AUTEURSRECHT
Auteursrecht
Hoorcolleges, Literatuur & Jurisprudentie
Inhoudsopgave
Hoorcollege 1 (6 september 2022) – Introductie & het werkbegrip....................................................................2
1
, AUTEURSRECHT
Spoor, e.a., Auteursrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2019, H1......................................................................6
Jurisprudentie..................................................................................................................................................8
Hoorcollege 2 (13 september 2022) – Werkbegrip..............................................................................................9
Spoor, e.a., Auteursrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2019. H 3.1 t/m H 3.18.............................................11
Jurisprudentie................................................................................................................................................14
Hoorcollege 3 (20 september 2022) – Verveelvoudigen....................................................................................16
P.G.F.A. Geerts & A.M.E. Verschuur (red.), Kort begrip van het intellectuele eigendomsrecht, Deventer:
Wolters Kluwer 2022. VIII.6.A., nr. 568.........................................................................................................19
Spoor, e.a., Auteursrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2019. H 4.6 jo 4.11-4.18...........................................20
Jurisprudentie................................................................................................................................................23
Hoorcollege 4 (27 september 2022) – Materiële openbaarmaking & Uitputting..............................................25
P.G.F.A. Geerts & A.M.E. Verschuur (red.), Kort begrip van het intellectuele eigendomsrecht, Deventer:
Wolters Kluwer 2022. VIII.6.B, nr. 578, 580 & VIII. 11, nr. 648.....................................................................28
J.H. Spoor, e.a., Auteursrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2019. H. 4.20-4.27..............................................28
Jurisprudentie................................................................................................................................................30
Hoorcollege 5 (11 oktober 2022) – Immateriële openbaarmaking...................................................................31
P.G.F.A. Geerts & A.M.E. Verschuur (red.), Kort begrip van het intellectuele eigendomsrecht, Deventer:
Wolters Kluwer 2022. VIII.6.B, nrs. 577, 582 en 583.....................................................................................37
J.H. Spoor, e.a., Auteursrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2019. H. 4.28-4.46..............................................38
Jurisprudentie................................................................................................................................................39
Hoorcollege 6 (18 oktober 2022) – Beperkingen...............................................................................................41
J.H. Spoor, e.a., Auteursrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2019. H5.............................................................45
P.G.F.A. Geerts & A.M.E. Verschuur (red.), Kort begrip van het intellectuele eigendomsrecht, Deventer:
Wolters Kluwer 2022. I.4 & VIII.7, nrs. 591-621............................................................................................45
Jurisprudentie................................................................................................................................................51
Hoorcollege 7 (1 november 2022) – Persoonlijkheidsrechten, de maker en handhaving.................................52
P.G.F.A. Geerts & A.M.E. Verschuur (red.), Kort begrip van het intellectuele eigendomsrecht, Deventer:
Wolters Kluwer 2022. Nrs. 543, 544, 552 t/m 558, 584 t/m 590, 626, 627, 630, 632 & 633 t/m 637.........56
Jurisprudentie................................................................................................................................................60
Hoorcollege 8 (8 november 2022) – Portretrecht..............................................................................................62
J.H. Spoor, D.W.F. Verkade & D.J.G. Visser, Recht en Praktijk Intellectuele Eigendom; Auteursrecht,
Deventer: Wolters Kluwer 2019, par. 6.1 t/m 6.16 & par. 6.21....................................................................66
Jurisprudentie................................................................................................................................................70
Hoorcollege 9 (15 november 2022) – DSM-Richtlijn..........................................................................................71
Jurisprudentie................................................................................................................................................75
Hoorcollege 10 (7 december 2022) – Responsie................................................................................................76
Hoorcollege 1 (6 september 2022) – Introductie & het werkbegrip
Intellectueel eigendom
De intellectueel eigendomsrechten werden voorheen vaak als volgt gekwalificeerd:
2
, AUTEURSRECHT
Desalniettemin zal hedendaags de verdeling daartoe ietwat anders omschreven worden. Het
volgende schema geeft een accurater beeld van de huidige stand van zaken:
De intellectuele eigendomsrechten hebben wel iets gemeen. Zij bevatten allen een exclusief
recht op goederen die immaterieel van aard zijn. In andere woorden: zij bevatten een
absoluut, subjectief (m.u.v. handelsnamenrecht) vermogensrecht op goederen, niet-zaken.
Dit brengt met zich dat het object van bescherming op meerdere plekken tegelijk kan zijn.
Een goed voorbeeld is een schilderij van Banksy ‘The Girl with the Balloon’. Naast het
originele schilderij, kunnen kopieën van de print wereldwijd overal hangen.
Doel en ratio IE-rechten
De hoofdregel binnen ons recht is de vrijheid van mededinging. Dit houdt in dat wij (in
beginsel) vrij zijn om te concurreren. Het gaat zelfs zo ver dat we hierin vrij zijn om aan te
haken op producten van anderen. Echter, IE-rechten beogen juist om geestelijke
3
, AUTEURSRECHT
investeringen te beschermen en hierdoor oneerlijke concurrentie tegen te gaan. Hierbij
spreekt men dus van ongeoorloofde mededingingen (HR Lindenbaum/Cohen). Op grond van
wettelijke bepalingen kunnen deze mededingingen worden tegengegaan. Het auteursrecht is
een van deze wettelijke bepalingen. Dit is een uitwerking van de negatieve reflexwerking: Als
IE-recht is uitgeput heb je geen verdere bescherming. Hier is een uitzondering op: de slaafse
nabootsing.
Het algemene doel is dus het doelmatig ordenen van mededingingshandelen. De redenen
daartoe in het geval van geestelijke prestaties zijn (i) de investeringsbescherming en -
beloning, (ii) het aanmoedigen van investeringen, en (iii) eerlijkheid in het handelsverkeer te
bewerkstelligen. De redenen ten aanzien van onderscheidingstekens zijn (i) bescherming van
de transparantie van de markt en (ii) de herkomstfunctie. Gelet op voornoemde zijn de
regels van het IE-recht een uitzondering op het beginsel van de vrijheid van mededinging.
Het auteursrecht
Het auteursrecht is geen alomvattend begrip. Zo hebben verschillende landen ook
verschillende opvattingen en ideeën over dit recht. In Nederland bestaat niet een
rechtsgrond maar worden twee redenen gegeven het auteursrecht te honoreren. Zo spreken
wij van een vorm van rechtvaardigheid en zien wij een utiliteit/maatschappelijk nut in het
beschermen van auteurs. In het eind strekt het altijd tot doel de bescherming van culturele
en informationele prestaties. Hierbij is ’t wel van belang dat een evenwicht bestaat tussen
het belang van auteurs en het waarborgen van de uitings- en informatievrijheid. Een balans
hiertussen wordt gerealiseerd door dat auteursrecht niet voor eeuwig is en bepaalde
excepties kent (o.a. citaatrecht en beschermingsomvang).
Object en inhoud
Binnen het auteursrecht dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de niet-tastbare,
geestelijke creatie (Corpus Mysticum) en het waarneembaar, vaak een stoffelijk, tastbaar
exemplaar (Corpus Mechanicum). Eerstgenoemde geniet auteursrechtelijke bescherming en
is belichaamd in laatstgenoemde. Dit onderscheid is van belang. Stel dat het stoffelijke
exemplaar te niet gaat, dan blijven de geestelijke creatie en het auteursrecht daarop
bestaan; ook al verschijnen meerdere exemplaren van hetzelfde werk, bestaat alsnog maar
één geestelijke creatie (en dus ook maar één auteursrecht).
Door dit onderscheid moet ook gelet worden op de overdraagbaarheid. Een auteursrecht is
overdraagbaar ingevolge art. 3.83 lid 3 BW jo art. 2 Aw. Een auteursrecht is namelijk geen
eigendom (dus geen lid 1). Vervolgens naar art. 3:84 BW: (i) titel, (ii)
beschikkingsbevoegdheid en (iii) levering. De levering van een auteursrecht staat in art. 2 lid
3 Aw.
Ontstaan en tenietgaan
Een auteursrecht ontstaat van rechtswege, er bestaat namelijk een formaliteitenverbod (art.
5 lid 2 Berner-Conventie). Dit betekent dat het auteursrecht vanzelf ontstaat. Hierbij moet
(natuurlijk) wel sprake zijn van een aantal voorwaarden, zoals het werkbegrip. Ook moet
sprake zijn van een auteursrechtelijk werk.
4
Auteursrecht
Hoorcolleges, Literatuur & Jurisprudentie
Inhoudsopgave
Hoorcollege 1 (6 september 2022) – Introductie & het werkbegrip....................................................................2
1
, AUTEURSRECHT
Spoor, e.a., Auteursrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2019, H1......................................................................6
Jurisprudentie..................................................................................................................................................8
Hoorcollege 2 (13 september 2022) – Werkbegrip..............................................................................................9
Spoor, e.a., Auteursrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2019. H 3.1 t/m H 3.18.............................................11
Jurisprudentie................................................................................................................................................14
Hoorcollege 3 (20 september 2022) – Verveelvoudigen....................................................................................16
P.G.F.A. Geerts & A.M.E. Verschuur (red.), Kort begrip van het intellectuele eigendomsrecht, Deventer:
Wolters Kluwer 2022. VIII.6.A., nr. 568.........................................................................................................19
Spoor, e.a., Auteursrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2019. H 4.6 jo 4.11-4.18...........................................20
Jurisprudentie................................................................................................................................................23
Hoorcollege 4 (27 september 2022) – Materiële openbaarmaking & Uitputting..............................................25
P.G.F.A. Geerts & A.M.E. Verschuur (red.), Kort begrip van het intellectuele eigendomsrecht, Deventer:
Wolters Kluwer 2022. VIII.6.B, nr. 578, 580 & VIII. 11, nr. 648.....................................................................28
J.H. Spoor, e.a., Auteursrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2019. H. 4.20-4.27..............................................28
Jurisprudentie................................................................................................................................................30
Hoorcollege 5 (11 oktober 2022) – Immateriële openbaarmaking...................................................................31
P.G.F.A. Geerts & A.M.E. Verschuur (red.), Kort begrip van het intellectuele eigendomsrecht, Deventer:
Wolters Kluwer 2022. VIII.6.B, nrs. 577, 582 en 583.....................................................................................37
J.H. Spoor, e.a., Auteursrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2019. H. 4.28-4.46..............................................38
Jurisprudentie................................................................................................................................................39
Hoorcollege 6 (18 oktober 2022) – Beperkingen...............................................................................................41
J.H. Spoor, e.a., Auteursrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2019. H5.............................................................45
P.G.F.A. Geerts & A.M.E. Verschuur (red.), Kort begrip van het intellectuele eigendomsrecht, Deventer:
Wolters Kluwer 2022. I.4 & VIII.7, nrs. 591-621............................................................................................45
Jurisprudentie................................................................................................................................................51
Hoorcollege 7 (1 november 2022) – Persoonlijkheidsrechten, de maker en handhaving.................................52
P.G.F.A. Geerts & A.M.E. Verschuur (red.), Kort begrip van het intellectuele eigendomsrecht, Deventer:
Wolters Kluwer 2022. Nrs. 543, 544, 552 t/m 558, 584 t/m 590, 626, 627, 630, 632 & 633 t/m 637.........56
Jurisprudentie................................................................................................................................................60
Hoorcollege 8 (8 november 2022) – Portretrecht..............................................................................................62
J.H. Spoor, D.W.F. Verkade & D.J.G. Visser, Recht en Praktijk Intellectuele Eigendom; Auteursrecht,
Deventer: Wolters Kluwer 2019, par. 6.1 t/m 6.16 & par. 6.21....................................................................66
Jurisprudentie................................................................................................................................................70
Hoorcollege 9 (15 november 2022) – DSM-Richtlijn..........................................................................................71
Jurisprudentie................................................................................................................................................75
Hoorcollege 10 (7 december 2022) – Responsie................................................................................................76
Hoorcollege 1 (6 september 2022) – Introductie & het werkbegrip
Intellectueel eigendom
De intellectueel eigendomsrechten werden voorheen vaak als volgt gekwalificeerd:
2
, AUTEURSRECHT
Desalniettemin zal hedendaags de verdeling daartoe ietwat anders omschreven worden. Het
volgende schema geeft een accurater beeld van de huidige stand van zaken:
De intellectuele eigendomsrechten hebben wel iets gemeen. Zij bevatten allen een exclusief
recht op goederen die immaterieel van aard zijn. In andere woorden: zij bevatten een
absoluut, subjectief (m.u.v. handelsnamenrecht) vermogensrecht op goederen, niet-zaken.
Dit brengt met zich dat het object van bescherming op meerdere plekken tegelijk kan zijn.
Een goed voorbeeld is een schilderij van Banksy ‘The Girl with the Balloon’. Naast het
originele schilderij, kunnen kopieën van de print wereldwijd overal hangen.
Doel en ratio IE-rechten
De hoofdregel binnen ons recht is de vrijheid van mededinging. Dit houdt in dat wij (in
beginsel) vrij zijn om te concurreren. Het gaat zelfs zo ver dat we hierin vrij zijn om aan te
haken op producten van anderen. Echter, IE-rechten beogen juist om geestelijke
3
, AUTEURSRECHT
investeringen te beschermen en hierdoor oneerlijke concurrentie tegen te gaan. Hierbij
spreekt men dus van ongeoorloofde mededingingen (HR Lindenbaum/Cohen). Op grond van
wettelijke bepalingen kunnen deze mededingingen worden tegengegaan. Het auteursrecht is
een van deze wettelijke bepalingen. Dit is een uitwerking van de negatieve reflexwerking: Als
IE-recht is uitgeput heb je geen verdere bescherming. Hier is een uitzondering op: de slaafse
nabootsing.
Het algemene doel is dus het doelmatig ordenen van mededingingshandelen. De redenen
daartoe in het geval van geestelijke prestaties zijn (i) de investeringsbescherming en -
beloning, (ii) het aanmoedigen van investeringen, en (iii) eerlijkheid in het handelsverkeer te
bewerkstelligen. De redenen ten aanzien van onderscheidingstekens zijn (i) bescherming van
de transparantie van de markt en (ii) de herkomstfunctie. Gelet op voornoemde zijn de
regels van het IE-recht een uitzondering op het beginsel van de vrijheid van mededinging.
Het auteursrecht
Het auteursrecht is geen alomvattend begrip. Zo hebben verschillende landen ook
verschillende opvattingen en ideeën over dit recht. In Nederland bestaat niet een
rechtsgrond maar worden twee redenen gegeven het auteursrecht te honoreren. Zo spreken
wij van een vorm van rechtvaardigheid en zien wij een utiliteit/maatschappelijk nut in het
beschermen van auteurs. In het eind strekt het altijd tot doel de bescherming van culturele
en informationele prestaties. Hierbij is ’t wel van belang dat een evenwicht bestaat tussen
het belang van auteurs en het waarborgen van de uitings- en informatievrijheid. Een balans
hiertussen wordt gerealiseerd door dat auteursrecht niet voor eeuwig is en bepaalde
excepties kent (o.a. citaatrecht en beschermingsomvang).
Object en inhoud
Binnen het auteursrecht dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de niet-tastbare,
geestelijke creatie (Corpus Mysticum) en het waarneembaar, vaak een stoffelijk, tastbaar
exemplaar (Corpus Mechanicum). Eerstgenoemde geniet auteursrechtelijke bescherming en
is belichaamd in laatstgenoemde. Dit onderscheid is van belang. Stel dat het stoffelijke
exemplaar te niet gaat, dan blijven de geestelijke creatie en het auteursrecht daarop
bestaan; ook al verschijnen meerdere exemplaren van hetzelfde werk, bestaat alsnog maar
één geestelijke creatie (en dus ook maar één auteursrecht).
Door dit onderscheid moet ook gelet worden op de overdraagbaarheid. Een auteursrecht is
overdraagbaar ingevolge art. 3.83 lid 3 BW jo art. 2 Aw. Een auteursrecht is namelijk geen
eigendom (dus geen lid 1). Vervolgens naar art. 3:84 BW: (i) titel, (ii)
beschikkingsbevoegdheid en (iii) levering. De levering van een auteursrecht staat in art. 2 lid
3 Aw.
Ontstaan en tenietgaan
Een auteursrecht ontstaat van rechtswege, er bestaat namelijk een formaliteitenverbod (art.
5 lid 2 Berner-Conventie). Dit betekent dat het auteursrecht vanzelf ontstaat. Hierbij moet
(natuurlijk) wel sprake zijn van een aantal voorwaarden, zoals het werkbegrip. Ook moet
sprake zijn van een auteursrechtelijk werk.
4