Bedrijfseconomie in Balans
H2 Basisrekenvaardigheden
Inhoud:
2.1 Procenten en promillages blz. 1
2.2 Eerstegraads blz. 1
2.3 Ongewogen en gewogen gemiddelde blz. 1
2.4 Tabellen en grafieken blz. 1, 2
2.5 Indexcijfers blz. 2
2.6 Vreemde valuta blz. 2
Begrippen blz. 3, 4
, Hoofdstuk 2 Basisrekenvaardigheden
2.1 Procenten en promillages
Procenten → % → 1 op de 100
Een onderneming verstrekt vaak kortingen via een percentage.
Promillages → ‰ → 1 op de 1000
Deel van het geheel berekenen → deel/geheel x 1000
Afzet en Omzet
Afzet is aantal verkochte producten (hoeveelheid). Omzet is afzet x verkoopprijs (bedrag).
2.2 Eerstegraads vergelijking
Je moet een vergelijking opstellen met één onbekende. De onbekende zet je aan de
linkerkant en de rest aan de rechterkant. De opbrengsten moeten gelijk zijn aan de kosten.
Achteraf kun je ook nog verschillende berekeningen maken.
2.3 Ongewogen en gewogen gemiddelde
Ongewogen rekenkundig gemiddelde
Bereken je door de verschillende waarden op te tellen en te delen door het aantal waarden.
Gewogen rekenkundig gemiddelde
Bereken je door de verschillende waarden te vermenigvuldigen met het gewicht en dit totaal
te delen door de som van de gewichten.
2.4 Tabellen en grafieken
- Kolom → alle onder elkaar geplaatste getallen.
- Rijen → horizontaal geplaatste getallen.
- Enkele ingang → gepresenteerde gegevens hebben betrekking op één kenmerk.
- Dubbele ingang → gepresenteerde gegevens hebben betrekking op twee
kenmerken. Het is ook mogelijk om tabellen met drie of meer ingangen te hebben.
- Vierkantscontrole → tel de waarden van de kolommen en rijen op. Vervolgens tel je
het totaal van de kolommen en het totaal van de rijen. Beide totaal tellingen moeten
aan elkaar gelijk zijn.
Lijndiagram:
- Enkelvoudig lijndiagram → een lijndiagram met behulp van één lijn om de
ontwikkeling in de tijd van één grootheid weer te geven
- Samengesteld lijndiagram → een lijndiagram waarin de ontwikkeling van
verschillende grootheden wordt weergegeven. Elke grootheid heeft dan een eigen
lijn.
Lijndiagram maken
- Horizontale as: dit is de x-as, hierop plaats je de tijdseenheid.
Verticale as: dit is de y-as, hierop plaats je de afhankelijke grootheid.
- Als in een lijndiagram een groot wit vlak ontstaan onder de lijn, kun je dit voorkomen
door gebruik te maken van een scheurlijn.
Staafdiagram:
Geeft de ontwikkeling van een bepaalde grootheid in de tijd aan.
1
H2 Basisrekenvaardigheden
Inhoud:
2.1 Procenten en promillages blz. 1
2.2 Eerstegraads blz. 1
2.3 Ongewogen en gewogen gemiddelde blz. 1
2.4 Tabellen en grafieken blz. 1, 2
2.5 Indexcijfers blz. 2
2.6 Vreemde valuta blz. 2
Begrippen blz. 3, 4
, Hoofdstuk 2 Basisrekenvaardigheden
2.1 Procenten en promillages
Procenten → % → 1 op de 100
Een onderneming verstrekt vaak kortingen via een percentage.
Promillages → ‰ → 1 op de 1000
Deel van het geheel berekenen → deel/geheel x 1000
Afzet en Omzet
Afzet is aantal verkochte producten (hoeveelheid). Omzet is afzet x verkoopprijs (bedrag).
2.2 Eerstegraads vergelijking
Je moet een vergelijking opstellen met één onbekende. De onbekende zet je aan de
linkerkant en de rest aan de rechterkant. De opbrengsten moeten gelijk zijn aan de kosten.
Achteraf kun je ook nog verschillende berekeningen maken.
2.3 Ongewogen en gewogen gemiddelde
Ongewogen rekenkundig gemiddelde
Bereken je door de verschillende waarden op te tellen en te delen door het aantal waarden.
Gewogen rekenkundig gemiddelde
Bereken je door de verschillende waarden te vermenigvuldigen met het gewicht en dit totaal
te delen door de som van de gewichten.
2.4 Tabellen en grafieken
- Kolom → alle onder elkaar geplaatste getallen.
- Rijen → horizontaal geplaatste getallen.
- Enkele ingang → gepresenteerde gegevens hebben betrekking op één kenmerk.
- Dubbele ingang → gepresenteerde gegevens hebben betrekking op twee
kenmerken. Het is ook mogelijk om tabellen met drie of meer ingangen te hebben.
- Vierkantscontrole → tel de waarden van de kolommen en rijen op. Vervolgens tel je
het totaal van de kolommen en het totaal van de rijen. Beide totaal tellingen moeten
aan elkaar gelijk zijn.
Lijndiagram:
- Enkelvoudig lijndiagram → een lijndiagram met behulp van één lijn om de
ontwikkeling in de tijd van één grootheid weer te geven
- Samengesteld lijndiagram → een lijndiagram waarin de ontwikkeling van
verschillende grootheden wordt weergegeven. Elke grootheid heeft dan een eigen
lijn.
Lijndiagram maken
- Horizontale as: dit is de x-as, hierop plaats je de tijdseenheid.
Verticale as: dit is de y-as, hierop plaats je de afhankelijke grootheid.
- Als in een lijndiagram een groot wit vlak ontstaan onder de lijn, kun je dit voorkomen
door gebruik te maken van een scheurlijn.
Staafdiagram:
Geeft de ontwikkeling van een bepaalde grootheid in de tijd aan.
1