• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 8 van de 24 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Engels-blok-SMP

Document preview thumbnail
Voorbeeld 8 van de 24 pagina's

Engels samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Engels




Blok 2




2

,Inhoud
Tijden 4
Tegenwoordige tijd (present simple) 4
Verleden tijd (past simple) 4
Present perfect 4
Present continuous (ing-vorm) 5
Past continuous (ing-vorm) 5
Past Perfect 5
Future (toekomst) 6
Algemene regels 7
Meervoud 7
Bezittelijk 7
Dubbele letter of niet? 7
Dagen en maanden 7
Aardrijkskundige namen 7
Full/ful/till/until 8
Ize/ise 8
Than/then 8
Brits Engels/Amerikaans Engels 8
To of too? 8
Toestand of handeling 8
-ing 8
Actief en passief 9
Lijdend en niet lijdend 9
Zouden, kunnen, moeten, mogen 9
Good en well 9
A little, little, few, small, more, less 9
At, in, on 9
Betrokken bij… 9
Some en any 9
Onregelmatige werkwoorden 10
Woorden uit Core Business 13
Hoofdstuk 5 13
Hoofdstuk 6 13
Hoofdstuk 7 13
Hoofdstuk 8 13
Hoofdstuk 9 14
Hoofdstuk 10 14
Hoofdstuk 11 14
Hoofdstuk 12 15
Hoofdstuk 13 15
Woorden uit documenten van Learning4u 16
Cijfers 19
Zinnen uit documenten van Learning4u 19
Bijwoorden (h. 24) 20
Woordvolgorde (h. 2) 22
Ing-vorm (h. 18) 22
E-mail voorbeeld en indeling 23




3

,Tijden
Tegenwoordige tijd (present simple)
 Wordt gebruikt bij:
 Feiten
 Regelmaat/frequentie
 Dienstregeling
 Signaalwoorden:
 Always, sometimes, never, rarely, seldomly, often

Bevestigende Ontkennende zin Vraag Kort antwoord Kort antwoord
zin
I work I don’t work Do I work? Yes, I do No, I don’t
You work You don’t work Do you work? Yes, you do No, you don’t
He/she/it works He/she/it doesn’t Does he/she/it Yes, he/she/it No, he/she/it
work work? does doesn’t
We work We don’t work Do we work? Yes, we do No, we don’t
You work You don’t work Do you work? Yes, you do No, you don’t
They work They don’t work Do they work? Yes, they do No, they don’t

Verleden tijd (past simple)
 Wordt gebruikt bij:
 Afgelopen, verleden
 Signaalwoorden:
 Yesterday, alles met ‘ago’, alles met ‘last’, jaartallen (uit het verleden),
namen uit de geschiedenis (bijvoorbeeld Koningin Beatrix-is geen Koningin
meer)

Bevestigende Ontkennende zin Vraag Kort antwoord Kort antwoord
zin
I worked I didn’t work Did I work? Yes, I did No, I didn’t
You worked You didn’t work Did you work? Yes, you did No, you didn’t
He/she/it He/she/it didn’t Did he/she/it Yes, he/she/it No, he/she/it didn’t
worked work work? did
We worked We didn’t work Did we work? Yes, we did No, we didn’t
You worked You didn’t work Did you work? Yes, you did No, you didn’t
They worked They didn’t work Did they work? Yes, they did No, they didn’t

Present perfect
 Wordt gebruikt bij:
 Iets is in het verleden begonnen en duurt tot nu toe voort
 Iets is in het verleden begonnen en het resultaat is nu merkbaar
 Signaalwoorden:
 For, since, last few days/weeks/moths/years, so far, up ton ow

Bevestigende zin Ontkennende zin Vraag Kort antwoord Kort antwoord
I have worked I haven’t worked Have I worked? Yes, I have No, I haven’t
You have worked You haven’t Have you Yes, you have No, you haven’t
worked worked?
He/she/it has He/she/it hasn’t Has he/she/it Yes, he/she/it No, he/she/it
worked worked worked? has hasn’t
We have worked We haven’t worked Have we worked? Yes, we have No, we haven’t
You have worked You haven’t Have you Yes, you have No, you haven’t
worked worked?
They have They haven’t Have they Yes, they have No, they haven’t


4

, worked worked worked?




Present continuous (ing-vorm)
 Wordt gebruikt bij:
 Als er iets op dit moment aan de gang is
 Om een langer durende algemene activiteit aan te geven
 Om een voornemen in de toekomst aan te geven

Bevestigende Ontkennende zin Vraag Kort antwoord Kort antwoord
zin
I am working I am not working Am I working? Yes, I am No, I am not
You are working You are not Are you working? Yes, you are No, you are not
working
He/she/it is He/she/it is not Is he/she/it Yes, he/she/it is No, he/she/it is not
working working working?
We are working We are not working Are we working? Yes, we are No, we are not
You are working You are not Are you working? Yes, you are No, you are not
working
They are They are not Are they working? Yes, they are No, they are not
working working

Past continuous (ing-vorm)
 Wordt gebruikt om:
 Te zeggen dat iets aan de gang was (eventueel toen iets anders gebeurde;
dat andere wat gebeurde staat dan in de simple past), dus 2
gebeurtenissen die tegelijk plaatsvinden.
 Combinatie:
De gebeurtenis wat het langst duurt = past continuous, en de gebeurtenis
die minder lang duurt = simple past.
 I was teaching English, when the lights went out.

Bevestigende zin Ontkennende zin Vraag Kort antwoord Kort antwoord
I was working I wasn’t working Was I working? Yes, I was No, I wasn’t
You were working You weren’t working Were you working? Yes, you were No, you weren’t
He/she/it was He/she/it wasn’t Was he/she/it Yes, he/she/it No, he/she/it
working working working? was wasn’t
We were working We weren’t working Were we working? Yes, we were No, we weren’t
You were working You weren’t working Were you working? Yes, you were No, you weren’t
They were working They weren’t Were they working? Yes, they were No, they weren’t
working

Past Perfect
 Wordt gebruikt bij:
 Twee gebeurtenissen die niet tegelijk plaatsvinden
 Wat als eerste gebeurt is de past perfect
 Wat als tweede gebeurt is de simple past
 He had bought a blue car before he married Sue in 2002

Bevestigende zin Ontkennende zin Vraag Kort antwoord Kort antwoord
I had worked I hadn’t worked Had I worked? Yes, I had No, I hadn’t

5

,You had worked You hadn’t worked Had you worked? Yes, you had No, you hadn’t
He/she/it had He/she/it hadn’t Had he/she/it Yes, he/she/it No, he/she/it
worked worked worked? had hadn’t
We had worked We hadn’t worked Had we worked? Yes, we had No, we hadn’t
You had worked You hadn’t worked Had you worked? Yes, you had No, you hadn’t
They had worked They hadn’t worked Had they worked? Yes, they had No, they hadn’t




Future (toekomst)
 Wordt gebruikt bij:
 Dingen die in de toekomst zullen plaatsvinden
 Shall gebruik je alleen bij I en We + voorzetsel
 To be going to gebruik je alleen wanneer iets vast staat/gepland is (bijvoorbeeld
vakantie die geboekt is)
 Will gebruik je alleen wanneer iets spontaan gebeurt (bijvoorbeeld de telefoon
gaat: I will get it!)

Bevestigende Ontkennende zin Vraag Kort antwoord Kort antwoord
zin negatief
I will/shall work I won’t/shan’t work Will/shall I work? Yes, I will/shall No, I won’t/shan’t
You will work You won’t work Will you work? Yes, you will No, you won’t
He/she/it will He/she/it won’t Will he/she/it Yes, he/she/it No, he/she/it won’t
work work work? will
We will/shall We won’t/shan’t Will/shall we Yes, we No, we
work work work? will/shall won’t/shan’t
You will work You don’t work Will you work? Yes, you will No, you won’t
They will work They don’t work Will they work? Yes, they will No, they won’t




6

,Algemene regels
Meervoud
 Geen klinker voor y = ie
 Factory-factories
 Delay-delays/delayed
 Nooit ‘s bij het meervoud
 Photo photos
 Employee employees
 Woorden in het meervoud die eindigen op –o, sommigen woorden krijgen dan –os
en sommige krijgen –oes. Hier is geen vaste regel voor, voorbeelden zijn:
 Cargo cargoes
 Tomato tomatoes
 Hero heroes
 Potato potatoes
 Euro euros
 Radio radios
 Piano pianos
 Bij afkortingen worden de letters met hoofdletters geschreven en ze krijgen een
kleine, vaste –s.
 DVDs
 CDs
 CEOs
 TVs
 CVs

Bezittelijk
 ‘s alleen bij samentrekkingen en bij bezittelijke vormen gebruiken.
 It’s late
 My mother’s job

Dubbele letter of niet?
 Als een woord eindigt op één medeklinker, vooraf gegaan door één klinker, wordt
de medeklinker verdubbeld als de laatste lettergreep de klemtoon heeft:
 Remit – remitted
 Refer – referred
 Focus – focused
 Audit – audited
 In het Brits-Engels schrijf je de ‘L’ altijd dubbel, tenzij er 2 klinkers voor de ‘L’
staan.
 Label – labelled
 Mail – mailed

Dagen en maanden
 Dagen en maanden met hoofdletters

Aardrijkskundige namen
 Geen streepje tussen aardrijkskundige namen
 Groot-Brittannië Great Britain
 Zuid-Afrika South Africa




7

,Full/ful/till/until
 Full wordt met een dubbele l geschreven, enkel in samenstellingen wordt ful met
een l geschreven:
 The car park was full.
 The weather is beautiful today.
 Till wordt met dubbele l geschreven, until wordt met een l geschreven:
 We stayed till Saturday.
 We stayed until Saturday.

Ize/ise
 Bijna alle werkwoorden op –ise kunnen ook worden geschreven met –ize.
 Bij twijfel altijd –ise gebruiken.
 !Let op: adviseren = advise; advies = advice.
 Realiseren realise/realize
 Organiseren organise/organize
 Moderniseren modernise/modernize
 Adverteren advertise
 Adviseren advise
 Improviseren improvise

Than/then
 Groter dan bigger than
 Toen vertrok hij then he left

Brits Engels/Amerikaans Engels
Voor toets Brits Engels leren!

Brits Engels Amerikaans Engels
Colour color
Centre center
Travelled traveled
Programme program

 Brits –our = Amerikaans –or
 Brits –tre = Amerikaans –ter
 Geen verdubbeling van l in Amerikaans Engels.
 In het Brits Engels wordt program alleen gebruikt voor ‘computerprogramma’. In
alle andere gevallen programme.

To of too?
 To: tegen of naar
 Too: ook

Toestand of handeling
 Toestand: have + voltooid deelwoord
 Handeling: have + been + ing

-ing
 Wanneer je de helft van de zin door ‘it’ kunt vervangen, met ‘to’ ervoor, gebruik je
de ‘ing’ vorm.
 I look forward to seeing you next weerk
 I look forward to it



8

, Actief en passief
 Actief: hij is geslaagd: he has passed
 Passief: hij is ontslagen: he has been fired

Lijdend en niet lijdend
 Lijdend: bijvoorbeeld: ‘de brief is al verzonden’. De brief verstuurd zichzelf niet,
dus lijdend.
 Niet-lijdend: bijvoorbeeld: ‘hij is failliet gegaan’. Hij gaat zelf failliet. Dus niet
lijdend.

Zouden, kunnen, moeten, mogen
 Would be: zouden worden
 Can: kunnen
 Could: zou kunnen of bij beleefde vraag
 Must: als je zelf vind dat iets zou moeten
 To have to: als iemand anders vind dat iets moet
 May: mag ik binnen komen
 Might: zou ik binnen mogen komen

Good en well
 Good: he speaks good English
 The preparation for the event was good
 Well: well-paid, well-made, etc.
 It was a well-prepared event.

A little, little, few, small, more, less
 A little: een beetje
 Little: weinig
 A few: een paar
 Few: weinig(en)
 Small: klein
 More: meer
 Fewer: minder
 Less: minder

At, in, on
 At around: rondom
 At: om, op, met
 In: over, in
 On: op (zondagen bijv.)

Betrokken bij…
 Betrokken bij: involved with

Some en any
 Some: bij bevestigende zin
 There are some apples left.
 Any: bij ontkenning en vragen
 Have you got any suggestions?
 I haven’t got any idea.




9

Documentinformatie

Geüpload op
29 december 2015
Aantal pagina's
24
Geschreven in
2015/2016
Type
Samenvatting
€3,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
SarenaMulleneers
3,9
(21)
Verkocht
67
Volgers
47
Items
6
Laatst verkocht
2 jaar geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.

Reviews van geverifieerde kopers




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen