• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 4 pagina's
Samenvatting

Economie havo 5 samenvatting H1 en H2

Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 4 pagina's

Dit is een samenvatting van H1 en H2 van economie havo 5. De methode die wij gebruiken is Pincode.

Voorbeeld van de inhoud

Economie H1 en H2
In deze samenvatting worden de hoofdstukken 1 en 2 behandeld met begrippen en
rekenvoorbeelden.

Hoofdstuk1
Schaarste= je hebt te weinig om iedereen in een bepaalde behoefte te voorzien.
Maar economen kunnen het ook met tijd bedoelen, ze spreken dan over schaars de tijd
hebben als je keuzes moet maken op de manier waarop je tijd besteedt.

Budgettair probleem= als je uitgaven hoger zijn dan je inkomsten. Al je in en uitgaven staan
in een begroting. Als je een budgettair probleem heb dan noem je de begroting ook wel niet
sluitend. Je hebt verschillende soorten uitgaven: dagelijkse uitgaven, vaste lasten en
incidentele uitgaven.
Dagelijkse uitgaven, levensonderhoud zoals eten en drinken.
Vaste lasten, uitgaven die iedere periode terugkomen zoals gas, water en licht
Incidentele uitgaven, uitgaven die af en toe voorkomen zoals op vakantie gaan.

Budgetlijn tekenen

Hiernaast zie je hoe een budgetlijn werkt en hoe
je die moet tekenen. Let op: langs de assen waar
het overgaat, netjes werken en goede stap grote.

Opofferingskosten is alles wat je moet opofferen
om iets te verkrijgen. Opofferingskosten gaan er
vanuit de je middelen alternatief wendbaar zijn.
Dat houdt in dat als je een mobieltje koopt dat je
dan je kleren niet meer kunt kopen.

Motieven voor behoeftebevrediging
 basis of primaire behoeften: dak boven je
hoofd, voedsel en kleding.
 secundaire behoeften: deze behoefte zijn pas van belang als de primaire behoefte
zijn vervuld. Secundaire behoefte bestaan uit twee dingen: normale en luxe
behoeften. Normale behoeften die steken net boven de basis behoeften uit. Denk aan
sporten, frisdrank of dicht bij school willen wonen. Luxe behoeften zijn dingen als
merkkleding of een dure sportauto. Bij deze luxe goederen draait het vaak om een
goede status willen hebben. Je noemt deze goederen ( merkkleding) ook wel status
goederen.

Gezin, een bedrijf en de overheid noemen economen huishoudens.
Tussen gezinnen, bedrijven en overheden zijn er verschillende overeenkomsten over de
manier waarop ze hun middelen inzetten:

1. Elk huishouden heeft een prioriteiten lijst. Deze geeft de belangrijkheid van uitgaven weer.
Dit hangt af van de behoeften maar ook van de verplichtingen die een huishouden heeft. Bij
gezinshuishoudens zie je dit duidelijk, allereerst is kleding en een dak boven hun hoofd
belangrijk. Daarnaast heeft een gezin verplichte kosten zoals ziektekostenverzekering.
Omdat deze uitgaven al vaak voor een langere tijd vastliggen moet een gezin gaan
budgetteren. Dit is het maken van een begroting, zo kan je duidelijk zien wat je overhoud (of
niet) en waar je geld voor moet reserveren.
De overheid heeft haar uitgaven ook vastliggen in de wet, denk aan de werkloosheidswet.
Om dit aan te passen moeten ze dat wijzigen in de wet, hierdoor zijn de middel niet heel erg
alternatief wendbaar.De overheid budgetteert jaarlijks dat noem je een rijksbegroting.

, 2. Beslissen over de inzet van productiefactoren. Deze productie factoren zijn: arbeid,
natuur, kapitaal en ondernemerschap. Arbeid dat doet de mens, Natuur levert grond en
natuurlijke hulpbronnen, Kapitaal dit bestaat uit hulpmiddelen waarmee de productie sneller
kan verlopen en Ondernemerschap is het initiatief om bovenstaande productiefactoren met
elkaar te combineren.
Gezinshuishoudens, zzp’ers en agrarische bedrijven beschikken zelf over de
productiefactoren. Bedrijfshuishoudens moeten zelf de productiefactoren aanschaffen, een
bedrijf betaalt voor loon en de huur voor het pand. De overheid beslist over kapitaalgoederen
denk aan gebouwen en wegen. Ook beslist de overheid over het productiefactor natuur,
zoals grond.

3. De manier waarop huishoudens kiezen. Binnen een gezin is dat een individuele keuze. Bij
een bedrijf is dit vaak een commerciële keuze.

Productie is het maken van goederen en het leveren van diensten. Consumptie zijn de
uitgaven die door gezinshuishoudens worden gedaan. Je spreekt van schaalvoordelen als
de gemiddelde kosten per eenheid dalen bij een grotere productie omvang.

Arbeidsproductiviteit is de productiviteit van 1 persoon. Dus de hoeveel producten die een
persoon kan produceren in een bepaalde tijdseenheid.

Arbeidsproductiviteit= totale productieomvang in een bepaalde periode
------------------------------------------------------------------
aantal werknemers in dezelfde periode

Arbeidsproductiviteit= productieomvang werknemer in een bepaalde periode
per werknemer ------------------------------------------------------------------------
aantal gewerkte uren in dezelfde periode


% verandering= stijging of daling arbeidsproductiviteit
Arbeidsproductiviteit ------------------------------------------------- x100%
Arbeidsproductiviteit vorige periode

Arbeidsdeling is het opsplitsen van werkzaamheden aan een product of dienst.


Hoofdstuk 2
Eigendomsrechten dat betekend dat je juridisch eigenaar bent van een bepaald goed. Dit
geeft het recht om het te gebruiken, ruilen of te verkopen.
De overheid beschermt ook deze rechten, door middel van de wetten en regels.
Transactiekosten zijn alle kosten die iemand maakt om:
 een ruil partner te vinden
 tot een overeenkomst te komen
 de overeenkomst af te handelen

Directe ruil is als goederen met elkaar geruild worden, de transactie kosten zijn dan vaak
hoog. Indirecte ruil is dat er niet meer rechtstreeks wordt geruild maar met een ‘tussenstap’,
geld.

Functies van geld:
 ruilmiddel, je ruilt geld tegen goederen en diensten.
 rekenmiddel, hierdoor zorg je dat alle onderlingen ruilverhoudingen vastliggen.

Gekoppeld boek
 image
Henny Van Dongen, Ton Klerks Pincode / Tweede Fase Havo / Deel Theorieboek
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789001813499 Druk: 5

Documentinformatie

Niveau
School jaar
5
Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdfstuk 1 en 2
Geüpload op
30 maart 2016
Aantal pagina's
4
Geschreven in
2015/2016
Type
Samenvatting
€3,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
marijedegroot
4,1
(16)
Verkocht
38
Volgers
30
Items
19
Laatst verkocht
3 jaar geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.

Reviews van geverifieerde kopers




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen