Kerntaak 1 Klinisch redeneren en AFP
Palliatieve zorg: In de definitie van de WHO [2015] wordt palliatieve zorg omschreven als 'een
benadering die de kwaliteit van leven verbetert van patiënten (volwassenen en kinderen) en hun
naasten die te maken hebben met een levensbedreigende aandoening, door het voorkomen en
verlichten van lijden door middel van vroegtijdige signalering en zorgvuldige beoordeling en
behandeling van pijn en andere problemen van lichamelijke, psychosociale en spirituele aard' [WHO
Definition of Palliative Care 2015]. Palliatieve zorg is een onderdeel van een zorgcontinuüm, waarbij
ziektegerichte palliatie geleidelijk overgaat in symptoomgerichte palliatie, gevolgd door palliatie in de
stervensfase
,Inhoud
Kennisclips lesweek 1 ............................................................................................................................. 3
Werkgroep 1 ............................................................................................. Error! Bookmark not defined.
Werkgroep 2 ............................................................................................. Error! Bookmark not defined.
Kennisclips lesweek 2 ............................................................................................................................. 7
Werkgroep 3 ............................................................................................. Error! Bookmark not defined.
Werkgroep 4 ............................................................................................. Error! Bookmark not defined.
Kennisclips lesweek 3 ........................................................................................................................... 10
Werkgroep 5 ............................................................................................. Error! Bookmark not defined.
Werkgroep 6 ............................................................................................. Error! Bookmark not defined.
Kennisclips lesweek 4 ........................................................................................................................... 14
Werkgroep 7 ............................................................................................. Error! Bookmark not defined.
Werkgroep 8 ............................................................................................. Error! Bookmark not defined.
Kennisclips lesweek 5 ........................................................................................................................... 20
Werkgroep 9 ............................................................................................. Error! Bookmark not defined.
Werkgroep 10 ........................................................................................... Error! Bookmark not defined.
Kennisclips lesweek 6 ........................................................................................................................... 27
Werkgroep 11 ....................................................................................................................................... 34
Werkgroep 12 ....................................................................................................................................... 38
Kennisclips lesweek 7 ........................................................................................................................... 39
Werkgroep 13 ....................................................................................................................................... 45
Werkgroep 14 ........................................................................................... Error! Bookmark not defined.
Kennisclips AFP ..................................................................................................................................... 49
Werkgroep 1 AFP .................................................................................................................................. 57
Kennisclips AFP WG2 ............................................................................................................................ 58
Werkgroep 2 AFP .................................................................................................................................. 67
,Kennisclips lesweek 1
Verschillen curatieve en palliatieve zorg
Palliatieve zorg: een benadering die de kwaliteit van leven verbetert van patiënten en hun naasten
die te maken hebben met een levensbedreigende aandoening, door het voorkomen en verlichten
van lijden door middel van vroegtijdige signalering en zorgvuldige beoordeling en behandeling van
pijn en andere problemen van lichamelijke, psychosociale en spirituele aard.
Begrippen palliatieve zorg en thema’s
Curatieve fase > genezing
Palliatieve fase > kwaliteit van leven
Terminale fase > kwaliteit van sterven
4 Dimensies van palliatieve zorg;
- Lichamelijk
- Psychisch
- Sociaal
- Existentieel
6 thema’s bij de palliatieve zorg
- Kwaliteit van leven: lichamelijk, sociaal en psychisch
- Symptoommanagement: specifieke symptomen > ondervangen/onderdrukken
- Multidimensionele zorg: alle dimensies
- Zorg voor cliënt en naasten: rouwproces, schuldgevoelens
- Anticiperen en proactieve zorgplanning: beslissingen nemen
- Autonomie: zelf beslissen
Palliatief redeneren
- Breng problematiek in kaart, info van cliënt verzamelen en meetinstrumenten z.n. gebruiken.
- Problematiek en beleid samenvatten; werkhypothese opstellen, maak beleidsoverwegingen,
omschrijf het doel en stel het behandelplan op. Denk toekomstgericht.
- Maak afspraken over evaluatie, zet z.n. meetinstrumenten in; klachten en de mate van
welbevinden zijn belangrijke indicatoren.
- Stel het beleid z.n. bij en blijf evalueren.
Surprise question: een hulpmiddel om te bepalen wanneer er sprake is van palliatieve zorg. Je stelt de
vraag ‘in hoeverre zou het mij verbazen als de zorgvrager binnen 1 jaar is overleden’.
, Markering en ziektetrajecten
Een schub: wordt ook wel een relapse, terugval, aanval of
opflakkering genoemd. Dit is een achteruitgang van MS waarbij
zich vanuit een stabiele situatie plotseling nieuwe
neurologische verschijnselen voordoen.
A: Een traject met een min of meer stabiele fase, gevolgd door
een relatief korte periode van plotselinge en snelle
achteruitgang. Dit traject is vrij specifiek voor het verloop van
de ziekteperiode bij kanker.
B: Een traject met een geleidelijke, maar progressieve
achteruitgang, met tussentijdse ernstige episodes van acuut
ziek zijn (exacerbaties), zoals bij COPD en hartfalen.
C: Een traject met in tijd moeilijk voorspelbare en langdurige
achteruitgang zoals bij hoge ouderdom (frailty of
kwetsbaarheid) of bij dementie.
Markering: Wanneer start je met palliatieve zorg?
- Duidelijk: bij kanker wanneer geen genezing meer mogelijk is
- Twijfel: COPD
- Surprise question: In hoeverre zou het mij verbazen als deze zorgvrager binnen een jaar is
overleden? Nee = start palliatieve zorg
Spectrum van palliatieve zorg
Stadium 1: Markering palliatieve fase
Mensen met kanker, levensbedreigende aandoeningen, onduidelijke scheiding tussen curatief en
palliatief, kwetsbare ouderen.
Stadium 2: Ziektegericht > symptoomgericht
Palliatieve zorg: In de definitie van de WHO [2015] wordt palliatieve zorg omschreven als 'een
benadering die de kwaliteit van leven verbetert van patiënten (volwassenen en kinderen) en hun
naasten die te maken hebben met een levensbedreigende aandoening, door het voorkomen en
verlichten van lijden door middel van vroegtijdige signalering en zorgvuldige beoordeling en
behandeling van pijn en andere problemen van lichamelijke, psychosociale en spirituele aard' [WHO
Definition of Palliative Care 2015]. Palliatieve zorg is een onderdeel van een zorgcontinuüm, waarbij
ziektegerichte palliatie geleidelijk overgaat in symptoomgerichte palliatie, gevolgd door palliatie in de
stervensfase
,Inhoud
Kennisclips lesweek 1 ............................................................................................................................. 3
Werkgroep 1 ............................................................................................. Error! Bookmark not defined.
Werkgroep 2 ............................................................................................. Error! Bookmark not defined.
Kennisclips lesweek 2 ............................................................................................................................. 7
Werkgroep 3 ............................................................................................. Error! Bookmark not defined.
Werkgroep 4 ............................................................................................. Error! Bookmark not defined.
Kennisclips lesweek 3 ........................................................................................................................... 10
Werkgroep 5 ............................................................................................. Error! Bookmark not defined.
Werkgroep 6 ............................................................................................. Error! Bookmark not defined.
Kennisclips lesweek 4 ........................................................................................................................... 14
Werkgroep 7 ............................................................................................. Error! Bookmark not defined.
Werkgroep 8 ............................................................................................. Error! Bookmark not defined.
Kennisclips lesweek 5 ........................................................................................................................... 20
Werkgroep 9 ............................................................................................. Error! Bookmark not defined.
Werkgroep 10 ........................................................................................... Error! Bookmark not defined.
Kennisclips lesweek 6 ........................................................................................................................... 27
Werkgroep 11 ....................................................................................................................................... 34
Werkgroep 12 ....................................................................................................................................... 38
Kennisclips lesweek 7 ........................................................................................................................... 39
Werkgroep 13 ....................................................................................................................................... 45
Werkgroep 14 ........................................................................................... Error! Bookmark not defined.
Kennisclips AFP ..................................................................................................................................... 49
Werkgroep 1 AFP .................................................................................................................................. 57
Kennisclips AFP WG2 ............................................................................................................................ 58
Werkgroep 2 AFP .................................................................................................................................. 67
,Kennisclips lesweek 1
Verschillen curatieve en palliatieve zorg
Palliatieve zorg: een benadering die de kwaliteit van leven verbetert van patiënten en hun naasten
die te maken hebben met een levensbedreigende aandoening, door het voorkomen en verlichten
van lijden door middel van vroegtijdige signalering en zorgvuldige beoordeling en behandeling van
pijn en andere problemen van lichamelijke, psychosociale en spirituele aard.
Begrippen palliatieve zorg en thema’s
Curatieve fase > genezing
Palliatieve fase > kwaliteit van leven
Terminale fase > kwaliteit van sterven
4 Dimensies van palliatieve zorg;
- Lichamelijk
- Psychisch
- Sociaal
- Existentieel
6 thema’s bij de palliatieve zorg
- Kwaliteit van leven: lichamelijk, sociaal en psychisch
- Symptoommanagement: specifieke symptomen > ondervangen/onderdrukken
- Multidimensionele zorg: alle dimensies
- Zorg voor cliënt en naasten: rouwproces, schuldgevoelens
- Anticiperen en proactieve zorgplanning: beslissingen nemen
- Autonomie: zelf beslissen
Palliatief redeneren
- Breng problematiek in kaart, info van cliënt verzamelen en meetinstrumenten z.n. gebruiken.
- Problematiek en beleid samenvatten; werkhypothese opstellen, maak beleidsoverwegingen,
omschrijf het doel en stel het behandelplan op. Denk toekomstgericht.
- Maak afspraken over evaluatie, zet z.n. meetinstrumenten in; klachten en de mate van
welbevinden zijn belangrijke indicatoren.
- Stel het beleid z.n. bij en blijf evalueren.
Surprise question: een hulpmiddel om te bepalen wanneer er sprake is van palliatieve zorg. Je stelt de
vraag ‘in hoeverre zou het mij verbazen als de zorgvrager binnen 1 jaar is overleden’.
, Markering en ziektetrajecten
Een schub: wordt ook wel een relapse, terugval, aanval of
opflakkering genoemd. Dit is een achteruitgang van MS waarbij
zich vanuit een stabiele situatie plotseling nieuwe
neurologische verschijnselen voordoen.
A: Een traject met een min of meer stabiele fase, gevolgd door
een relatief korte periode van plotselinge en snelle
achteruitgang. Dit traject is vrij specifiek voor het verloop van
de ziekteperiode bij kanker.
B: Een traject met een geleidelijke, maar progressieve
achteruitgang, met tussentijdse ernstige episodes van acuut
ziek zijn (exacerbaties), zoals bij COPD en hartfalen.
C: Een traject met in tijd moeilijk voorspelbare en langdurige
achteruitgang zoals bij hoge ouderdom (frailty of
kwetsbaarheid) of bij dementie.
Markering: Wanneer start je met palliatieve zorg?
- Duidelijk: bij kanker wanneer geen genezing meer mogelijk is
- Twijfel: COPD
- Surprise question: In hoeverre zou het mij verbazen als deze zorgvrager binnen een jaar is
overleden? Nee = start palliatieve zorg
Spectrum van palliatieve zorg
Stadium 1: Markering palliatieve fase
Mensen met kanker, levensbedreigende aandoeningen, onduidelijke scheiding tussen curatief en
palliatief, kwetsbare ouderen.
Stadium 2: Ziektegericht > symptoomgericht