1648: vrede van Münster / vrede van Westfalen
Centraal in de vrede van Münster stond het erkennen van de soevereine staat: alle macht
over een duidelijk begrensd gebied was in handen van één partij. Deze partij heeft ook een
geweldsmonopolie.
Thomas Hobbes: vond dat burgers behoefte hadden aan één soeverein vorst. Hij was bang
dat er anders een oorlog van allen tegen allen zou ontstaan.
Politiek: het maken van keuzes waaraan iedereen in de maatschappij gebonden is.
Politieke vraagstukken zij vaak van algemeen belang omdat iedereen er vroeg of laat mee te
maken krijgt.
Politiek dilemma: Maximale participatie en efficiënt besturen
Democratie: macht van velen, het volk regeert.
Directe democratie: zeldzaam, volk stemt over alles.
Indirecte democratie (representatieve democratie): volk kiest een partij die beslissingen
maakt en verantwoording aflegt over het beleid.
Kenmerken democratie:
-persvrijheid
-persoonlijke vrijheid
-onafhankelijke rechtspraak
-politieke grondrechten
-rechten van politie en leger wettelijk begrensd
Indirecte democratie kan opgedeeld worden in een parlementair stelsel en een presidentieel
stelsel.
Parlementair stelsel:
-volk kiest parlement, parlement vormt kabinet en vertegenwoordigt volk
-niet gekozen staatshoofd koning? Constitutionele monarchie
Presidentieel stelsel:
-volk kiest parlement en president
-president heeft hoogste macht en kan ministers benoemen en ontslaan
-president heeft meestal geen ontbindingsrecht, het recht om het parlement te ontbinden
1848: Nederland parlementaire democratie met constitutionele vorst.
De grondwet laat zijn hoe belangrijk de waarden vrijheid en gelijkheid voor een democratie
zijn. Dat zien we terug in onze grondwet:
-taken en bevoegdheden van drie politieke machten staan nauwkeurig omschreven.
-alle nederlanders vanaf 18 hebben het recht om te stemmen en verkozen te worden.
-de regels voor politieke besluitvorming zijn vastgelegd.
-de overheid laat de media vrij en moet ervoor zorgen dat het altijd de juiste informatie heeft.
In autoritaire regimes is kritische participatie van burgers vaak onmogelijk. De meest
vergaande van zo’n regimes is een dictatuur.
Het basiskenmerk van elk autoritair regime is dat de drie machten niet van elkaar
gescheiden zijn, maar in handen zijn van een kleine groep mensen. Een autoritair regime
kan daarom nooit een rechtsstaat zijn.
Andere kenmerken van een autoritair regime:
-geen onafhankelijke rechtspraak
, -grondrechten worden niet gerespecteerd
-oppositiepartijen zijn vaak verboden
-er is vaak overheidsgeweld
-bij verkiezingen is er veelal sprake van verkiezingsfraude, manipulatie en geweld
-er is geen persvrijheid en er is censuur
We maken onderscheid tussen ideologische, religieuze en militaire autoritaire regimes.
Ideologisch autoritair regime: alleen aanhangers van de regerende ideologie kunnen
politieke invloed uitoefenen. Doordat media, onderwijs en verenigingsleven onder strenge
controle staan is er sprake van indoctrinatie.
Religieus autoritair regime (theocratie): godsdienst is verheven tot staatsideologie. De
bevolking mag er wel stemmen, maar de niet-gekozen geestelijk leiders moeten alle
politieke besluiten goedkeuren en beslissen wie er kandidaat mag zijn voor de verkiezingen.
Militair autoritair regime: het leger heeft alle macht en de leider is een militair.