Opdracht 4 (week 4), werkgroep Goederenrecht B2
Onderwerpen:
Verhaal en voorrang
Zekerheidsrechten (algemene kenmerken)
Voorrechten
Hypotheekrecht
Literatuur:
Pitlo: nrs. 735-744 (par. 14.1), nrs. 745-758 (par. 14.2), nrs. 838-912 (par. 14.5), nrs. 913-
936 (par. 14.6)
Arresten:
HR 7 juni 1991, NJ 1992/262 m.nt. WMK (Gay Association/Engelen Gephura)
HR 20 februari 2009, NJ 2009/376 m.nt. Van Mierlo (Ontvanger/De Jong q.q. (Maico
Motorcycles))
1
,CASUS 1 (verhaal en voorrang)
Recht van parate executie: geen executoriale titel nodig. Op het moment dat de schuldenaar in
verzuim is, dan heeft op grond van art. 3:278 BW de hypotheekhouder het recht om tot parate
executie over te gaan. Executoriale titel houdt in dat je een vonnis van de rechtbank hebt waarin
de vordering wordt toegewezen. Kan eventueel ook via een authentieke akte.
In het geval je buurman de 5000 euro niet terugbetaald, mag je niet zomaar een deurwaarder in
de hand nemen. Eerst gerechtelijke procedure waarin de rechtbank vaststelt dat je het geld moet
krijgen. Dan executoriale titel. Hypotheekhouder mag dus wel zonder executoriale titel
meedelen.
Vraag 1
Johan leent geld van de bank om een verbouwing van zijn huis te kunnen betalen. De bank
verkrijgt tot zekerheid voor de terugbetaling van de lening een hypotheekrecht op Johans huis.
Op een kwade dag kondigt de bank aan tot uitwinning van het huis (door middel van executoriale
verkoop) te zullen overgaan, omdat Johan in verzuim is met de betaling van de rente en
aflossingen. Behalve de bank heeft Johan nog andere schuldeisers, zoals de aannemer die de
verbouwing heeft uitgevoerd en zojuist een rekening aan Johan heeft gezonden.
Deelt de aannemer mee in de opbrengst van het huis?
Het gaat over verhaal en voorrang. De hoofdregel is dat je verhaal kan uitoefenen op al het
vermogen van je schuldenaar. Maar er kan sprake zijn van voorrangsregels (art. 3:276 en 3:277
BW). De hoofdregel is dat de bank het huis mag verkopen en zich uit de opbrengst mag
verhalen. De bank heeft een voorrangsrecht op grond van art. 3:277 BW.
De bank kan zonder executoriale titel het huis door middel van executoriale titel verkopen. De
aannemer moet wel een executoriale titel hebben.
Vraag 2
Op de woning van Angela rust een recht van hypotheek ten behoeve van ING Bank, tot
zekerheid voor een vordering uit geldlening van EUR 300.000 van ING Bank op Angela. Ten
behoeve van haar nichtje Ruby vestigt Angela op de woning (nog) een beperkt recht: het recht
van gebruik en van bewoning (art. 3:226 BW). Omdat Angela geld nodig heeft, sluit zij een extra
lening van EUR 150.000 bij de Rabobank en verleent zij ook aan de Rabobank een
hypotheekrecht op de woning. Omdat Angela in gebreke blijft met de aflossing van haar lening
aan ING Bank, gaat ING Bank over tot parate executie van de woning. De executie-opbrengst is
EUR 500.000. De kosten van de executie (veilingkosten e.d.) bedragen EUR 50.000. De waarde
van het recht van gebruik en bewoning kan worden gesteld op EUR 100.000. Angela heeft op de
leningen aan ING Bank en Rabobank nog geen cent afgelost.
Krijgen Ruby en de Rabobank elk een deel van de executie-opbrengst? Zo ja, hoeveel?
Hypotheek 1; ING 300.000,-
Angela Beperkt recht gebruik en bewoning (vruchtgebruik); Ruby 100.000,-
Hypotheek 2; Rabobank 150.000,-
De ING gaat executeren. De ING hoeft geen rekening te houden met het beperkte recht van
Ruby, aangezien de ING al een hypotheekrecht had voordat deze werd gevestigd (art. 3:21 en art.
2
, 3:273 BW). Wanneer de ING het huis verkoopt, dan eindigen de beperkte rechten van de
Rabobank en Ruby (in het kader van de executoriale verkoop). Anders zou het vruchtgebruik en
hypotheek 2 overgaan op een nieuwe eigenaar, dus dan zou niemand het huis meer willen kopen.
De zuivering heeft alleen betrekking op de goederenrechtelijke situatie.
We hebben 500.000 aan opbrengst. De executiekosten gaan als eerst er vanaf, dus houden we
450.000 over. De ING heeft 300.000 te vorderen, dus houden we 150.000 over. Het beperkte
recht was er eerder. Ruby is dit recht kwijtgeraakt en kan de schade die ze daardoor lijdt verhalen
op de opbrengst. Dit komt voor het betalen van het hypotheekrecht van de Rabobank. Dit
betekent dat er 50.000 overblijft en dit gaat naar de Rabobank (art. 3:282 BW).
Behalve als de Ruby toestemming zou geven voor rangwissel.
NB1. Alle beperkte rechten staan ingeschreven. Rabobank is dus op de hoogte van hypotheek 1
en vruchtgebruik van Ruby.
NB2. Indien de Rabobank zou executeren, dan vervalt vruchtgebruik niet.
NB3. Als het vruchtgebruik als eerst gevestigd zou zijn, dan gaat art. 3:282 BW niet op. In dat
geval kan Ruby het recht wel inroepen tegen de hypotheekhouder.
CASUS 2 (zekerheidsrechten (algemene kenmerken))
Zekerheidsrechten zijn in de kredietfinancieringspraktijk van groot belang. Banken zijn alleen
bereid om krediet te verstrekken indien zij de zekerheid hebben dat de kredietnemer de lening zal
aflossen en de rente zal betalen. De bank vraagt vaak aan de kredietnemer om een pand- of
hypotheekrecht te vestigen op zijn goederen ten gunste van de bank.
Vraag 1
Welke voordelen heeft het vestigen van een pand- of hypotheekrecht voor de bank ten opzichte
van andere vormen van zekerheid? Bespreek de specifieke wetsartikelen waaruit u meent af te
leiden dat het pand- of hypotheekrecht een sterk zekerheidsrecht is.
Voordelen:
- Pand en hypotheek zijn beperkte rechten. Als ze op een goed rusten, dan blijven ze in
principe dat goed volgen (zaaksgevolg).
- Pand en hypotheek hebben voorrang. Het gaat boven alle andere schuldeisers (art. 3:276,
3:277 en 3:278 BW).
- Bij pand en hypotheek heb je het recht van parate executie (art. 3:248 en 3:268 BW). Je
kunt je verhalen op de goederen zonder dat je daarvoor tussentijds naar de rechter hoeft te
stappen. Wel moet er sprake zijn van verzuim.
- Pand- en hypotheekhouders zijn separatist wanneer er sprake is van faillissement (art. 57
lid 1 Fw). Je bent schuldeiser die niet separatist is, je deelt dus niet mee in de algemene
faillissementskosten (art. 182 FW).
Vraag 2
Zijn er voorrechten die (in specifieke gevallen) in rang boven het pand- of hypotheekrecht gaan?
Zo ja, leg uit welke voorrechten dit zijn, en onder welke omstandigheden zij een hogere rang dan
pand- of hypotheekrecht hebben.
3
Onderwerpen:
Verhaal en voorrang
Zekerheidsrechten (algemene kenmerken)
Voorrechten
Hypotheekrecht
Literatuur:
Pitlo: nrs. 735-744 (par. 14.1), nrs. 745-758 (par. 14.2), nrs. 838-912 (par. 14.5), nrs. 913-
936 (par. 14.6)
Arresten:
HR 7 juni 1991, NJ 1992/262 m.nt. WMK (Gay Association/Engelen Gephura)
HR 20 februari 2009, NJ 2009/376 m.nt. Van Mierlo (Ontvanger/De Jong q.q. (Maico
Motorcycles))
1
,CASUS 1 (verhaal en voorrang)
Recht van parate executie: geen executoriale titel nodig. Op het moment dat de schuldenaar in
verzuim is, dan heeft op grond van art. 3:278 BW de hypotheekhouder het recht om tot parate
executie over te gaan. Executoriale titel houdt in dat je een vonnis van de rechtbank hebt waarin
de vordering wordt toegewezen. Kan eventueel ook via een authentieke akte.
In het geval je buurman de 5000 euro niet terugbetaald, mag je niet zomaar een deurwaarder in
de hand nemen. Eerst gerechtelijke procedure waarin de rechtbank vaststelt dat je het geld moet
krijgen. Dan executoriale titel. Hypotheekhouder mag dus wel zonder executoriale titel
meedelen.
Vraag 1
Johan leent geld van de bank om een verbouwing van zijn huis te kunnen betalen. De bank
verkrijgt tot zekerheid voor de terugbetaling van de lening een hypotheekrecht op Johans huis.
Op een kwade dag kondigt de bank aan tot uitwinning van het huis (door middel van executoriale
verkoop) te zullen overgaan, omdat Johan in verzuim is met de betaling van de rente en
aflossingen. Behalve de bank heeft Johan nog andere schuldeisers, zoals de aannemer die de
verbouwing heeft uitgevoerd en zojuist een rekening aan Johan heeft gezonden.
Deelt de aannemer mee in de opbrengst van het huis?
Het gaat over verhaal en voorrang. De hoofdregel is dat je verhaal kan uitoefenen op al het
vermogen van je schuldenaar. Maar er kan sprake zijn van voorrangsregels (art. 3:276 en 3:277
BW). De hoofdregel is dat de bank het huis mag verkopen en zich uit de opbrengst mag
verhalen. De bank heeft een voorrangsrecht op grond van art. 3:277 BW.
De bank kan zonder executoriale titel het huis door middel van executoriale titel verkopen. De
aannemer moet wel een executoriale titel hebben.
Vraag 2
Op de woning van Angela rust een recht van hypotheek ten behoeve van ING Bank, tot
zekerheid voor een vordering uit geldlening van EUR 300.000 van ING Bank op Angela. Ten
behoeve van haar nichtje Ruby vestigt Angela op de woning (nog) een beperkt recht: het recht
van gebruik en van bewoning (art. 3:226 BW). Omdat Angela geld nodig heeft, sluit zij een extra
lening van EUR 150.000 bij de Rabobank en verleent zij ook aan de Rabobank een
hypotheekrecht op de woning. Omdat Angela in gebreke blijft met de aflossing van haar lening
aan ING Bank, gaat ING Bank over tot parate executie van de woning. De executie-opbrengst is
EUR 500.000. De kosten van de executie (veilingkosten e.d.) bedragen EUR 50.000. De waarde
van het recht van gebruik en bewoning kan worden gesteld op EUR 100.000. Angela heeft op de
leningen aan ING Bank en Rabobank nog geen cent afgelost.
Krijgen Ruby en de Rabobank elk een deel van de executie-opbrengst? Zo ja, hoeveel?
Hypotheek 1; ING 300.000,-
Angela Beperkt recht gebruik en bewoning (vruchtgebruik); Ruby 100.000,-
Hypotheek 2; Rabobank 150.000,-
De ING gaat executeren. De ING hoeft geen rekening te houden met het beperkte recht van
Ruby, aangezien de ING al een hypotheekrecht had voordat deze werd gevestigd (art. 3:21 en art.
2
, 3:273 BW). Wanneer de ING het huis verkoopt, dan eindigen de beperkte rechten van de
Rabobank en Ruby (in het kader van de executoriale verkoop). Anders zou het vruchtgebruik en
hypotheek 2 overgaan op een nieuwe eigenaar, dus dan zou niemand het huis meer willen kopen.
De zuivering heeft alleen betrekking op de goederenrechtelijke situatie.
We hebben 500.000 aan opbrengst. De executiekosten gaan als eerst er vanaf, dus houden we
450.000 over. De ING heeft 300.000 te vorderen, dus houden we 150.000 over. Het beperkte
recht was er eerder. Ruby is dit recht kwijtgeraakt en kan de schade die ze daardoor lijdt verhalen
op de opbrengst. Dit komt voor het betalen van het hypotheekrecht van de Rabobank. Dit
betekent dat er 50.000 overblijft en dit gaat naar de Rabobank (art. 3:282 BW).
Behalve als de Ruby toestemming zou geven voor rangwissel.
NB1. Alle beperkte rechten staan ingeschreven. Rabobank is dus op de hoogte van hypotheek 1
en vruchtgebruik van Ruby.
NB2. Indien de Rabobank zou executeren, dan vervalt vruchtgebruik niet.
NB3. Als het vruchtgebruik als eerst gevestigd zou zijn, dan gaat art. 3:282 BW niet op. In dat
geval kan Ruby het recht wel inroepen tegen de hypotheekhouder.
CASUS 2 (zekerheidsrechten (algemene kenmerken))
Zekerheidsrechten zijn in de kredietfinancieringspraktijk van groot belang. Banken zijn alleen
bereid om krediet te verstrekken indien zij de zekerheid hebben dat de kredietnemer de lening zal
aflossen en de rente zal betalen. De bank vraagt vaak aan de kredietnemer om een pand- of
hypotheekrecht te vestigen op zijn goederen ten gunste van de bank.
Vraag 1
Welke voordelen heeft het vestigen van een pand- of hypotheekrecht voor de bank ten opzichte
van andere vormen van zekerheid? Bespreek de specifieke wetsartikelen waaruit u meent af te
leiden dat het pand- of hypotheekrecht een sterk zekerheidsrecht is.
Voordelen:
- Pand en hypotheek zijn beperkte rechten. Als ze op een goed rusten, dan blijven ze in
principe dat goed volgen (zaaksgevolg).
- Pand en hypotheek hebben voorrang. Het gaat boven alle andere schuldeisers (art. 3:276,
3:277 en 3:278 BW).
- Bij pand en hypotheek heb je het recht van parate executie (art. 3:248 en 3:268 BW). Je
kunt je verhalen op de goederen zonder dat je daarvoor tussentijds naar de rechter hoeft te
stappen. Wel moet er sprake zijn van verzuim.
- Pand- en hypotheekhouders zijn separatist wanneer er sprake is van faillissement (art. 57
lid 1 Fw). Je bent schuldeiser die niet separatist is, je deelt dus niet mee in de algemene
faillissementskosten (art. 182 FW).
Vraag 2
Zijn er voorrechten die (in specifieke gevallen) in rang boven het pand- of hypotheekrecht gaan?
Zo ja, leg uit welke voorrechten dit zijn, en onder welke omstandigheden zij een hogere rang dan
pand- of hypotheekrecht hebben.
3