Inhoudsopgave:
Algemeen
2.6 OZT-instrumentenleer
2.8 Hechten, knopen en laparoscopische materialen
Anaal
2.10 Anatomie anaal
2.11 Heelkunde anaal
2.12 OZT anaal
Hernia
2.13 Anatomie hernia’s
2.14 Heelkunde hernia’s
2.15 OZT-hernia’s
Mamma
2.16 Anatomie mamma
2.17 Ziekteleer mamma
2.18 Heelkunde mamma
2.19 OZT-mamma
Appendix
2.20 Anatomie appendix
2.21 Heelkunde appendix
2.22 OZT-appendix
,Aantekeningen TLP2 algemene chirurgie
2.6 Instrumentenleer
Instrument: een werktuig dat als hulpmiddel dienst kan doen om handelingen en of
metingen te verrichten.
- Materiaal:
o Roestvrijstaal (RVS)
▪ Voordelen:
• Roestbestendig
• Buigzaam
• Behoudt scherp snijvlak
▪ Nadeel:
• Watervlekken
• Verkleuring
o Titanium:
▪ Voordelen:
• Corrosiebestendig
• Sterk
• Duurzaam (micro en vaatchirurgie)
• Licht in gewicht
▪ Nadeel:
• Aparte reiniging
• Duur
- Naamgeving:
o Universeel
o Auteur of bijnaam
- Onderdelen:
o Blad
o Steel
o Hals
o Greep
o Benen
o Ogen
o Cremaillere:
▪ klem mechanische, tandjes die over elkaar heen glijden en op de terug
weg op elkaar blijven haken.
▪ Slot dat zorgt dat de klem dicht blijft, meestal 4 tandjes
Indeling instrumentnet:
- Weefsel scheidend: er is een scherp instrument die van een geheel vormend weefsel
twee delen maakt.
o Meshelft en mes
o Prepareerschaar
o prepareerklem
- Weefsel vattend: klem met cremaillere, weefsel pakken en manipuleren.
o Pincet
o Arterieklem
o Weefselklem
o Spreider/wondhaak
,Aantekeningen TLP2 algemene chirurgie
- Materiaal scheidend: niet met het lichaam gebruiken alleen op materiaal.
o Verbandschaar
o Hecht materiaal schaar
o draadkniptang
- Materiaal vattend: houdt grip op het materiaal waar mee je werkt.
o Desinfecteerklem
o Deppertang
o Tampontang
o Naaldvoerder
Aangeven van instrumenten:
- Maak meteen klaar voor gebruik.
- Zorg voor veiligheid gever en voor ontvanger, scherp van je af.
- Onderhands (hand onder instrument)
- Bovenhands (hand boven instrument)
Poetsklemmen: weefsel vattende instrumenten.
- Gebruikt bij desinfecteren.
- Als eerste klaar leggen, wordt namelijk als eerste gebruikt.
- Aangeven: ogen naar de hand van de arts.
Mesheft en mes:
- Mesheft 4:
o voor grotere mesjes
o mesje 20
o Breder schuif en vittings oppervlak.
- Mesheft 3:
o topje van het mesje is smal
o mesjes 15 en 10.
- Aangeven mes:
o Mesje op meshelft schuiven.
o Gebruik een materiaal vattende klem voor het aansluiten.
o Hand boven meshelft houden, stompe kant naar jou wijzen.
o Buikgedeelte meshelft in de hand van arts.
o Geeft atraumatisch aan.
, Aantekeningen TLP2 algemene chirurgie
Pincetten:
- Anatomisch:
o Pincent voor buiten het lichaam, voor bijvoorbeeld PA.
o Dingen weggeven op een aseptische manier.
- A-traumatisch: debakey
o Er zit een oppervlakte verdeling in, de druk over het weefsel wordt over
gleufjes verdeeld. Kans op weefselbeschadiging is zeer klein.
- Chirurgisch:
o Gillies: fijn pincet
▪ Voor fijn weefsel.
▪ Voor bijvoorbeeld vaatjes dicht houden.
o Grof pincent
▪ Puntje van het pincet is groot en breed, veel sneller kans op
weefselschade.
- Aangeven:
o Hand van instrumenterende aan de onderkant van de benen.
o Benen knijp je naar elkaar toe.
o Pincet tussen duim en wijsvinger in de hand leggen.