Codeboek: is een hulpmiddel om op voorhand na te denken en zo problemen te vermijden
1. Nummer vraag in vragenlijst
2. Naam variabele (=naam/nummer)
3. Omschrijving van de variabele→titel bij grafische voorstelling
4. Omschrijving antwoord categorieën
5. Gebruikte code voor waarden
6. Plaats nodig voor karakters en decimalen
7. Elk antwoordmogelijkheid wordt een variabele→aantal antwoorden = aantal variabelen
Soorten vragen:
1. Gesloten vraag met één antwoordmogelijkheid: één vraag→één variabele→toekennen
van numerieke waarde
2. Vraag met meerdere antwoordmogelijkheden: elk antwoordmogelijkheid wordt een
variabele→# antwoorden = # variabelen
3. Open vraag: zonder antwoordmogelijkheden→meer kwalitatieve analyse: elk antwoord
ingeven als tekstvariabele→categorieën maken→
coderen per categorie→variabele aanmaken met twee waarden (1 = ingevuld, 2 = niet
ingevuld)
4. Ontbrekende antwoorden: system missing values (ontbrekende waarde→punt in SPSS)
en user missing values (zelf code toekennen bv. 9)
Name van de variabele
1. Moet uniek zijn in je dataset (twee dezelfde gaan niet)
2. De variabelenaam er geen spatie in voorkomen, moet ze starten met een letter, mag ze
geen speciale tekens
3. De variabelenamen ‘leeftijd’ en ‘LEEFTIJD’ zijn hetzelfde
4. Veelgebruikte variabelenamen zijn v1, v2, ... of afkortingen van de betekenis van de
variabele
Type bepaalt het type variabele
1. ‘Numerical’ (getal), ‘String’ (tekst) en ‘Date’ (datum)
2. Voor bewerkingen belangrijk om hier het juiste type te selecteren
STATISTIEK EXCEL
Tabel moet er zo uitzien: (bij in klassen gegroepeerde gegevens)
Ondergrens-bovengrens- aantal(xi)- Fi - K(xi) - XiFi - (X-gemx)^2*Fi - (x-gemx)*Fi - (x-
gemx)^3*Fi - (x-gemx)^4*Fi
1. Het kan dat je tabel moet toevoegen , dit doe je gwn via de knop “cellen invoegen” in
start ( bv als je met klassen werkt en klassemidden (=
(bovengrens+ondergrens)/2)kolom moet maken!)
Relatie ve frequentie = Fi/N(som fi)
2. Fi totaal berekenen zodat je N weet
3. Rekenkundig gemiddelde (x-) gwn formule toepassen en dan /N !
4. Mediaan =
1) eerst N/2
1. Nummer vraag in vragenlijst
2. Naam variabele (=naam/nummer)
3. Omschrijving van de variabele→titel bij grafische voorstelling
4. Omschrijving antwoord categorieën
5. Gebruikte code voor waarden
6. Plaats nodig voor karakters en decimalen
7. Elk antwoordmogelijkheid wordt een variabele→aantal antwoorden = aantal variabelen
Soorten vragen:
1. Gesloten vraag met één antwoordmogelijkheid: één vraag→één variabele→toekennen
van numerieke waarde
2. Vraag met meerdere antwoordmogelijkheden: elk antwoordmogelijkheid wordt een
variabele→# antwoorden = # variabelen
3. Open vraag: zonder antwoordmogelijkheden→meer kwalitatieve analyse: elk antwoord
ingeven als tekstvariabele→categorieën maken→
coderen per categorie→variabele aanmaken met twee waarden (1 = ingevuld, 2 = niet
ingevuld)
4. Ontbrekende antwoorden: system missing values (ontbrekende waarde→punt in SPSS)
en user missing values (zelf code toekennen bv. 9)
Name van de variabele
1. Moet uniek zijn in je dataset (twee dezelfde gaan niet)
2. De variabelenaam er geen spatie in voorkomen, moet ze starten met een letter, mag ze
geen speciale tekens
3. De variabelenamen ‘leeftijd’ en ‘LEEFTIJD’ zijn hetzelfde
4. Veelgebruikte variabelenamen zijn v1, v2, ... of afkortingen van de betekenis van de
variabele
Type bepaalt het type variabele
1. ‘Numerical’ (getal), ‘String’ (tekst) en ‘Date’ (datum)
2. Voor bewerkingen belangrijk om hier het juiste type te selecteren
STATISTIEK EXCEL
Tabel moet er zo uitzien: (bij in klassen gegroepeerde gegevens)
Ondergrens-bovengrens- aantal(xi)- Fi - K(xi) - XiFi - (X-gemx)^2*Fi - (x-gemx)*Fi - (x-
gemx)^3*Fi - (x-gemx)^4*Fi
1. Het kan dat je tabel moet toevoegen , dit doe je gwn via de knop “cellen invoegen” in
start ( bv als je met klassen werkt en klassemidden (=
(bovengrens+ondergrens)/2)kolom moet maken!)
Relatie ve frequentie = Fi/N(som fi)
2. Fi totaal berekenen zodat je N weet
3. Rekenkundig gemiddelde (x-) gwn formule toepassen en dan /N !
4. Mediaan =
1) eerst N/2