Oefenvragen consultancy skills
1. Wat is NIET door het boek van Nathans benoemd als een factor
van relevantie van de adviseur zelf?
a) Vaardigheden
b) Fysieke behoefte.
c) Overtuigingen.
d) Gedrag.
2. Adviesafdelingen kennen een drietal verschillende oriëntaties?
Welke wordt niet genoemd door Nathans?
a) Medewerkergericht: Inhoudelijk gericht op juiste competenties adviseurs.
b) Controlegericht: Beheersmatig, opgelegd van hogerhand.
c) Productgericht: Inhoudelijk gericht op goede producten.
d) Marktgericht: Wensen en behoeften klanten en opdrachtgevers.
3. Op welke niveaus kan een gesprek gevoerd worden volgens
Nathans?
a) Inhoudsniveau, relatieniveau en procedureniveau.
b) Relatieniveau, afdelingsniveau en organisatieniveau.
c) Projectniveau, medewerkersniveau en inhoudsniveau.
d) Directieniveau, managementniveau en medewerkersniveau.
4. Wat is het minst een voorbeeld van afstemmen in een gesprek?
a) Rekening houden met taal- en stemgebruik van de gesprekspartner.
b) Rekening houden met leidinggevende van de gesprekspartner.
c) Rekening houden met persoonlijkheid van de gesprekspartner
d) Rekening houden met leer en werkstijl van de gesprekspartner.
5. Er zijn 5 verschillende adviesgesprekstijlen. Wat is de slechtste
uitleg van een van de stijlen?
a) Wegbewegen; de adviseur onttrekt zich aan de situatie.
b) Confronteren; de adviseur geeft nieuwe, soms onprettige informatie.
c) Overtuigen; de adviseur beargumenteert waarom de eigen standpunten
juist zijn
d) Gelijk op; de geadviseerde wordt om zijn/haar mening gevraagd.
6. Er is een breed scala aan acceptatie strategieën voor adviezen.
Wat houden deze verschillende strategieën in. Welke omschrijving
is ONJUIST?
a) Bij faciliteren richt de adviseur zich op het scheppen van de voorwaarden,
zodat de verandering “vanzelf” tot stand komt
b) Bij informeren richt de adviseur zich op verschaffen van informatie.
c) Bij ondersteunen neemt de adviseur werk uit handen of regelt zaken.
d) Bij overtuigen richt de adviseur zich op de emotie om betrokkenen tot
veranderingen aan te zetten. Ratio speelt een ondergeschikte rol.
1
1. Wat is NIET door het boek van Nathans benoemd als een factor
van relevantie van de adviseur zelf?
a) Vaardigheden
b) Fysieke behoefte.
c) Overtuigingen.
d) Gedrag.
2. Adviesafdelingen kennen een drietal verschillende oriëntaties?
Welke wordt niet genoemd door Nathans?
a) Medewerkergericht: Inhoudelijk gericht op juiste competenties adviseurs.
b) Controlegericht: Beheersmatig, opgelegd van hogerhand.
c) Productgericht: Inhoudelijk gericht op goede producten.
d) Marktgericht: Wensen en behoeften klanten en opdrachtgevers.
3. Op welke niveaus kan een gesprek gevoerd worden volgens
Nathans?
a) Inhoudsniveau, relatieniveau en procedureniveau.
b) Relatieniveau, afdelingsniveau en organisatieniveau.
c) Projectniveau, medewerkersniveau en inhoudsniveau.
d) Directieniveau, managementniveau en medewerkersniveau.
4. Wat is het minst een voorbeeld van afstemmen in een gesprek?
a) Rekening houden met taal- en stemgebruik van de gesprekspartner.
b) Rekening houden met leidinggevende van de gesprekspartner.
c) Rekening houden met persoonlijkheid van de gesprekspartner
d) Rekening houden met leer en werkstijl van de gesprekspartner.
5. Er zijn 5 verschillende adviesgesprekstijlen. Wat is de slechtste
uitleg van een van de stijlen?
a) Wegbewegen; de adviseur onttrekt zich aan de situatie.
b) Confronteren; de adviseur geeft nieuwe, soms onprettige informatie.
c) Overtuigen; de adviseur beargumenteert waarom de eigen standpunten
juist zijn
d) Gelijk op; de geadviseerde wordt om zijn/haar mening gevraagd.
6. Er is een breed scala aan acceptatie strategieën voor adviezen.
Wat houden deze verschillende strategieën in. Welke omschrijving
is ONJUIST?
a) Bij faciliteren richt de adviseur zich op het scheppen van de voorwaarden,
zodat de verandering “vanzelf” tot stand komt
b) Bij informeren richt de adviseur zich op verschaffen van informatie.
c) Bij ondersteunen neemt de adviseur werk uit handen of regelt zaken.
d) Bij overtuigen richt de adviseur zich op de emotie om betrokkenen tot
veranderingen aan te zetten. Ratio speelt een ondergeschikte rol.
1