Anatomie en fysiologie
voorbereiding college 2
Leerdoelen:
Hoe de menstruele cyclus verloopt.
Welke veranderingen zich tijdens de menstruele cyclus voordoen in de
bouw van het endometrium.
Welke hormonale veranderingen zich tijdens de menstruele cyclus en de
zwangerschap voordoen.
Hoe anticonceptie tot stand komt.
Hoe de mannelijke inwendige en uitwendige geslachtsorganen zijn
opgebouwd.
Wat de functie van de prostaat is.
Hoe de hormonale regulatie van spermatogenese plaatsvindt.
Hoe de conceptie plaatsvindt en welke factoren dit proces beïnvloeden.
12.4 Fysiologische veranderingen in vrouwelijke geslachtsorganen
12.4.1 Ontwikkeling van follikel en endometrium
Door de wand van de follikel wordt oestrogeen, een steroïdhormoon
geproduceerd. Dit hormoon stimuleert de ontwikkeling van het endometrium
(baarmoederslijmvlies). Na de ovulatie wordt de graafse follikel
achtereenvolgens:
Corpus rubrum (rood lichaam) vanwege de aanwezigheid van
bloedstolsels.
Corpus luteum (geel lichaam) 2 dagen na ovulatie. Het produceert
oestrogeen en progesteron.
Corpus albicans (wit lichaam) als er geen bevruchting van de eicel
plaatsvindt gaat het corpus luteum na 12 dagen ten gronde en ontstaat
het witte lichaam. Het heet zo omdat de bloedvaten verdwijnen en
bindweefselvorming optreedt.
Onder invloed van oestrogeen en progesteron vinden in het endometrium
achtereenvolgens de volgende cyclische veranderingen plaats ter voorbereiding
op de komst van een bevruchte eicel:
1. Proliferatiefase (groeifase):
Hierbij wordt het endometrium dikker door oestrogeen uit de follikelcellen.
Ook neemt de vaatvoorziening toe en ontwikkelen zich talrijke klierbuisjes.
2. Secretiefase:
Dit start na de ovulatie en staat onder invloed van progesteron uit het
corpus luteum. Het endometrium wordt hierbij nog wat dikker, maar vooral
rijker aan voedingsstoffen door de afscheiding van secreten door het
slijmvlies en de talrijke kliertjes.
3. Menstruatiefase:
Dit treedt op wanneer er geen bevruchting heeft plaatsgevonden. Het
corpus luteum gaat ten gronde waardoor de productie progesteron sterk
daalt. De bloedvaten worden dichtgedrukt waardoor het endometrium
afsterft en onder bloedverlies wordt afgestoten.
12.4.2 Hormonale regulatie van de ovariële cyclus
De menstruatiecyclus bestaat uit 28 dagen. De eerste 4 tot 7 dagen is de
menstruatie. De productie oestrogeen en progesteron is dan laag en de hypofyse
wordt aangezet tot het maken van FSH, dat een follikel laat rijpen. Tijdens de
,follikelrijping produceren de follikelcellen oestrogeen. Oestrogeen remt de
productie van FSH, waardoor wordt voorkomen dat een tweede follikel gaat
rijpen.
Onder invloed van het oestrogeen bereidt het endometrium zich inmiddels voor
op een eventuele aankomst van de eicel (proliferatiefase). Twee dagen voor de
ovulatie neemt de productie LH sterk toe. LH zorgt voor de ovulatie. Na de
ovulatie ontwikkelt de follikel zich tot het corpus luteum, wat oestrogeen en
progesteron produceert. Progesteron zorgt ervoor dat het endometrium zich nog
verder ontwikkelt (secretiefase) en het remt de vorming van LH in de hypofyse,
waardoor een eventuele twee gerijpte follikel niet kan openbarsten.
Als de eicel niet wordt bevrucht degenereert het corpus luteum, daalt de
productie oestrogeen en progesteron (dus remming op hypothalamus valt weg)
en komt de productie FSH weer op gang, waardoor de nieuwe follikel begint te
rijpen. Daarnaast wordt het endometrium dan afgestoten (de menstruatie).
Als de eicel wel wordt bevrucht, nestelt de vrucht zich na 6 dagen in in het
endometrium. De productie van hCG komt dan op gang. Dit hormoon voorkomt
dat het corpus luteum degenereert, maar 4 maanden blijft bestaan en de omvang
toeneemt. De productie oestrogeen en progesteron in het corpus luteum neemt
verder toe zodat het endometrium behouden blijft. Na 4 maanden worden de
hormonen door de placenta geproduceerd en degenereert het corpus luteum.
Zwangerschapstesten zijn gebaseerd op het aantonen van hCG in de urine.
Intermezzo 12.2 Anticonceptiepil
Dit is een oraal anticonceptiemiddel en een combinatiepreparaat met zowel
oestrogeen als progestageen. De werking is driedelig:
1. De ovulatie wordt verhinderd, terwijl de normale menstruatiecyclus
gehandhaafd blijft.
2. Het endometrium wordt ongeschikt gemaakt voor innesteling van het
embryo.
3. Het cervixslijm wordt relatief ondoordringbaar voor zaadcellen.
Er is ook een minipil die alleen progestageen bevat in een lage concentratie.
Deze moet dagelijks worden ingenomen (geen stopweek). Deze pil is vooral van
toepassing bij vrouwen met borstvoeding, omdat die tijdens die periode geen
oestrogeen mogen innemen, want dat geeft een remming van de borstvoeding.
De werking van de minipil berust vooral op het ondoordringbaar maken van het
slijm aan het begin van de baarmoedermond.
Een pleisterpil wordt wekelijks aangebracht op bovenarm, bovenlijf, onderbuik of
bil.
Een prikpil is een vorm van een hormonale anticonceptie door een
intramusculaire depotinjectie met progestagene stoffen, waarvan de
werkingsduur ongeveer drie maanden is.
Ook bestaat er een implantaat, een staafje die onder de huid zit die iedere dag
een beetje progesteron aan het lichaam afgeeft. Na drie jaar moet het implantaat
vervangen worden.
12.4.3 Effecten van oestrogeen
Oestrogenen hebben naast het effect op het endometrium nog andere effecten.
Ze stimuleren de activiteit van de osteoblasten (botaanmakende cellen) en de
sluiting van de epifysairschijf (zit in pijpbeenderen). Hierdoor stopt de groei bij
meisjes een jaar eerder dan bij jongens.
Rond het 50e levensjaar wordt de productie van geslachtshormonen verminderd.
De sterk dalende oestrogeenproductie leidt tot het climacterium (de overgang).
Climacteriële klachten kunnen zijn; overvloedig en vaak plotseling bloedverlies
(soms leidend tot anemie), opvliegers (plotselinge warmtestuwing in het gezicht
, en de nek, gepaard gaande met roodheid), emotionele instabiliteit,
slaapstoornissen en onbegrepen moeheid. Bij 15 procent levert het climacterium
geen klachten op. Na enige tijd zal het menstrueren ophouden (menopauze). Het
verdere leven na de menopauze is de postmenopauze.
PMS premenstruele syndroom; klachten zoals opvliegendheid en hoofdpijn als
gevolg van de daling van de hoeveelheid oestrogenen in het bloed vlak voor de
menstruatie.
Tijdens een zwangerschap wordt het rijpen van een nieuwe eicel onderdrukt. Na
de bevalling moet de cyclus weer op gang komen. Dit duurt bij vrouwen die
borstvoeding geven langer dan bij vrouwen die geen borstvoeding geven.
In moeilijke leefomstandigheden komt bij vrouwen nogal eens amenorroe
(uitblijven van menstruatie) voor (bijv. in gevangenissen en psychiatrische
inrichtingen). De oorzaak ligt hierbij in het limbisch systeem. Ook bij vrouwelijke
sporters die veel trainen, komt nogal eens amenorroe voor. Stress en
vermindering van het gewicht kunnen hierbij als oorzaak kunnen worden gezien.
voorbereiding college 2
Leerdoelen:
Hoe de menstruele cyclus verloopt.
Welke veranderingen zich tijdens de menstruele cyclus voordoen in de
bouw van het endometrium.
Welke hormonale veranderingen zich tijdens de menstruele cyclus en de
zwangerschap voordoen.
Hoe anticonceptie tot stand komt.
Hoe de mannelijke inwendige en uitwendige geslachtsorganen zijn
opgebouwd.
Wat de functie van de prostaat is.
Hoe de hormonale regulatie van spermatogenese plaatsvindt.
Hoe de conceptie plaatsvindt en welke factoren dit proces beïnvloeden.
12.4 Fysiologische veranderingen in vrouwelijke geslachtsorganen
12.4.1 Ontwikkeling van follikel en endometrium
Door de wand van de follikel wordt oestrogeen, een steroïdhormoon
geproduceerd. Dit hormoon stimuleert de ontwikkeling van het endometrium
(baarmoederslijmvlies). Na de ovulatie wordt de graafse follikel
achtereenvolgens:
Corpus rubrum (rood lichaam) vanwege de aanwezigheid van
bloedstolsels.
Corpus luteum (geel lichaam) 2 dagen na ovulatie. Het produceert
oestrogeen en progesteron.
Corpus albicans (wit lichaam) als er geen bevruchting van de eicel
plaatsvindt gaat het corpus luteum na 12 dagen ten gronde en ontstaat
het witte lichaam. Het heet zo omdat de bloedvaten verdwijnen en
bindweefselvorming optreedt.
Onder invloed van oestrogeen en progesteron vinden in het endometrium
achtereenvolgens de volgende cyclische veranderingen plaats ter voorbereiding
op de komst van een bevruchte eicel:
1. Proliferatiefase (groeifase):
Hierbij wordt het endometrium dikker door oestrogeen uit de follikelcellen.
Ook neemt de vaatvoorziening toe en ontwikkelen zich talrijke klierbuisjes.
2. Secretiefase:
Dit start na de ovulatie en staat onder invloed van progesteron uit het
corpus luteum. Het endometrium wordt hierbij nog wat dikker, maar vooral
rijker aan voedingsstoffen door de afscheiding van secreten door het
slijmvlies en de talrijke kliertjes.
3. Menstruatiefase:
Dit treedt op wanneer er geen bevruchting heeft plaatsgevonden. Het
corpus luteum gaat ten gronde waardoor de productie progesteron sterk
daalt. De bloedvaten worden dichtgedrukt waardoor het endometrium
afsterft en onder bloedverlies wordt afgestoten.
12.4.2 Hormonale regulatie van de ovariële cyclus
De menstruatiecyclus bestaat uit 28 dagen. De eerste 4 tot 7 dagen is de
menstruatie. De productie oestrogeen en progesteron is dan laag en de hypofyse
wordt aangezet tot het maken van FSH, dat een follikel laat rijpen. Tijdens de
,follikelrijping produceren de follikelcellen oestrogeen. Oestrogeen remt de
productie van FSH, waardoor wordt voorkomen dat een tweede follikel gaat
rijpen.
Onder invloed van het oestrogeen bereidt het endometrium zich inmiddels voor
op een eventuele aankomst van de eicel (proliferatiefase). Twee dagen voor de
ovulatie neemt de productie LH sterk toe. LH zorgt voor de ovulatie. Na de
ovulatie ontwikkelt de follikel zich tot het corpus luteum, wat oestrogeen en
progesteron produceert. Progesteron zorgt ervoor dat het endometrium zich nog
verder ontwikkelt (secretiefase) en het remt de vorming van LH in de hypofyse,
waardoor een eventuele twee gerijpte follikel niet kan openbarsten.
Als de eicel niet wordt bevrucht degenereert het corpus luteum, daalt de
productie oestrogeen en progesteron (dus remming op hypothalamus valt weg)
en komt de productie FSH weer op gang, waardoor de nieuwe follikel begint te
rijpen. Daarnaast wordt het endometrium dan afgestoten (de menstruatie).
Als de eicel wel wordt bevrucht, nestelt de vrucht zich na 6 dagen in in het
endometrium. De productie van hCG komt dan op gang. Dit hormoon voorkomt
dat het corpus luteum degenereert, maar 4 maanden blijft bestaan en de omvang
toeneemt. De productie oestrogeen en progesteron in het corpus luteum neemt
verder toe zodat het endometrium behouden blijft. Na 4 maanden worden de
hormonen door de placenta geproduceerd en degenereert het corpus luteum.
Zwangerschapstesten zijn gebaseerd op het aantonen van hCG in de urine.
Intermezzo 12.2 Anticonceptiepil
Dit is een oraal anticonceptiemiddel en een combinatiepreparaat met zowel
oestrogeen als progestageen. De werking is driedelig:
1. De ovulatie wordt verhinderd, terwijl de normale menstruatiecyclus
gehandhaafd blijft.
2. Het endometrium wordt ongeschikt gemaakt voor innesteling van het
embryo.
3. Het cervixslijm wordt relatief ondoordringbaar voor zaadcellen.
Er is ook een minipil die alleen progestageen bevat in een lage concentratie.
Deze moet dagelijks worden ingenomen (geen stopweek). Deze pil is vooral van
toepassing bij vrouwen met borstvoeding, omdat die tijdens die periode geen
oestrogeen mogen innemen, want dat geeft een remming van de borstvoeding.
De werking van de minipil berust vooral op het ondoordringbaar maken van het
slijm aan het begin van de baarmoedermond.
Een pleisterpil wordt wekelijks aangebracht op bovenarm, bovenlijf, onderbuik of
bil.
Een prikpil is een vorm van een hormonale anticonceptie door een
intramusculaire depotinjectie met progestagene stoffen, waarvan de
werkingsduur ongeveer drie maanden is.
Ook bestaat er een implantaat, een staafje die onder de huid zit die iedere dag
een beetje progesteron aan het lichaam afgeeft. Na drie jaar moet het implantaat
vervangen worden.
12.4.3 Effecten van oestrogeen
Oestrogenen hebben naast het effect op het endometrium nog andere effecten.
Ze stimuleren de activiteit van de osteoblasten (botaanmakende cellen) en de
sluiting van de epifysairschijf (zit in pijpbeenderen). Hierdoor stopt de groei bij
meisjes een jaar eerder dan bij jongens.
Rond het 50e levensjaar wordt de productie van geslachtshormonen verminderd.
De sterk dalende oestrogeenproductie leidt tot het climacterium (de overgang).
Climacteriële klachten kunnen zijn; overvloedig en vaak plotseling bloedverlies
(soms leidend tot anemie), opvliegers (plotselinge warmtestuwing in het gezicht
, en de nek, gepaard gaande met roodheid), emotionele instabiliteit,
slaapstoornissen en onbegrepen moeheid. Bij 15 procent levert het climacterium
geen klachten op. Na enige tijd zal het menstrueren ophouden (menopauze). Het
verdere leven na de menopauze is de postmenopauze.
PMS premenstruele syndroom; klachten zoals opvliegendheid en hoofdpijn als
gevolg van de daling van de hoeveelheid oestrogenen in het bloed vlak voor de
menstruatie.
Tijdens een zwangerschap wordt het rijpen van een nieuwe eicel onderdrukt. Na
de bevalling moet de cyclus weer op gang komen. Dit duurt bij vrouwen die
borstvoeding geven langer dan bij vrouwen die geen borstvoeding geven.
In moeilijke leefomstandigheden komt bij vrouwen nogal eens amenorroe
(uitblijven van menstruatie) voor (bijv. in gevangenissen en psychiatrische
inrichtingen). De oorzaak ligt hierbij in het limbisch systeem. Ook bij vrouwelijke
sporters die veel trainen, komt nogal eens amenorroe voor. Stress en
vermindering van het gewicht kunnen hierbij als oorzaak kunnen worden gezien.