Nederlandse taal
1.1 Wat is een onderwerp/persoonsvorm
1 Persoonsvorm
- Altijd een werkwoord
- Geeft de vt \ tt aan
Hoe kun je een persoonsvorm vinden?
- Zin vragend maken ( een ja vraag )
- Getal van de zin veranderen (meervoud \ enkelvoud)
- Zin in andere tijd zetten
2 Onderwerp
Eerst pv vinden, dan kun je er een vraag van maken.
Ond= wie of wat + pv
1. Heeft pv / schriftelijke communicatie ond
2. Worden pv / schriftelijke bewijsstukken ond
3. Worden pv / producties, dat zijn bijlages ond
4. Moet pv / een advocaat ond // is ov / de volgorde van de argumenten
5. Wordt pv / een groep samenhangende argumenten
1.2 Wanneer d/t
Stap 1: kijk naar de stam van het werkwoord ( -en eraf halen )
De stam is ook gelijk de eerste persoon enkelvoud, ik vervoeg
De tweede en derde persoon enkelvoud, jij/hij/zij vervoegt
Deze regel geldt ook voor woorden die eindige op een d. Ik
vind, hij vindt.
Uitzondering: als je ( je wat jij kan worden, niet jouw ) achter de pv komt valt
de t weg.
, Ik |Ik vorm | ik loop woon word zend
Afwijkende ww pp 9
Ik wil, jij wilt, wil jij?, hij wil
1.4 Wanneer dubbel t of d
Eigen filmpje opgezocht, stond geen uitlegvideo bij
Verleden tijd van zwakke ww met de stam die eindigt op d of t
(zwakke ww veranderen niet van klank als ze in de vt worden gezet)
Zwakke werkwoorden krijgen in de vt een extra d of t achter de stam. Maar
omdat de laatste letter al een d of t is heb je nu dubbel d/t.
Wachten wacht wachtten
Branden brand brandden
Het verschil tussen enkelvoud en meervoud is de N aan het eind van de
meervoudsvorm.
De jongen wachtte.
De jongens wachtten.
Het vliegtuig landde.
De vliegtuigen landden.
1.5 Wanneer een voltooid deelwoord op d/t
Het vt word gebruikt om aan te geven dat een toestand of handeling voltooid
is.
d/t gebruik t kofschip.
Kijk naar de stam, als de laatste letter in het kofschip zit dan schrijf je het met
een t, als de letter niet voorkomt dan met een d.
1.1 Wat is een onderwerp/persoonsvorm
1 Persoonsvorm
- Altijd een werkwoord
- Geeft de vt \ tt aan
Hoe kun je een persoonsvorm vinden?
- Zin vragend maken ( een ja vraag )
- Getal van de zin veranderen (meervoud \ enkelvoud)
- Zin in andere tijd zetten
2 Onderwerp
Eerst pv vinden, dan kun je er een vraag van maken.
Ond= wie of wat + pv
1. Heeft pv / schriftelijke communicatie ond
2. Worden pv / schriftelijke bewijsstukken ond
3. Worden pv / producties, dat zijn bijlages ond
4. Moet pv / een advocaat ond // is ov / de volgorde van de argumenten
5. Wordt pv / een groep samenhangende argumenten
1.2 Wanneer d/t
Stap 1: kijk naar de stam van het werkwoord ( -en eraf halen )
De stam is ook gelijk de eerste persoon enkelvoud, ik vervoeg
De tweede en derde persoon enkelvoud, jij/hij/zij vervoegt
Deze regel geldt ook voor woorden die eindige op een d. Ik
vind, hij vindt.
Uitzondering: als je ( je wat jij kan worden, niet jouw ) achter de pv komt valt
de t weg.
, Ik |Ik vorm | ik loop woon word zend
Afwijkende ww pp 9
Ik wil, jij wilt, wil jij?, hij wil
1.4 Wanneer dubbel t of d
Eigen filmpje opgezocht, stond geen uitlegvideo bij
Verleden tijd van zwakke ww met de stam die eindigt op d of t
(zwakke ww veranderen niet van klank als ze in de vt worden gezet)
Zwakke werkwoorden krijgen in de vt een extra d of t achter de stam. Maar
omdat de laatste letter al een d of t is heb je nu dubbel d/t.
Wachten wacht wachtten
Branden brand brandden
Het verschil tussen enkelvoud en meervoud is de N aan het eind van de
meervoudsvorm.
De jongen wachtte.
De jongens wachtten.
Het vliegtuig landde.
De vliegtuigen landden.
1.5 Wanneer een voltooid deelwoord op d/t
Het vt word gebruikt om aan te geven dat een toestand of handeling voltooid
is.
d/t gebruik t kofschip.
Kijk naar de stam, als de laatste letter in het kofschip zit dan schrijf je het met
een t, als de letter niet voorkomt dan met een d.