COPD
Screening
- aanmelden
- hulpvraag inventariseren
- pluis / niet- pluis (rode vlaggen)
GOLD 1-2 + MRC < 2 voorzetting van diagnostische en therapeutische behandeling
(contact met huisarts)
GOLD 3-4 + MRC 1 > voorzetting van diagnostische en therapeutische behandeling
- infomeren over bevindingen van de screening
Maak onderscheid tussen 2 patientenprofielen
1# gestoord mucustransport + infecties LFM (longfunctiemeting)
2# kortademigheid + afgenomen inspanningsvermogen + fysieke inactiviteit
LFM + inspanningstest
Anamnese
1#
- hoe vaak heb je last van die respiratoire
infecties
- exacerbaties met hypersecretie
- therapietrouw
2#
- kortademigheid tijdens inspanning ( MRC
> 1)
- fysieke activiteit tijdens ADL
- comorbiditeit
Bijlage 3
- hoevaak per week fysiek zware activiteit van 20 min
- hoevaak per week matig-fysieke activiteit van 30 min
Dyspneu:
o Rust/inspanning.
o Borgschaal (6-20).
o Benauwdheid in de nanacht en vroege morgen.
o Continu/periodiek.
o Gepaard gaand met piepen.
Pijn:
o Hoesten/huffen.
o Inademen.
o Uitademen.
Hoesten:
o Droog/prikkelhoest.
o Productief (ochtendhoest of gehele dag).
o Efficiëntie van de hoest.
Sputum:
o Hoeveelheid per dag.
o Kleur.
o Viscositeit.
o Relatie tussen sputumproductie en lichaamshouding, uitgevoerde activiteit of gebruik
van medicatie?
o Is de patiënt vertrouwd met expectoratietechnieken?
, o Heeft mucusretentie negatieve gevolgen? (bijvoorbeeld exacerbaties, terugkerende
infecties of vermoeidheid?
Inspanningstolerantie:
o Abnormale vermoeidheid.
o (Buiten) lopen (afstand).
o Traplopen.
o Fietsen.
Provocerende factoren:
o Allergie (huisstof, graspollen, dieren etc.).
o Hyperreactiviteit (koude, inspanning, mist etc.)
o Stress.
Klachten verminderen door:
o Rust.
o Lichaamshouding.
o Omgevingsfactoren.
o Medicatie (welke medicijnen gebruikt de patiënt? Kennis en/of inzicht in het gebruik
ervan?).
Overige klachten:
o Hypoxie/hypoxemie.
o Slaapproblematiek.
o Ochtendhoofdpijn.
o Concentratiestoornissen.
o Adembewegignsapparaat (bewegingsbeperking, pijn, stijfheid).
o Pijn gerelateerd aan diep ademhalen/hoesten.
o Decompensatio cordis.
o Voedingsproblemen.
Belastbaarheid:
o Hebben er recent trauma’s of operaties plaatsgevonden.
o Zijn er andere aandoeningen: tractus locomotorus (bewegingsapparaat), overige
tracti.
o Is er sprake van een afname van het lichaamsgewicht ondanks een normaal
eetpatroon.
Belasting:
o Welke eisen stelt de omgeving aan de patiënt.
o Hoe ziet de dagindeling eruit.
o Activiteitenniveau: ADL, werk en hobby.
o Wat zijn de provocerende factoren: rookgedrag, hyperreactiviteit, emotie/gedrag.
o Werkomstandigheden.
o Hoe kunnen de klachten verminderen: rust, omgevingsfactoren, medicatie.
Verloop van de klachten:
Aanvullende vragen:
o Familieanamnese.
o Rookgedrag patiënt (heeft gerookt of rookt nog steeds).
o Rookgedrag omgeving.
o Hoe omschrijft de patiënt zelf de diagnose.
o Wat verwacht de patiënt van de fysiotherapeut.
o Wat is de informatiebehoefte van de patiënt.
Screening
- aanmelden
- hulpvraag inventariseren
- pluis / niet- pluis (rode vlaggen)
GOLD 1-2 + MRC < 2 voorzetting van diagnostische en therapeutische behandeling
(contact met huisarts)
GOLD 3-4 + MRC 1 > voorzetting van diagnostische en therapeutische behandeling
- infomeren over bevindingen van de screening
Maak onderscheid tussen 2 patientenprofielen
1# gestoord mucustransport + infecties LFM (longfunctiemeting)
2# kortademigheid + afgenomen inspanningsvermogen + fysieke inactiviteit
LFM + inspanningstest
Anamnese
1#
- hoe vaak heb je last van die respiratoire
infecties
- exacerbaties met hypersecretie
- therapietrouw
2#
- kortademigheid tijdens inspanning ( MRC
> 1)
- fysieke activiteit tijdens ADL
- comorbiditeit
Bijlage 3
- hoevaak per week fysiek zware activiteit van 20 min
- hoevaak per week matig-fysieke activiteit van 30 min
Dyspneu:
o Rust/inspanning.
o Borgschaal (6-20).
o Benauwdheid in de nanacht en vroege morgen.
o Continu/periodiek.
o Gepaard gaand met piepen.
Pijn:
o Hoesten/huffen.
o Inademen.
o Uitademen.
Hoesten:
o Droog/prikkelhoest.
o Productief (ochtendhoest of gehele dag).
o Efficiëntie van de hoest.
Sputum:
o Hoeveelheid per dag.
o Kleur.
o Viscositeit.
o Relatie tussen sputumproductie en lichaamshouding, uitgevoerde activiteit of gebruik
van medicatie?
o Is de patiënt vertrouwd met expectoratietechnieken?
, o Heeft mucusretentie negatieve gevolgen? (bijvoorbeeld exacerbaties, terugkerende
infecties of vermoeidheid?
Inspanningstolerantie:
o Abnormale vermoeidheid.
o (Buiten) lopen (afstand).
o Traplopen.
o Fietsen.
Provocerende factoren:
o Allergie (huisstof, graspollen, dieren etc.).
o Hyperreactiviteit (koude, inspanning, mist etc.)
o Stress.
Klachten verminderen door:
o Rust.
o Lichaamshouding.
o Omgevingsfactoren.
o Medicatie (welke medicijnen gebruikt de patiënt? Kennis en/of inzicht in het gebruik
ervan?).
Overige klachten:
o Hypoxie/hypoxemie.
o Slaapproblematiek.
o Ochtendhoofdpijn.
o Concentratiestoornissen.
o Adembewegignsapparaat (bewegingsbeperking, pijn, stijfheid).
o Pijn gerelateerd aan diep ademhalen/hoesten.
o Decompensatio cordis.
o Voedingsproblemen.
Belastbaarheid:
o Hebben er recent trauma’s of operaties plaatsgevonden.
o Zijn er andere aandoeningen: tractus locomotorus (bewegingsapparaat), overige
tracti.
o Is er sprake van een afname van het lichaamsgewicht ondanks een normaal
eetpatroon.
Belasting:
o Welke eisen stelt de omgeving aan de patiënt.
o Hoe ziet de dagindeling eruit.
o Activiteitenniveau: ADL, werk en hobby.
o Wat zijn de provocerende factoren: rookgedrag, hyperreactiviteit, emotie/gedrag.
o Werkomstandigheden.
o Hoe kunnen de klachten verminderen: rust, omgevingsfactoren, medicatie.
Verloop van de klachten:
Aanvullende vragen:
o Familieanamnese.
o Rookgedrag patiënt (heeft gerookt of rookt nog steeds).
o Rookgedrag omgeving.
o Hoe omschrijft de patiënt zelf de diagnose.
o Wat verwacht de patiënt van de fysiotherapeut.
o Wat is de informatiebehoefte van de patiënt.