Vrije Universiteit
Faculteit der gedrags- en bewegingswetenschappen
– Bachelorjaar 3
Angst en Depressie bij Kinderen en Adolescenten
Hoorcollegeverslagen
Inhoudsopgave
WEEK 1 2
HOORCOLLEGE 1: VIER ANGSTSTOORNISSEN
2
HOORCOLLEGE 2: PRENATALE ANGST
4
WEEK 2 5
HOORCOLLEGE 3: PSYCHIATRISCH PERSPECTIEF
5
HOORCOLLEGE 4: OCD EN PTSD
8
WEEK 3 9
HOORCOLLEGE 5: WERKZAME INGREDIËNTEN ANGST
9
HOORCOLLEGE 6: KOPP 10
WEEK 4 10
HOORCOLLEGE 7/8: DEPRESSIEVE STOORNISSEN
10
WEEK 5 12
HOORCOLLEGE 9: ANGST BIJ (L)VB
12
HOORCOLLEGE 10: WERKZAME INGREDIËNTEN DEPRESSIE
13
WEEK 6 14
HOORCOLLEGE 11: COMORBIDITEIT EN GENDER
14
HOORCOLLEGE 12: PREVENTIE ANGST EN DEPRESSIE
15
WEEK 7 16
HOORCOLLEGE 13: CASUÏSTIEK
16
HOORCOLLEGE 14: PILLEN EN PRATEN
16
, Week 1
Hoorcollege 1: vier angststoornissen
Internaliserende problematiek staat centraal in deze cursus, omdat er niet altijd
genoeg aandacht naartoe gaat in tegenstelling tot externaliserende problematiek.
Angst is normaal en nuttig, maar al een hele tijd wordt het erkend als een probleem.
De eerste vraag die je stelt, wanneer iemand over angst begint, is de vraag naar de
leeftijd van die persoon, aangezien bepaalde angsten bij de ontwikkeling horen. Waar
ligt de grens met pathologische angst?
- Intensiteit: ofwel hevige persisterende angst (>6 maanden)
- Realiteit intact
- Beduidend lijden en milde of redelijke mate van belemmering in het dagelijks
functioneren
Kinderen met overmatige bezorgdheid vertonen een hogere intensiteit van angst,
maar niet per se meer soorten angsten.
Hoe kun je angsten in kaart brengen?
- Vragenlijsten
- Spelobservaties
- Interviews met ouders en kinderen
- DSM classificatie (telsysteem)
Fysiologische waarschuwingssignalen van afwijkende angst zijn onder andere een
verhoogde hartslag, gespannen spieren, zweten, vermoeidheid en een versnelde
ademhaling. Gedragsgerelateerde waarschuwingssignalen zijn bijvoorbeeld huilen,
verstarren, vermijden, nagelbijten en stotteren.
Vragen over angst uit de literatuur:
- Is de angst buitensporing in relatie tot de eisen vanuit de omgeving?
- Kan het uitgelegd worden of weg beredeneerd? Als dat niet zo is, heb je sneller een
angststoornis te pakken.
- Blijftde angst hetzelfde over langere tijd?
- Intefereert het met sociaal, emotioneel en academisch functioneren?
Faculteit der gedrags- en bewegingswetenschappen
– Bachelorjaar 3
Angst en Depressie bij Kinderen en Adolescenten
Hoorcollegeverslagen
Inhoudsopgave
WEEK 1 2
HOORCOLLEGE 1: VIER ANGSTSTOORNISSEN
2
HOORCOLLEGE 2: PRENATALE ANGST
4
WEEK 2 5
HOORCOLLEGE 3: PSYCHIATRISCH PERSPECTIEF
5
HOORCOLLEGE 4: OCD EN PTSD
8
WEEK 3 9
HOORCOLLEGE 5: WERKZAME INGREDIËNTEN ANGST
9
HOORCOLLEGE 6: KOPP 10
WEEK 4 10
HOORCOLLEGE 7/8: DEPRESSIEVE STOORNISSEN
10
WEEK 5 12
HOORCOLLEGE 9: ANGST BIJ (L)VB
12
HOORCOLLEGE 10: WERKZAME INGREDIËNTEN DEPRESSIE
13
WEEK 6 14
HOORCOLLEGE 11: COMORBIDITEIT EN GENDER
14
HOORCOLLEGE 12: PREVENTIE ANGST EN DEPRESSIE
15
WEEK 7 16
HOORCOLLEGE 13: CASUÏSTIEK
16
HOORCOLLEGE 14: PILLEN EN PRATEN
16
, Week 1
Hoorcollege 1: vier angststoornissen
Internaliserende problematiek staat centraal in deze cursus, omdat er niet altijd
genoeg aandacht naartoe gaat in tegenstelling tot externaliserende problematiek.
Angst is normaal en nuttig, maar al een hele tijd wordt het erkend als een probleem.
De eerste vraag die je stelt, wanneer iemand over angst begint, is de vraag naar de
leeftijd van die persoon, aangezien bepaalde angsten bij de ontwikkeling horen. Waar
ligt de grens met pathologische angst?
- Intensiteit: ofwel hevige persisterende angst (>6 maanden)
- Realiteit intact
- Beduidend lijden en milde of redelijke mate van belemmering in het dagelijks
functioneren
Kinderen met overmatige bezorgdheid vertonen een hogere intensiteit van angst,
maar niet per se meer soorten angsten.
Hoe kun je angsten in kaart brengen?
- Vragenlijsten
- Spelobservaties
- Interviews met ouders en kinderen
- DSM classificatie (telsysteem)
Fysiologische waarschuwingssignalen van afwijkende angst zijn onder andere een
verhoogde hartslag, gespannen spieren, zweten, vermoeidheid en een versnelde
ademhaling. Gedragsgerelateerde waarschuwingssignalen zijn bijvoorbeeld huilen,
verstarren, vermijden, nagelbijten en stotteren.
Vragen over angst uit de literatuur:
- Is de angst buitensporing in relatie tot de eisen vanuit de omgeving?
- Kan het uitgelegd worden of weg beredeneerd? Als dat niet zo is, heb je sneller een
angststoornis te pakken.
- Blijftde angst hetzelfde over langere tijd?
- Intefereert het met sociaal, emotioneel en academisch functioneren?