Digitaal College 1
Het geheugen
Black box benadering: alleen uiterlijk waarneembaar gedrag onderzoeken. Niet wat er ‘in’ het hoofd
gebeurd. behaviorisme.
White box benadering: Afvragen op welke wijze informatie wordt verwerkt cognitivisme
Informatieverwerkingsmodel:
- Prikkels worden in het sensorisch geheugen verwerkt.
- Je filtert de informatie die je interessant vindt.
- Dit bepaald wat er in het korte termijngeheugen (=werkgeheugen) komt
- Je verwerkt daar de informatie in 18 seconde en wordt daarna doorgestuurd naar het lange
termijngeheugen. Je geeft een code aan de informatie.
- Retrieval: een leerling kan later informatie uit het lange termijngeheugen ophalen en opnieuw
gebruiken.
Chunking: Deze techniek pas je toe als mens om informatie over een lange periode te onthouden.
Het samenvoegen van informatie.
Opslag in het geheugen
- Coderingproces: strategie/ezelsbruggetje bedenken om een nummerbord te onthouden
- Sporensysteem
- Systeemscheiding voorkomen: van parate kennis naar functionele kennis. Verbanden leggen
tussen kennisbestanden.
Informatie vergeten: 3 mogelijke oorzaken
1. Vergeten van code: je kunt informatie niet meer terugvinden in het lange termijngeheugen
2. Verdringing: bewust vergeten. Bang voor tandarts, je vergeet informatie bewust
3. Interferentietheorie:
- Verwarring/vermenging met andere inhouden
- Klonten van informatie
- Onderscheiden lukt niet meer
Rol van leerkracht bij informatieopname lange termijngeheugen
1. Aansluiten bij belevingswereld
2. Leerlingen motiveren en activeren
3. Storende factoren uitschakelen
4. Samenhangen verhelderen
5. Omvangrijke informatie opdelen
6. Samenvattingsmomenten
7. Meer zintuigen en leerstijlen
Neuropsycholoog Jelle Jolles: Onderzoek naar hersengebieden.
Motivatie en emotionele betrokkenheid is belangrijk.
Digitaal college 2
Cognitivisme: Ausubel
Cognitivistische leerpsychologie: leren is een proces van informatieverwerking: actief bezig zijn met
informatie. Prikkels zet je om in kennis, vaardigheden, houding en emoties. Het doel is om betekenis
te geven aan de wereld om je heen.
Cognitieve structuur
In je hoofd zitten allerlei mapjes met informatie. Het gaat bijvoorbeeld als volgt:
Bovenschikkend
, Leerpsychologie
Nevenschikkend
Cognitivisme
Onderschikkend
Ausubel en Brüner
Ausubel: mensen leren ontvangend. Informatie moet kant en klaar worden aangeboden zodat het
makkelijk kan worden opgenomen in de cognitieve structuur.
Nieuwe kennis moet je onderbrengen in ‘mapjes’
Die mapjes moeten er dus al zijn, je bouwt voort op oude kennis.
Biedt kinderen cognitieve structuur aan voor de informatie
Betekenisvol leren: verbinden met al beschikbare kennis
Betekenisloos leren: uit het hoofd leren
Factoren die betekenis bepalen:
- Aard en opbouw van de leertaak leerinhoud
- Voorkennis of kwaliteit van de cognitieve structuur
- Leerintentie van de lerende
- Leeromgeving
Assimilatie van kennis:
- Kennis wordt geïntegreerd (opgenomen) in bestaande kennis.
- Cognitieve structuur verandert door integratie nieuwe kennis
- Iedere lerende heeft een uniek kennisbestand.
Je gebruikt ankerbegrippen om de kennis op je juiste plaats in de cognitieve structuur te krijgen.
Ankerbegrippen zijn nodig om betekenisvol te leren. Als je geen ankerbegrippen hebt, breng dan een
structuur aan door organizers (=schema, mindmap, afbeelding).
Digitaal college 3
Cognitivisme: Bruner
De cognitivistische leerpsychologie gaat ervan uit dat de mens informatie verwerkt net als een
computer. Je maakt mapjes aan om informatie in te plaatsen. Die mapjes noem je de cognitieve
structuur.
Bruner: De lerende bewerkt nieuwe informatie zodat die in die structuur past. Die kennis verwerft hij
door zelf te ontdekken.
Ausubel: Nieuwe informatie in kant en klare pakketten aanbieden.
Verschil: overdragend leren ↔ ontdekkend leren.
Voortbouwen op voorkennis: spiral curriculum
Dezelfde onderwerpen komen terug gedurende je studie. (bijv. Onderwijskunde: behaviorisme
in blok 1, in blok 4 ga je er dieper op in en herhaal je het)
Door verbreding en verdieping wordt voortgebouwd op eerder verworven kennis.
3 manieren om voort te bouwen op voorkennis:
1. Enactieve representatie: eenvoudigste manier
- Handelen met concreet materiaal omdat het moeilijk in woorden is uit te drukken.
2. Iconische representatie
- Door middel van waarnemingen of grafische voorstellingen
Het geheugen
Black box benadering: alleen uiterlijk waarneembaar gedrag onderzoeken. Niet wat er ‘in’ het hoofd
gebeurd. behaviorisme.
White box benadering: Afvragen op welke wijze informatie wordt verwerkt cognitivisme
Informatieverwerkingsmodel:
- Prikkels worden in het sensorisch geheugen verwerkt.
- Je filtert de informatie die je interessant vindt.
- Dit bepaald wat er in het korte termijngeheugen (=werkgeheugen) komt
- Je verwerkt daar de informatie in 18 seconde en wordt daarna doorgestuurd naar het lange
termijngeheugen. Je geeft een code aan de informatie.
- Retrieval: een leerling kan later informatie uit het lange termijngeheugen ophalen en opnieuw
gebruiken.
Chunking: Deze techniek pas je toe als mens om informatie over een lange periode te onthouden.
Het samenvoegen van informatie.
Opslag in het geheugen
- Coderingproces: strategie/ezelsbruggetje bedenken om een nummerbord te onthouden
- Sporensysteem
- Systeemscheiding voorkomen: van parate kennis naar functionele kennis. Verbanden leggen
tussen kennisbestanden.
Informatie vergeten: 3 mogelijke oorzaken
1. Vergeten van code: je kunt informatie niet meer terugvinden in het lange termijngeheugen
2. Verdringing: bewust vergeten. Bang voor tandarts, je vergeet informatie bewust
3. Interferentietheorie:
- Verwarring/vermenging met andere inhouden
- Klonten van informatie
- Onderscheiden lukt niet meer
Rol van leerkracht bij informatieopname lange termijngeheugen
1. Aansluiten bij belevingswereld
2. Leerlingen motiveren en activeren
3. Storende factoren uitschakelen
4. Samenhangen verhelderen
5. Omvangrijke informatie opdelen
6. Samenvattingsmomenten
7. Meer zintuigen en leerstijlen
Neuropsycholoog Jelle Jolles: Onderzoek naar hersengebieden.
Motivatie en emotionele betrokkenheid is belangrijk.
Digitaal college 2
Cognitivisme: Ausubel
Cognitivistische leerpsychologie: leren is een proces van informatieverwerking: actief bezig zijn met
informatie. Prikkels zet je om in kennis, vaardigheden, houding en emoties. Het doel is om betekenis
te geven aan de wereld om je heen.
Cognitieve structuur
In je hoofd zitten allerlei mapjes met informatie. Het gaat bijvoorbeeld als volgt:
Bovenschikkend
, Leerpsychologie
Nevenschikkend
Cognitivisme
Onderschikkend
Ausubel en Brüner
Ausubel: mensen leren ontvangend. Informatie moet kant en klaar worden aangeboden zodat het
makkelijk kan worden opgenomen in de cognitieve structuur.
Nieuwe kennis moet je onderbrengen in ‘mapjes’
Die mapjes moeten er dus al zijn, je bouwt voort op oude kennis.
Biedt kinderen cognitieve structuur aan voor de informatie
Betekenisvol leren: verbinden met al beschikbare kennis
Betekenisloos leren: uit het hoofd leren
Factoren die betekenis bepalen:
- Aard en opbouw van de leertaak leerinhoud
- Voorkennis of kwaliteit van de cognitieve structuur
- Leerintentie van de lerende
- Leeromgeving
Assimilatie van kennis:
- Kennis wordt geïntegreerd (opgenomen) in bestaande kennis.
- Cognitieve structuur verandert door integratie nieuwe kennis
- Iedere lerende heeft een uniek kennisbestand.
Je gebruikt ankerbegrippen om de kennis op je juiste plaats in de cognitieve structuur te krijgen.
Ankerbegrippen zijn nodig om betekenisvol te leren. Als je geen ankerbegrippen hebt, breng dan een
structuur aan door organizers (=schema, mindmap, afbeelding).
Digitaal college 3
Cognitivisme: Bruner
De cognitivistische leerpsychologie gaat ervan uit dat de mens informatie verwerkt net als een
computer. Je maakt mapjes aan om informatie in te plaatsen. Die mapjes noem je de cognitieve
structuur.
Bruner: De lerende bewerkt nieuwe informatie zodat die in die structuur past. Die kennis verwerft hij
door zelf te ontdekken.
Ausubel: Nieuwe informatie in kant en klare pakketten aanbieden.
Verschil: overdragend leren ↔ ontdekkend leren.
Voortbouwen op voorkennis: spiral curriculum
Dezelfde onderwerpen komen terug gedurende je studie. (bijv. Onderwijskunde: behaviorisme
in blok 1, in blok 4 ga je er dieper op in en herhaal je het)
Door verbreding en verdieping wordt voortgebouwd op eerder verworven kennis.
3 manieren om voort te bouwen op voorkennis:
1. Enactieve representatie: eenvoudigste manier
- Handelen met concreet materiaal omdat het moeilijk in woorden is uit te drukken.
2. Iconische representatie
- Door middel van waarnemingen of grafische voorstellingen