Methodisch handelen inzichtelijk
7. Uitvoering
Stap 6 in het regulatieve model
7.1 Inleiding
Nu is het moment gekomen om alles wat je bedacht hebt om je cliënt zo goed
mogelijk te helpen in de praktijk zichtbaar te maken. Je begint aan de uitvoering.
Je bent nu in staat aan te geven op welke wijze jij je hulp en begeleiding wilt
uitvoeren.
Het is in deze fase vooral van belang dat je handen en voeten kunt geven aan je
strategie. Jij moet de manager worden van het hulpverleningstraject. Om die taak
te kunnen uitvoeren moet je:
De werkrelatie met je cliënt bewaken
De samenwerkingsrelatie met andere professionals bewaken
De samenwerkingsrelatie met andere organisaties bewaken
Je strategie bewaken
De randvoorwaardelijke criteria bewaken
Kunnen werken vanuit de visie en missie van de instelling
In staat zijn mogelijkheden en onmogelijkheden te signaleren
Conflicterende situaties kunnen signaleren en oplossen
In staat zijn tot creatieve en flexibele interventies
Beslissingen nemen
7.2 Je hulpverleningstraject managen
De werkrelatie met je cliënt bewaren
Maak het niet uitkomen van verwachtingen tijdig bespreekbaar.
Je kunt je werkrelatie bewaken door erop te letten dat je op een evenwichtige
wijze je cliënt tegemoet treedt.
Betrouwbaarheid is een kernwoord binnen een werkrelatie.
Kenmerken als sekse, land van herkomst, of leeftijd kunnen ook een rol spelen in
je werkrelatie.
De samenwerkingsrelatie met andere professionals bewaken.
Voor wat betreft de samenwerking met andere professionals geldt in eerste
instantie dat je goede afspraken moet maken. Houdt de professional op de
hoogte.
De noodzaak van schriftelijke verslaglegging is altijd aanwezig, maar de
noodzaak van verslaglegging wordt belangrijker naarmate de professional verder
van je af staat. Door schriftelijke verslaglegging ontstaat er als bijkomend
voordeel een document waarin bij eventuele onduidelijkheid altijd teruggelezen
kan worden hoe de gang van zaken is geweest.
7. Uitvoering
Stap 6 in het regulatieve model
7.1 Inleiding
Nu is het moment gekomen om alles wat je bedacht hebt om je cliënt zo goed
mogelijk te helpen in de praktijk zichtbaar te maken. Je begint aan de uitvoering.
Je bent nu in staat aan te geven op welke wijze jij je hulp en begeleiding wilt
uitvoeren.
Het is in deze fase vooral van belang dat je handen en voeten kunt geven aan je
strategie. Jij moet de manager worden van het hulpverleningstraject. Om die taak
te kunnen uitvoeren moet je:
De werkrelatie met je cliënt bewaken
De samenwerkingsrelatie met andere professionals bewaken
De samenwerkingsrelatie met andere organisaties bewaken
Je strategie bewaken
De randvoorwaardelijke criteria bewaken
Kunnen werken vanuit de visie en missie van de instelling
In staat zijn mogelijkheden en onmogelijkheden te signaleren
Conflicterende situaties kunnen signaleren en oplossen
In staat zijn tot creatieve en flexibele interventies
Beslissingen nemen
7.2 Je hulpverleningstraject managen
De werkrelatie met je cliënt bewaren
Maak het niet uitkomen van verwachtingen tijdig bespreekbaar.
Je kunt je werkrelatie bewaken door erop te letten dat je op een evenwichtige
wijze je cliënt tegemoet treedt.
Betrouwbaarheid is een kernwoord binnen een werkrelatie.
Kenmerken als sekse, land van herkomst, of leeftijd kunnen ook een rol spelen in
je werkrelatie.
De samenwerkingsrelatie met andere professionals bewaken.
Voor wat betreft de samenwerking met andere professionals geldt in eerste
instantie dat je goede afspraken moet maken. Houdt de professional op de
hoogte.
De noodzaak van schriftelijke verslaglegging is altijd aanwezig, maar de
noodzaak van verslaglegging wordt belangrijker naarmate de professional verder
van je af staat. Door schriftelijke verslaglegging ontstaat er als bijkomend
voordeel een document waarin bij eventuele onduidelijkheid altijd teruggelezen
kan worden hoe de gang van zaken is geweest.