kent de begrippen anatomie en fysiologie en weet wat daaronder verstaan wordt;
Anatomie is het wetenschapsgebied dat zich bezighoudt met de studie van
de structuren van het menselijk lichaam. Dit omvat de studie van de vorm,
de grootte, de relaties tussen de verschillende structuren en de functie
van deze structuren. De structuren die onderzocht worden in de anatomie
kunnen zowel macroscopisch als microscopisch zijn, afhankelijk van het
niveau van detail waarop ze bestudeerd worden.
Fysiologie is het wetenschapsgebied dat zich bezighoudt met de studie
van de functies van het menselijk lichaam. Dit omvat de studie van de
werking van de organen en weefsels van het lichaam, evenals de manier
waarop deze organen en weefsels samenwerken om het lichaam te laten
functioneren. De fysiologie richt zich op het begrijpen van de
biochemische en fysieke processen die plaatsvinden binnen het lichaam,
evenals de manier waarop deze processen samenwerken om het leven te
onderhouden.
Er zijn veel verschillende onderwerpen die onder de anatomie en fysiologie
vallen. Zo kan de anatomie bijvoorbeeld onderverdeeld worden in
verschillende systemen, zoals het skelet, het spijsverteringsstelsel, het
zenuwstelsel en het endocriene stelsel. Fysiologie kan zich richten op het
onderzoeken van de werking van deze systemen op een specifiek niveau,
zoals bijvoorbeeld hoe het hart werkt of hoe het spijsverteringsstelsel
voedsel vertaalt in energie.
kan de anatomische houding beschrijven;
De anatomische houding is de houding waarbij het menselijk lichaam in
een rechtopstaande positie staat met de benen recht naar beneden, de
voeten op heupbreedte uit elkaar en de armen langs het lichaam hangend.
Deze houding is de natuurlijke houding van het menselijk lichaam en
wordt vaak aangenomen als referentiepositie voor het beschrijven van de
anatomie van het lichaam.
In de anatomische houding heeft het hoofd een neutrale positie, met de
ogen gericht naar voren en de oren loodrecht op de schouders. De
wervelkolom is recht, met de rug in een neutrale positie en de borstkas en
buik vrij van spanning. De armen hangen langs het lichaam, met de
handen op de zijkanten van het lichaam, de handpalmen naar voren
gericht. De benen staan recht naar beneden, met de voeten op
heupbreedte uit elkaar en de tenen naar voren gericht. Deze houding
wordt vaak gebruikt als basispositie voor het onderzoeken van het
menselijk lichaam en het uitvoeren van bewegingen en oefeningen.
, kan aangeven welke drie lichaamsvlakken en -doorsneden worden onderscheiden en kan
deze beschrijven;
Er worden drie lichaamsvlakken onderscheiden in de anatomie:
1. Sagittaal vlak: dit vlak verdeelt het lichaam in een linker- en
rechterhelft. Het sagittaal vlak ligt vertical op het lichaam en is
parallel aan de longen.
2. Frontaal vlak: dit vlak verdeelt het lichaam in een voorkant en
achterkant. Het frontaal vlak ligt vertical op het lichaam en is
parallel aan het gezicht.
3. Horizontaal vlak: dit vlak verdeelt het lichaam in een boven- en
onderkant. Het horizontaal vlak ligt horizontaal op het lichaam en is
parallel aan de grond.
Er worden ook twee lichaamsdoorsneden onderscheiden:
1. Transversale doorsnede: dit is een doorsnede van het lichaam die
parallel is aan het horizaontaal vlak.
2. Longitudinale doorsnede: dit is een doorsnede van het lichaam die
parallel is aan het sagittaal vlak. De longitudinale doorsnede kan
verder onderverdeeld worden in een anterieure en posterieure
doorsnede, afhankelijk van of de doorsnede van voren of van
achteren wordt gemaakt.
kent de belangrijkste plaatsaanduidingen;
Er zijn verschillende manieren om plaatsaanduidingen op het menselijk
lichaam te maken. Hieronder staan enkele belangrijke plaatsaanduidingen:
1. Anterior (ventraal) en posterior (dorsaal): deze termen verwijzen
naar de voor- en achterkant van het lichaam. De voorkant van het
lichaam wordt ook wel de buikzijde genoemd, terwijl de achterkant
ook wel de rugzijde genoemd wordt.
2. Superior (craniaal) en inferior (caudaal): deze termen verwijzen naar
de boven- en onderkant van het lichaam. De bovenkant van het
lichaam wordt ook wel het hoofdgebied genoemd, terwijl de
onderkant ook wel het bekkengebied genoemd wordt.
3. Medial en lateral: deze termen verwijzen naar de positie van een
structuur ten opzichte van het midden van het lichaam. Structuren
die dichter bij het midden van het lichaam liggen worden als medial
beschouwd, terwijl structuren die verder van het midden verwijderd
zijn als lateral worden beschouwd.
4. Proximal en distal: deze termen verwijzen naar de afstand van een
structuur tot het punt waar het aan het lichaam is verbonden.
Structuren die dichter bij het aansluitpunt liggen worden als
proximaal beschouwd, terwijl structuren die verder van het
aansluitpunt verwijderd zijn als distaal worden beschouwd.
, 5. Superficial en deep: deze termen verwijzen naar de diepte van een
structuur in het lichaam. Structuren die dicht onder de huid liggen
worden als superficial beschouwd, terwijl structuren die dieper in het
lichaam liggen als deep worden beschouwd.
kent de richtingaanduidingen die worden gebruikt om plaatsveranderingen van
bewegende lichaamsdelen te beschrijven;
Er zijn verschillende richtingaanduidingen die gebruikt worden om
plaatsveranderingen van bewegende lichaamsdelen te beschrijven:
1. Anterieur en posterieur: deze termen worden gebruikt om
bewegingen van het lichaam naar voren (anterieur) of naar achteren
(posterieur) te beschrijven.
2. Mediale en laterale: deze termen worden gebruikt om bewegingen
van het lichaam naar het midden (mediale) of naar de zijkant
(laterale) te beschrijven.
3. Superieur en inferieur: deze termen worden gebruikt om
bewegingen van het lichaam naar boven (superieur) of naar
beneden (inferieur) te beschrijven.
4. Proximaal en distaal: deze termen worden gebruikt om bewegingen
van het lichaam naar het centrum (proximaal) of naar de uiteinden
(distaal) te beschrijven.
5. Flexie en extensie: deze termen worden gebruikt om bewegingen
van het lichaam waarbij de ledematen naar het lichaam toe
bewegen (flexie) of van het lichaam af bewegen (extensie) te
beschrijven.
6. Abductie en adductie: deze termen worden gebruikt om bewegingen
van het lichaam waarbij de ledematen naar buiten (abductie) of naar
binnen (adductie) bewegen te beschrijven.
7. Rotation: deze term wordt gebruikt om bewegingen van het lichaam
waarbij het ronddraait te beschrijven.
8. Supinatie en pronatie: deze termen worden gebruikt om bewegingen
van de handen en voeten waarbij de palmen naar boven (supinatie)
of naar beneden (pronatie) wijzen te beschrijven.
kan in grote lijnen onderzoeksmethoden voor lichamelijk onderzoek en veel voorkomend
aanvullend onderzoek uitleggen.
Er zijn verschillende onderzoeksmethoden die gebruikt worden bij het
uitvoeren van een lichamelijk onderzoek. Hieronder staan enkele van deze
methoden:
1. Inspectie: tijdens de inspectie wordt het uiterlijk van het lichaam
beoordeeld. Dit kan bijvoorbeeld door middel van het bekijken van
de huid, de haargroei, de nagels en andere externe structuren.
, 2. Palpatie: tijdens de palpatie worden structuren in het lichaam
gevoeld door middel van aanraking. Dit kan bijvoorbeeld gedaan
worden om de grootte en de vorm van organen te beoordelen of om
te zoeken naar afwijkingen zoals knobbels of zwellingen.
3. Percussie: tijdens de percussie wordt het lichaam beklopt met de
vingers of met een percussiehamer. Dit kan gedaan worden om de
grootte en de vorm van organen te bepalen, of om te zoeken naar
afwijkingen zoals verharding of holtes.
4. Auscultatie: tijdens de auscultatie worden geluiden geluisterd die
het lichaam produceert. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden om de
werking van het hart en de longen te beoordelen.
Er zijn ook verschillende aanvullende onderzoeken die gedaan kunnen
worden om meer informatie te verkrijgen over de gezondheid van een
persoon. Hieronder staan enkele van deze onderzoeken:
1. Laboratoriumtests: deze onderzoeken analyseren bloed, urine of
andere lichaamsvochten om te zoeken naar afwijkingen die kunnen
wijzen op een aandoening of ziekte.
2. Radiologische onderzoeken: deze onderzoeken maken gebruik van
röntgenstralen of andere vormen van straling om afbeeldingen te
maken van het binnenste van het lichaam.
3. Endoscopische onderzoeken: deze onderzoeken maken gebruik van
een flexibele buis met een camera aan het einde om de binnenkant
van organen te bekijken.
4. Biopsie: tijdens een biopsie wordt een stukje weefsel uit het lichaam
verwijderd om het te onderzoeken op afwijkingen of ziekten.
heeft kennis van de veranderingen in het huidige zorglandschap;
Het zorglandschap in Nederland is de laatste jaren sterk aan het
veranderen. Een aantal belangrijke veranderingen zijn:
1. Digitalisering: er wordt steeds meer gebruik gemaakt van digitale
technologieën in de zorg. Zo kunnen patiënten bijvoorbeeld via een
app hun gezondheidsgegevens bijhouden of videoconsulten hebben
met hun arts.
2. Zorgverzekeringswet: sinds 2019 is de Zorgverzekeringswet van
kracht, waarbij iedereen verplicht is om een zorgverzekering af te
sluiten. Dit heeft geleid tot een veranderde rol van zorgverzekeraars
en een toenemende nadruk op preventie en gezonde leefstijl.
3. Integratie van zorg: er is een toenemende trend om zorg te
integreren en te coördineren. Dit kan bijvoorbeeld door het opzetten
van zorgteams waarbij verschillende zorgverleners samenwerken, of
door het gebruik van elektronische patiëntendossiers om informatie
te delen.
4. Toenemende druk op de zorg: door de vergrijzing van de bevolking
neemt de vraag naar zorg toe, wat leidt tot een toenemende druk op
, het zorgsysteem. Dit kan leiden tot langere wachttijden en een
grotere belasting van zorgverleners.
5. Financiële beperkingen: er is een beperkt budget beschikbaar voor
de zorg, wat kan leiden tot bezuinigingen en efficiëntie-
verbeteringen. Dit kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden door het
inzetten van technologieën om de zorg te verbeteren of door het
terugdringen van onnodige zorg.
weet wat de gevolgen van de ontwikkelingen in de zorg voor het verpleegkundig beroep
zijn (inhoudelijk/organisatorisch);
Er zijn verschillende ontwikkelingen in de zorg die gevolgen hebben voor
het verpleegkundig beroep, zowel op inhoudelijk als op organisatorisch
vlak.
Op inhoudelijk vlak heeft de toenemende complexiteit van de zorg en de
veranderende behoeften van patiënten geleid tot een grotere nadruk op
het continu verbeteren van de kennis en vaardigheden van
verpleegkundigen. Dit heeft geleid tot de ontwikkeling van nieuwe
opleidingen en trainingen om verpleegkundigen te helpen hun
kwalificaties te verbeteren en op de hoogte te blijven van de nieuwste
ontwikkelingen in de zorg.
Op organisatorisch vlak heeft de toenemende druk op de
gezondheidszorgsystemen geleid tot veranderingen in de manier waarop
verpleegkundigen werken. Er is een nadruk op het verhogen van de
efficiëntie en het verminderen van de kosten, wat kan leiden tot
veranderingen in het werkrooster of de wijze van werken van
verpleegkundigen. Dit kan ook leiden tot een toenemende nadruk op
multidisciplinaire samenwerking en het werken in teamverband.
Er zijn ook ontwikkelingen op het gebied van informatie- en
communicatietechnologie (ICT) die de manier waarop verpleegkundigen
werken hebben beïnvloed. Zo worden elektronische medische dossiers
steeds vaker gebruikt om patiëntgegevens op te slaan en te delen, wat
kan leiden tot een grotere nadruk op computervaardigheden binnen het
verpleegkundig beroep.
Tot slot hebben de veranderende demografische factoren, zoals de
vergrijzing van de bevolking, ook gevolgen voor het verpleegkundig
beroep. Dit kan leiden tot een toenemende vraag naar verpleegkundigen
met specifieke vaardigheden en kennis om te kunnen voldoen aan de
behoeften van oudere patiënten.
, heeft kennis van oorzaken die liggen onder deze veranderingen;
Er zijn verschillende oorzaken die liggen aan de ontwikkelingen in de zorg
die gevolgen hebben voor het verpleegkundig beroep:
1. Toenemende complexiteit van de zorg: de zorg wordt steeds
complexer, wat betekent dat verpleegkundigen meer kennis en
vaardigheden moeten hebben om aan de behoeften van patiënten
te kunnen voldoen. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de
toenemende levensverwachting van de bevolking, de vergrijzing van
de bevolking, en de toenemende vraag naar zorg voor chronische
aandoeningen.
2. Veranderende behoeften van patiënten: de behoeften van patiënten
veranderen continu, wat betekent dat verpleegkundigen zich
moeten aanpassen aan deze veranderingen. Dit kan bijvoorbeeld
gebeuren door het veranderen van behandelmethoden of het
werken met nieuwe technologieën.
3. Toenemende druk op de gezondheidszorgsystemen: er is steeds
meer druk om de kosten van de gezondheidszorg te verminderen en
de efficiëntie te verhogen. Dit kan leiden tot veranderingen in de
manier waarop verpleegkundigen werken, zoals het werken in
teamverband of het aannemen van nieuwe technologieën om de
zorg te verbeteren.
4. Ontwikkelingen op het gebied van informatie- en
communicatietechnologie (ICT): de opkomst van elektronische
medische dossiers en andere ICT-toepassingen heeft geleid tot
veranderingen in de manier waarop verpleegkundigen werken.
Verpleegkundigen moeten bijvoorbeeld steeds vaker
computervaardigheden hebben om deze technologieën te kunnen
gebruiken.
5. Veranderende demografische factoren: de bevolking verandert
continu, wat betekent dat de behoeften van patiënten ook
veranderen. Bijvoorbeeld, de vergrijzing van de bevolking leidt tot
een toenemende vraag naar zorg voor oudere patiënten, wat kan
leiden tot een toenemende nadruk op geriatrische zorg binnen het
verpleegkundig beroep.
heeft kennis van de veranderende rol van de patiënt;
De rol van de patiënt is de laatste jaren sterk veranderd. In het verleden
waren patiënten vaak passief en hadden ze weinig zeggenschap over hun
eigen zorg. Ze werden behandeld door artsen en verpleegkundigen en
hadden weinig invloed op hun behandeling.
Tegenwoordig wordt er echter steeds meer nadruk gelegd op het
betrekken van patiënten bij hun eigen zorg en het geven van hen meer
zeggenschap over hun behandeling. Dit wordt ook wel "patient
,empowerment" genoemd. De veranderende rol van de patiënt kan onder
andere gezien worden als een reactie op de toenemende complexiteit van
de zorg en de veranderende behoeften van patiënten.
Patiënten worden nu aangemoedigd om actief deel te nemen aan hun
eigen zorg en meer verantwoordelijkheid te nemen voor hun gezondheid.
Dit kan bijvoorbeeld door het geven van patiënten toegang tot hun eigen
medische dossiers, het betrekken van patiënten bij behandelbeslissingen,
of het aanmoedigen van patiënten om zelfzorgvaardigheden te leren.
De veranderende rol van de patiënt kan ook gezien worden als een reactie
op de toenemende druk op de gezondheidszorgsystemen. Door patiënten
te betrekken bij hun eigen zorg en hen meer verantwoordelijkheid te
geven, kan de zorg efficiënter worden en kan de druk op de
gezondheidszorgsystemen worden verminderd.
Tot slot kan de veranderende rol van de patiënt ook gezien worden als een
reactie op de toenemende opkomst van informatie- en
communicatietechnologie (ICT) in de zorg. Door patiënten toegang te
geven tot hun eigen medische dossiers en andere informatie via ICT,
kunnen ze actiever deelnemen aan hun eigen zorg en beter geïnformeerde
beslissingen nemen.
heeft kennis van de begrippen CanMEDSrollen, competentie en kernbegrip, zoals
gehanteerd in het Beroepsprofiel Verpleegkundige 2020;
De CanMEDS-rollen zijn een reeks rollen die beschrijven wat
verpleegkundigen in hun werk moeten kunnen. Deze rollen zijn ontwikkeld
door het Royal College of Physicians and Surgeons of Canada. In
Nederland zijn de CanMEDS-rollen geïntegreerd in het Beroepsprofiel
Verpleegkundige 2020.
De CanMEDS-rollen zijn:
1. Medical Expert: deze rol omvat de kennis en vaardigheden die
verpleegkundigen nodig hebben om ziektebeelden te herkennen, te
diagnosticeren en te behandelen.
2. Communicator: deze rol omvat de vaardigheden die
verpleegkundigen nodig hebben om effectief te communiceren met
patiënten, hun familie, andere zorgverleners en andere
belanghebbenden.
3. Collaborator: deze rol omvat de vaardigheden die verpleegkundigen
nodig hebben om samen te werken met andere zorgverleners
binnen en buiten het eigen team.
4. Manager: deze rol omvat de vaardigheden die verpleegkundigen
nodig hebben om het zorgproces te beheren en te organiseren.
5. Health Advocate: deze rol omvat de vaardigheden die
verpleegkundigen nodig hebben om op te komen voor de belangen
, van patiënten en om te werken aan het verbeteren van de
gezondheid van de bevolking.
6. Scholar: deze rol omvat de vaardigheden die verpleegkundigen
nodig hebben om te blijven leren en om kennis te ontwikkelen en te
delen.
7. Professional: deze rol omvat de vaardigheden die verpleegkundigen
nodig hebben om professioneel te werken en om te voldoen aan de
professionele standaarden en verantwoordelijkheden van het
beroep.
Competentie is het vermogen om de kennis, vaardigheden en attitudes te
tonen die nodig zijn om een bepaalde taak of rol te vervullen. In het
Beroepsprofiel Verpleegkundige 2020 zijn specifieke competenties
geformuleerd voor elke CanMEDS-rol.
Kernbegrip is een begrip dat centraal staat in een bepaald vakgebied. In
het Beroepsprofiel Verpleegkundige 2020 zijn de kernbegrippen
"verpleegkundige zorg", "verantwoordelijkheid" en "professioneel gedrag"
geformuleerd als belangrijke begrippen voor verpleegkundigen.
kan de begrippen gezond en ziek definiëren;
Gezondheid kan op verschillende manieren worden gedefinieerd, maar
een algemene definitie is dat gezondheid de toestand is waarbij het
menselijk lichaam in staat is om normaal te functioneren en te voldoen
aan de dagelijkse eisen van het leven. Gezondheid omvat zowel fysieke als
mentale en emotionele welzijn.
Ziekte, aan de andere kant, kan worden gedefinieerd als een afwijking van
de normale gezonde toestand van het menselijk lichaam. Dit kan worden
veroorzaakt door verschillende factoren, zoals infecties, genetische
aandoeningen, levensstijlkeuzes of milieufactoren. Ziekte kan leiden tot
fysieke, mentale of emotionele problemen en kan behandeling vereisen
om de gezondheid te herstellen.
kan uitleggen waarom de begrippen gezond en ziek relatieve begrippen zijn;
Gezondheid en ziekte zijn relatieve begrippen omdat ze afhankelijk zijn
van de context waarbinnen ze worden beoordeeld. Wat voor de ene
persoon gezondheid kan zijn, kan voor een andere persoon ziekte zijn.
Bovendien kan de beoordeling van gezondheid en ziekte ook veranderen
over de tijd. Wat op een bepaald moment als gezondheid kan worden
beschouwd, kan op een later moment als ziekte worden beschouwd.