Woorden van een bepaalde tijd: wanneer iets gebeurt is (yesterday, next year, in
2006):
● Begin van de zin, of eind van de zin (ook na de plaats).
Woorden van een onbepaalde tijd: hoe vaak iets gebeurt is (always, never, still,
usually):
● Vlak voor het werkwoord
● Na het eerste werkwoord (bij meerdere werkwoorden)
● Na een vorm van ‘be’ (am/is/are, was/were)
● Vraagzin: na het onderwerp.
Hoofdstuk 2
Woorden die eindigen op -y:
● Laatste letter een medeklinker: -y wordt -ie
carry carried/carries
● Laatste letter een klinker (a, o): -y blijft een -y:
stay stays/stayed
Zelfstandige naamwoorden die op een klinker eindigen:
● Een vaste ‘s’: employee -> employees
Zelfstandige naamwoorden die op een -o eindigen:
● Meervoud kan op -oes:
- Cargo cargoes
- Potato potatoes
- Tomato tomatoes
- Hero heroes
● Meervoud kan ook op -os:
- Euro euros
- Photo photos ect.
Meervoud van afkortingen:
● Afkorting wordt met hoofdletter geschreven en krijgt een kleine s:
- DVDs
- CEOs
Verdubbeling van eindmedeklinker: één klinker met de klemtoon erop.
● Eindigt op klinker met klemtoon: stop - stopped/prefer - preferred
● Geen klemtoon op laatste lettergreep: geen verdubbeling!! Develop
- developed
● Twee klinkers: geen verdubbeling!! Book - booked
● Uitzondering: de ‘l’ wordt altijd verdubbelt, tenzij er twee klinkers
voor staan.
Aardrijkskundige namen krijgen geen koppelteken. Zuid-Afrika is South Africa.
Maanden en dagen krijgen een hoofdletter. Wednesday, May.
, Full is altijd met twee keer een ‘l’, tenzij het in een samenstelling is (beautiful).
Till is altijd met dubbele ‘l’, behalve in until.
Werkwoorden op -ise kunnen vervangen worden door -ize, met uitzondering van:
- advertise
- advise (wordt advice)
- improvise
Hoofdstuk 3
Telwoorden met een koppelteken:
● Tussen tientallen en eenheden: twenty-two
Honderd- en duizendtallen:
● Worden als twee losse woorden geschreven: two hundred, two
thousand.
● Voor hundred en thousand moet ‘a of one’ komen: a/one hundred
euros.
● Vervolgt door ‘and’ (two hundred and five), maar niet tussen
duizend en honderdtallen (three thousand eight hundred).
Rangtelwoorden:
● First: 1st
● Second: 2nd
● Third: 3rd
● Fourth ect: 4th
Een datum mag op 4 manieren geschreven worden:
● 21 May
● May 21
● 21st May
● May 21st
Hoofdstuk 4
Zou(den) geweest zijn = would have been
Liggen/staan/zitten = vervoegd als ‘to be’ i.p.v. lay, stand or sit.
Tegenwoordige tijd I am
Present tense You are
He is
Ik ben, zij is We are
Verleden tijd I was
Past tense You were
He was
Ik was, zij was We were
Tegenwoordige … will be …
toekomende tijd I & we mag ook shall be gebruiken.
Present future tense