Week 1 (wetsvoorstellen)
Er zijn 8 thema’s die deze week centraal staan, namelijk:
1. Ondermijning:
2. Geweldgebruik door de politie:
3. Strafbaarstelling prostitutie:
4. Drugs:
5. Terrorisme:
6. Straf op doodslag:
7. Zeden:
8. Strafbaarstelling pedohandboek en doxing.
Hulsman heeft een aantal negatieve criteria geformuleerd bij het strafbaar stellen. Volgens hem mag
je niet strafbaar stellen, indien aan de negatieve criteria is voldaan.
Er wordt een verschil gemaakt tussen absolute en relatieve criteria.
- Absolute criteria: strafbaarstelling mag nooit plaatsvinden als aan één van deze criteria is
voldaan.
Je mag niet straffen, enkel om een morele opvatting omtrent bepaald gedrag op te leggen :
(dus je mag niet straffen om een morele opvatting heersend te maken). hierbij zou je dus
achter de wens van het straffen moeten komen, wil je dit kunnen toetsen.
Want: dit gedrag moet ergens anders uitgevochten worden. Een morele issue (zoals bv.
abortus) moet niet in het strafrecht worden uitgevochten, maar eerder in de media.
Strafbaarstelling mag niet plaatsvinden vanuit de primaire overweging dat men
mogelijkheden wil scheppen de (potentiële) gestraften hulp te verlenen:
Er is ook hulpverlening buiten het strafrecht.
Je mag niet straffen, als de capaciteit van het apparaat wordt overschreden :
Kijken naar redelijke graad van opsporing en mogelijkheid om op redelijke wijze te behandel
Je mag niet straffen als schijnoplossing :
- Relatieve criteria: dit ziet Hulsman als ‘gevaartekens’. Het zijn negatieve indicaties tegen
strafbaarstelling. strafbaarstelling is niet voor de hand liggend, indien het gaat om:
o Gedrag komt vaak voor.
o Gedrag dat moeilijk te omschrijven is.
o Gedrag vooral in privésfeer.
o Gedrag dat door een aanmerkelijke groep in de bevolking met overtuiging als geoorloofd
wordt beschouwd.
o Gedrag dat vooral voorkomt bij sociaal zwakke groepen in de samenleving of bij die groepen
die aan discriminatie bloot staan of waarbij het risico van discriminatie groot is.
o Gedrag dat in de regel niet door aangifte tot kennis van de politie komt.
o Gedrag dat in de regel slechts in noodsituaties wordt gesteld.
o Gedrag dat door een groot aantal personen wordt gesteld.
De positieve criteria (=strafbaarstelling is nodig) geformuleerd door van Bemmelen & de Roos:
Het schadebeginsel: risico op schade is altijd een goede reden voor gebruik strafrecht.
Het tolerantiebeginsel: gedrag niet getolereerd uit het oogpunt van individuele vrijheden.
Het subsidiariteitsbeginsel: strafrecht niet gebruiken als het ook op een andere manier kan.
Het proportionaliteitsbeginsel: strafrecht alleen inzetten als het proportioneel aan de daad
die gepleegd is.
Het legaliteitsbeginsel: de wet moet algemeen en kenbaar zijn.
Het beginsel van praktische hanteerbaarheid en effectiviteit : moet het kunnen handhaven.