eeuwen geduurd en ons huidige staatsrecht is er nog steeds op
gebaseerd. Staatsrecht is grotendeels ambtenrecht.
Staatsrecht; staat
Staatsrecht is het primaire recht dat overheidsambten instelt, daaraan bevoegdheden
toekent en hun onderlinge betrekkingen alsmede die tot de onderdanen regelt.
De staat volgens het volkenrecht
Volgens het volkenrecht moet voor het bestaan van een staat aan vier elementen zijn
voldaan:
, • een groep personen (bevolking)
• die leven op een bepaald grondgebied (afgebakend territorium)
• waarbij geregeerd wordt door een overheid die effectief en daadwerkelijk
onafhankelijk gezag uitoefent over die personen (effectief gezag)
• en die in staat is om betrekkingen aan te gaan met andere staten
Deze elementen zijn cumulatief.
Het gaat vooral om de feitelijke elementen; het doet er niet toe of er een grote of kleine
bevolking is en een groot of klein territorium.
Ook ‘effectief’ en ‘daadwerkelijk’ is van feitelijke aard. Het duidt erop dat een overheid
feitelijk bij machte is om haar wil aan de bevolking op te leggen en deze met een zekere
permanentie daaraan te doen gehoorzamen. Er moet dus sprake zijn van onafhankelijk
gezag (= soevereiniteit).
Onafhankelijk betekent dat de overheid rechtens niet onderworpen is aan de overheid van
een andere staat. Onafhankelijkheid kan ook in andere vormen bestaan, zoals economische
onafhankelijkheid of op gebied van defensie.
Ontstaan en tenietgaan van staten
Er zijn globaal genomen drie manieren waarop een staat kan ontstaan of tenietgaan.
• Een bestaande staat deelt zich op in kleinere staten
o De oorspronkelijke staat gaat teniet
o Voorbeeld: Sovjet-Unie
• Het opgaan van twee of meer staten in één staat
o Voorbeeld: vereniging van de Bondsrepubliek Duitsland met de voormalige
DDR
• Op een territoir met bevolking dat daarvoor niet onder enige staat viel
Dit hangt niet samen met het ontstaan en tenietgaan van een nationale overheid. Ook al
wordt binnen een nationale staat een geheel ander constitutioneel bestel ingevoerd, hetzij
conform de bestaande constitutie, hetzij door middel van een staatsgreep, de
oorspronkelijke nationale staat blijft bestaan.
De volkenrechtelijke identiteit berust op een bevolking en een territoir onder een effectief,
onafhankelijk gezag. Deze elementen kunnen ook na een staatsgreep aanwezig blijven.
De erkenning van staten
Wíe bepaalt dat er aan de criteria wordt voldaan?
Erkenning van een staat geschiedt door een of meer andere staten. Die erkenning vindt
plaats door gedragingen van een of meer staten, waaruit blijkt dat zij de desbetreffende
staat beschouwen als een subject van volkenrecht.
Erkenning van een staat kan dus relatief zijn: voor de ene staat is de desbetreffende staat
wél een subject van volkenrecht, voor een andere staat niet.
Een staat is niet verplicht een andere staat te erkennen, ook al voldoet deze aan de
volkenrechtelijke vereisten. Andersom geldt dat een staat die niet voldoet aan de
voorwaarden, ook niet erkend mag worden.
Wel worden er langzamerhand gedragsregels ontwikkeld voor de erkenning van staten,
zoals binnen de Verenigde Naties en Europese Unie. Deze gedragsregels bevatten enige