Werkcollege 1
Inleiding Internationaal en Europees recht
Opdracht 1:
a. De decentrale structuur van het internationale recht zorgt er voor dat
staten met internationaal recht als ondergrond zich moeten houden aan
bepaalde regels. De decentrale structuur zorgt ervoor dat de macht die het
internationale recht heeft wordt overgegeven aan de staten zelf. In de zin
van de Trias Politica in de nationale en internationale rechtsorde zijn er
verschillen kenbaar.
Wetgevende functie in nationaal recht: Regering en Staten-Generaal
Wetgevende functie in internationaal recht: Orgaan (bijv. van de VN) die
internationaal recht maakt waaraan landen mee mogen stemmen. Landen
zijn niet verplicht om hiermee in te stemmen (consent to be bound).
Rechtssubjecten zijn de staten zelf.
Uitvoerende functie in nationaal recht: Gemeenten, regering, ministers en
ambtenaren zijn voorbeelden van personen die ervoor moeten zorgen dat
nationaal recht goed uitgevoerd wordt.
Uitvoerende functie in internationaal recht: VN Veiligheidsraad. Staten
spelen hierbij een rol samen met de VN.
Rechtsprekende functie in nationaal recht: Rechtbanken en HR
Rechtsprekende functie in internationaal recht: Tribunalen, Gerechtshoven,
staten spelen hier ook een rol. ‘consent to be bound’.
b. Het karakter van internationaal recht is vrijwillig. Staten zijn niet verplicht
om gebonden te zijn aan verdragen of internationaal recht ‘Consent to be
bound’. De structuur is decentraal.
- Met verdragen is het zo dat alleen de staten die het ondertekenen zich
aan de verdragen onderhouden
- Als iets als gewoonterecht wordt beschouwd zijn alle staten daaraan
gebonden. Consent to be bound zit hierin verwerkt door de ‘persistent
objector’.
o Regels waar niemand van mag afwijken:
Ius cogens: gewoonterecht is zo fundamenteel dat ze
dwingend zijn. Normen waar alle staten het over eens zijn
dat dit zo belangrijk is voor de internationale rechtsorde
om te functioneren dat het altijd geldig is. Ius cogens
normen staan boven alles.
Opdracht 2:
a. Beëindiging is, behoudens een aantal uitzonderingen, alleen mogelijk als
andere verdragspartijen hiermee instemmen. Art. 54 Weens
Verdragenverdrag.
- Opzegging van een verdrag moet in het verdrag staan dat het kan
- Of alle partijen moeten instemmen dat die persoon er uit mag stappen.
Inleiding Internationaal en Europees recht
Opdracht 1:
a. De decentrale structuur van het internationale recht zorgt er voor dat
staten met internationaal recht als ondergrond zich moeten houden aan
bepaalde regels. De decentrale structuur zorgt ervoor dat de macht die het
internationale recht heeft wordt overgegeven aan de staten zelf. In de zin
van de Trias Politica in de nationale en internationale rechtsorde zijn er
verschillen kenbaar.
Wetgevende functie in nationaal recht: Regering en Staten-Generaal
Wetgevende functie in internationaal recht: Orgaan (bijv. van de VN) die
internationaal recht maakt waaraan landen mee mogen stemmen. Landen
zijn niet verplicht om hiermee in te stemmen (consent to be bound).
Rechtssubjecten zijn de staten zelf.
Uitvoerende functie in nationaal recht: Gemeenten, regering, ministers en
ambtenaren zijn voorbeelden van personen die ervoor moeten zorgen dat
nationaal recht goed uitgevoerd wordt.
Uitvoerende functie in internationaal recht: VN Veiligheidsraad. Staten
spelen hierbij een rol samen met de VN.
Rechtsprekende functie in nationaal recht: Rechtbanken en HR
Rechtsprekende functie in internationaal recht: Tribunalen, Gerechtshoven,
staten spelen hier ook een rol. ‘consent to be bound’.
b. Het karakter van internationaal recht is vrijwillig. Staten zijn niet verplicht
om gebonden te zijn aan verdragen of internationaal recht ‘Consent to be
bound’. De structuur is decentraal.
- Met verdragen is het zo dat alleen de staten die het ondertekenen zich
aan de verdragen onderhouden
- Als iets als gewoonterecht wordt beschouwd zijn alle staten daaraan
gebonden. Consent to be bound zit hierin verwerkt door de ‘persistent
objector’.
o Regels waar niemand van mag afwijken:
Ius cogens: gewoonterecht is zo fundamenteel dat ze
dwingend zijn. Normen waar alle staten het over eens zijn
dat dit zo belangrijk is voor de internationale rechtsorde
om te functioneren dat het altijd geldig is. Ius cogens
normen staan boven alles.
Opdracht 2:
a. Beëindiging is, behoudens een aantal uitzonderingen, alleen mogelijk als
andere verdragspartijen hiermee instemmen. Art. 54 Weens
Verdragenverdrag.
- Opzegging van een verdrag moet in het verdrag staan dat het kan
- Of alle partijen moeten instemmen dat die persoon er uit mag stappen.