,Inhoudsopgave
NG .................................................................................................................................................................. 3
ABB CONG1 .......................................................................................................................................................... 3
ABB coNG1 zelfstudie ..................................................................................................................................... 9
De nierfunctie: GFR, blz. 15-23 ..................................................................................................................... 11
ABB CONG2 ........................................................................................................................................................ 15
ABB CONG3 ........................................................................................................................................................ 19
Nucleaire Geneeskunde, H18 paragraaf 2 t/m 4 en 7 .................................................................................. 24
ABB coNG3 zelfstudie ................................................................................................................................... 25
NUCLEAIRE GENEESKUNDE, H3.4 ............................................................................................................................. 26
ABB FCONG4....................................................................................................................................................... 29
Nucleaire geneeskunde H12.4.7 ................................................................................................................... 31
Review of running injuries of the foot and ankle: clinical presentaion and SPECT-CT imaging patterns ...... 32
RT ................................................................................................................................................................. 34
ABB CORT1 ......................................................................................................................................................... 34
ABB coRT1 zelfstudie ICRU 50 & 62 .............................................................................................................. 38
ABB CORT2 ......................................................................................................................................................... 40
ABB coRT2 zelfstudie .................................................................................................................................... 42
ABB CORT3 ......................................................................................................................................................... 44
Zelfstudietaak coRT3 .................................................................................................................................... 49
ABB CORT4 ......................................................................................................................................................... 52
Zelfstudietaak coRT4 .................................................................................................................................... 56
ABB CORT5 ......................................................................................................................................................... 58
ABB wiggen en ME berekeningen III ............................................................................................................. 61
ABB CORT6 PROSTAAT PLANNING PRIMAIR EN BOOST .................................................................................................. 64
2
,NG
ABB coNG1
Incl. H16.1 t/m 16.6 (Nucleaire Geneeskunde)
Werking van de nieren
• Zitten aan de achterkant van je lichaam.
• Nieren worden zeer goed doorbloed: 1/5e deel van het bloed dat het hart uitpompt, stroomt
door de nieren, die vervolgens het bloed (± 60L per uur) filteren.
• Ze verwijderen afvalstoffen en zorgen ervoor dat eiwitten en vitaminen in je bloed blijven zitten.
• Zorgt voor een goede balans tussen zout en water in je lichaam.
• Regelen de bloeddruk.
Anatomie (uitgebreid in ABB coAFP)
• Posterior.
• Th11-L2.
• Vuistgrootte (12 cm), boonvormig.
• Circa 150 gram.
• Rechternier lager en meer dorsaal door de positie van de lever.
• Instellen: bovengrens: processus xiphoideus [1] en ondergrens:
bovenkant van de bekkenkam [2]. Hierbij is het onderste deel
van het hart, de nieren en de blaas in beeld.
• Afvloed van kleine porties urine vanuit pyelum → blaas via
actieve peristaltiek van de ureter.
• Per etmaal filteren de nieren ±180 L bloed, waarvan 178 L
wordt terug geresorbeerd → netto urineproductie = 2 L.
Functie
• Excretie.
• Regulatie: pH, elektrolyten, vocht/zoutbalans.
• Glomerulaire filtratiesnelheid (GFR): maat voor de nierfunctie.
- eGFR (estimated GFR)
§ GFR = (concentratie stof x in urine * volume urine)/(concentratie stof x in bloed)
- MDRD-berekening
§ Kreatinewaarde in het bloed gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht (en evt ras).
§
De nierfunctie kan verstoord worden door
- Stoornissen in het aanbod van bloed aan de nieren (prerenale nierfunctiestoornissen).
- Vernauwingen van de aan- of afvoerende bloedvaten (nierarteriestenose/
niervenetrombose).
- Afwijkingen in de nieren zelf, zoals chronische ontstekingen in de nier die tot
nierinsufficiëntie kunnen leiden (intrarenale nierfunctiestoornissen).
- Stoornissen in de afvloed van urine, in het urinewegsysteem (postrenale obstructie).
§ Een urinewegobstructie kan op vrijwel alle niveaus voorkomen: in het
nierbekkensysteem, de ureter-pyelumovergang (UPI), ureter, ureter-blaasovergang
en in de urethra, waarvan een van de meest voorkomende stenose op de UPI is.
3
, MDRD en CKD-EPI-formules
Niet toepasbaar bij
• Persoon < 18 jaar • Patiënt met spierziekte • Strikte vegetariërs
• Afwijkend lichaamsoppervlak • Patiënt met acute • Zwangeren
nierinsufficiëntie
• Etnische groepen (anders dan • Ondervoede patiënt
blank of negroïde)
eGFR waarden
• G1: normaal of hoge nierfunctie (> 90 ml/min/1.73 m2)
• G2: mild afgenomen nierfuntie (60-89 ml/min/1.73 m2)
• G3a: mild tot matig afgenomen nierfunctie (45-59 ml/min/1.73 m2)
• G3b: matig tot ernstig afgenomen nierfunctie (30-44 ml/min/1.73 m2)
• G4: ernstig afgenomen nierfunctie (15-29 ml/min/1.73 m2)
• G5: nierfalen (< 15 ml/min/1.73 m2)
• Bij patiënten met nierfalen verwacht je andere scans en daarnaast mag je geen contrastmiddel
geven.
Renografie en nierscan
• Renografie: functieverdeling nieren en urineafvloed naar de blaas (= dynamische scan).
- Belangrijkste indicaties liggen binnen de urologie, nefrologie en oncologie.
• Nierscan: lokale nierbeschadiging (= statisch/ SPECT)
- Vaststellen van lokale nierbeschadiging t.g.v. nierbekkenontsteking/lokale
doorbloedingsstoornissen.
Renografie
• Tubulaire excretie: hoe wordt de stof door de nieren uitgescheiden.
- Perfusie (homogene/heterogene opname?)
- Filtratie
- Afvloed
• 99mTc MAG3: 40 MBq
• Indicaties: urinewegobstructie, reflux (urine van urineleider → nier/ urine van blaas terug
omhoog, meting nierfunctie, perfusie- en functiecontrole na transplantatie.
Parameters renografie
• Posterior + anterior • Staken diuretica 3 dagen voor onderzoek
• Liggend (minder bewegingsartefacten), • Collimator: LEHR
eventueel zittend (bij klachten in zittende/
staande houding)
• 0,5 L water drinken een half uur voor de • Matrix: 128 x 128
start van het onderzoek
- Uitplassen
- [1] nieren zijn zo goed gehydrateerd;
homogene verdeling
- [2] concentratie radioactiviteit in de
blaas lager: ALARA.
• Katheters: open/dicht afhankelijk van • Frame Rate (opnamesnelheid): 60 x 20 sec
aanvraag
4