Agogiek – groepsdynamica
Groepen en dynamiek van groepen
Functies van groepen
Doelen:
Bescherming
Bevrediging van behoefte
Groepsontwikkeling & functies van groepen:
Evolutionair
Biologische cultureel
Psychologisch: omsluiting, controle en
waardering/wederkerigheid/complementariteit
Cognitief
Determinanten sociaal emotioneel
A Interpersoonlijke attracties:
Fysieke aantrekkelijkheid
Gelijkheid
Sociale achtergrond
Status
Vriendelijkheid
Taakgericht
B Taakgericht
Kosten en baten
Fases in groepsontwikkeling: hoofdstuk 1
1) Beginfase:
Oriëntatiefase
2) Middenfase:
Conflictfase, stabilisatiefase, prestatie fase
3) Autonome fase:
Beïnvloedingsfase
4) Afsluitingsfase ‘
(Eigenlijk zijn er 5 fase, omdat er ook nog een ‘’voorfase’’ is voor de beginfase)
Voorfase:
1) Deelnemers en begeleider nemen al bagage mee.
2) Deelnemers en begeleider hebben verwachtingen en wensen.
3) Deelnemers en begeleider hebben vaak al een beeld van de nog te vormen
groep.
4) Als begeleider je bewust zijn van deze voorfase en daar al op anticiperen door
bijvoorbeeld intakes te doen (individueel of als groep)
Een groep kan altijd in een latere fase zijn, maar kan ook blijven stagneren in
bepaalde fase.
, Beginfase:
1) Hoeft niet alleen te maken met de start van een groepsproces; groepen
kunnen ook in deze fase blijven hangen.
2) Aftasten van elkaar.
3) Typische van de groep ontdekken.
4) Verwachtingen.
5) Interactie komt op gang.
6) Doelen worden helder.
7) Veiligheid opbouwen.
8) Externe sturing is belangrijk als begeleider.
9) Oriëntatie en identiteit zijn de sleutelwoorden.
Middenfase:
1) Taakstructuur is helder
2) Betrokkenheid
3) Gevoelsmatige relaties
4) Balans in onderlinge verhoudingen, ook stoorzenders worden duidelijk.
5) Groepscohesie.
6) Interne verhouding binnen de groep staan centraal.
7) Affectiviteit is een sleutelwoord. ‘
Fase van de autonome groep:
1) Vertrouwen is er
2) Meer ruimte voor kwetsbaarheid
3) Meer oog voor de verschillende leden van de groep
4) Zelfsturing
5) Goed draaiende taakstructuur
6) Openheid is een sleutelwoord
Afsluitingsfase:
1) Verbindingen worden losser
2) Voorbereiden op eigen context
3) Afscheid
4) Evaluatie en afsluiting
Soorten groepen (vaak gevraagd op tentamen)
Indeling in drie categorieën:
1) Cognitief georiënteerde groep
2) Belevings- en ervaring gerichte groep
3) gedrags- en vaardigheid georiënteerde groep
1) Cognitief georiënteerde groep Hoofdstuk 28
HOOFD staat centraal
Gericht op:
- Cognitieversterking
- Kennisvermeerdering
- Inzichtverwerving
2) Belevings- en ervaring gerichte groep
HART staat centraal
Groepen en dynamiek van groepen
Functies van groepen
Doelen:
Bescherming
Bevrediging van behoefte
Groepsontwikkeling & functies van groepen:
Evolutionair
Biologische cultureel
Psychologisch: omsluiting, controle en
waardering/wederkerigheid/complementariteit
Cognitief
Determinanten sociaal emotioneel
A Interpersoonlijke attracties:
Fysieke aantrekkelijkheid
Gelijkheid
Sociale achtergrond
Status
Vriendelijkheid
Taakgericht
B Taakgericht
Kosten en baten
Fases in groepsontwikkeling: hoofdstuk 1
1) Beginfase:
Oriëntatiefase
2) Middenfase:
Conflictfase, stabilisatiefase, prestatie fase
3) Autonome fase:
Beïnvloedingsfase
4) Afsluitingsfase ‘
(Eigenlijk zijn er 5 fase, omdat er ook nog een ‘’voorfase’’ is voor de beginfase)
Voorfase:
1) Deelnemers en begeleider nemen al bagage mee.
2) Deelnemers en begeleider hebben verwachtingen en wensen.
3) Deelnemers en begeleider hebben vaak al een beeld van de nog te vormen
groep.
4) Als begeleider je bewust zijn van deze voorfase en daar al op anticiperen door
bijvoorbeeld intakes te doen (individueel of als groep)
Een groep kan altijd in een latere fase zijn, maar kan ook blijven stagneren in
bepaalde fase.
, Beginfase:
1) Hoeft niet alleen te maken met de start van een groepsproces; groepen
kunnen ook in deze fase blijven hangen.
2) Aftasten van elkaar.
3) Typische van de groep ontdekken.
4) Verwachtingen.
5) Interactie komt op gang.
6) Doelen worden helder.
7) Veiligheid opbouwen.
8) Externe sturing is belangrijk als begeleider.
9) Oriëntatie en identiteit zijn de sleutelwoorden.
Middenfase:
1) Taakstructuur is helder
2) Betrokkenheid
3) Gevoelsmatige relaties
4) Balans in onderlinge verhoudingen, ook stoorzenders worden duidelijk.
5) Groepscohesie.
6) Interne verhouding binnen de groep staan centraal.
7) Affectiviteit is een sleutelwoord. ‘
Fase van de autonome groep:
1) Vertrouwen is er
2) Meer ruimte voor kwetsbaarheid
3) Meer oog voor de verschillende leden van de groep
4) Zelfsturing
5) Goed draaiende taakstructuur
6) Openheid is een sleutelwoord
Afsluitingsfase:
1) Verbindingen worden losser
2) Voorbereiden op eigen context
3) Afscheid
4) Evaluatie en afsluiting
Soorten groepen (vaak gevraagd op tentamen)
Indeling in drie categorieën:
1) Cognitief georiënteerde groep
2) Belevings- en ervaring gerichte groep
3) gedrags- en vaardigheid georiënteerde groep
1) Cognitief georiënteerde groep Hoofdstuk 28
HOOFD staat centraal
Gericht op:
- Cognitieversterking
- Kennisvermeerdering
- Inzichtverwerving
2) Belevings- en ervaring gerichte groep
HART staat centraal